NGA Early Golf Webmuseum
Click for large image

Jacob_van_Maerlant.jpg

Anno ca. 1220-ca. 1300 - Jacob van Maerlant en het Boeck Merlijn

De Vlaamse dichter Jacob van Maerlant (ca. 1220 - ca. 1300) vertaalde en bewerkte in 1261 'Le livre de Merlin' van de franstalige schrijver Robert de Boron tot het Boeck Merlijn. In dit verhaal wordt in samenhang met een balspel gesproken over 'met ener koluen' (= 'colf' of 'colfstok'). Dit is de oudste bekende vermelding van het colfspel, althans het colfspel zoals dat halverwege de dertiende eeuw in de omgeving waar Jacob van Maerlant woonde en werkte bekend was. Hoewel de tekst ook kán worden gelezen als een 'kinderspel', gespeeld in een 'groep' met slechts 'één bal' en 'verscheidene colfstokken' is het toch waarschijnlijk dat we hier te maken hebben met de oudst bekende vermelding van ons colfspel (wellicht een vroege en regionale vorm daarvan), omdat vanuit het herkomstgebied van Jacob van Maerlant (vrijwel zeker Brugge en Damme in Vlaanderen, heel misschien Den Briel op het eiland Voorne) geen ander 'stok-met-bal-spel' is overgeleverd dan het ons bekende 'colven', waardoor een uitleg met een ander speltype onwaarschijnlijk lijkt. Deze conclusie is onderschreven door Frits van Oostrom (november 2010).

Vroegere sporthistorici hebben wel geponeerd dat het middeleeuwse colf meer weg had van een oude en ruwe soort voetbal of hockey. Dit baseerden zij waarschijnlijk op de transcriptie van het woord 'choule' in het verhaal van Robert de Boron (zie de betreffende paragraaf), dat gebaseerd is op het vulgair Latijnse woord 'choulla' dat iets betekent als 'bal geslagen met een stok'. Omdat het niet aannemelijk is dat de adel uit die tijd zich overgaf aan het spelen van ruwe en ongedisciplineerde spelen kunnen we gerust stellen dat ook om deze reden de uitdrukking 'met ener koluen' betrekking heeft op (een middeleeuwse en wellicht plaatselijke vorm van) het colfspel zoals ons dat thans voor ogen staat.

Let op
Een 'eerste vermelding' vormt op zich geen bewijs dat het spel in de omgeving van de bron of van de auteur voor het eerst werd gespeeld. Het is mogelijk dat de Fransen en de Vlamingen eerder geneigd waren om hun spelen op schrift te stellen dan in de noordelijke Nederlanden dat in die tijd hoofdzakelijk bewoond werd door nuchtere lieden die een vermelding voor alledaagse zaken overbodig vonden of gewoon analfabeet waren. We zullen dit waarschijnlijk nooit zeker weten. Zo kan het spel al gedurende lange tijd gespeeld zijn zonder dat dit tot een vermelding in de literatuur is gekomen.

Click for large image

Merlijn_01.jpg

Anno 1261 ...mit ener koluen... - oudst bekende vermelding van het colfspel

'Photo-Lithografie' uit 1880 van het eerste tekstblad van Jacob van Maerlants Boeck Merlijn, naar het eenig bekende Steinforter Handschrift. Deze zeldzame 'foto-litho' is gemaakt door fotograaf en lithograaf Van Emrik en Binger uit Haarlem en maakt deel uit van het boek van J. van Vloten uit 1880 met daarin de wetenschappelijke transcriptie van het manuscript. Particulier bezit, 16,5 x 25,5 cm.

Het Boeck Merlijn beslaat in totaal 36.219 versregels. Alleen de eerste 10.408 zijn van de hand van Jacob van Maerlant, de resterende 25.811 zijn van zijn leerling Lodewijk van Velthem.

Het enig overgeleverde afschrift van het Boeck Merlijn, het zogenoemde Steinforter handschrift, dateert uit 1326 en is overgeschreven in een soort Platduits (Van Vloten: 'brabbel-Duits') van het oorspronkelijke Middelnederlandse manuscript van Jacob van Maerlant uit 1261. De Platduitse versie bevindt zich in de Fürst zu Bentheimsche Schloss Bibliothek te Burgsteinfurt (inv. B37).
Het Steinforter handschrift is in twee kolommen geschreven op 227 bladen papier met een bladspiegel tussen 289x205 mm en 205x150 mm. Het handschrift begint met een opengewerkte rode initiaal en is gebonden in een kalfsleren band op eiken borden. Van de twee aanwezige koperen sloten ontbreken de sluithaken.
Literatuur
Middelnederlandse handschriften uit Europese en Amerikaanse bibliotheken door J. Deschamps. 2e druk, E.J. Brill, Leiden, 1972

In het derde boek van Jacob van Maerlants Boeck Merlijn vinden we in de Platduitse versie uit 1326 de versregels (editie Sodmann):

Dat ze to enen dorpe quamen
Dar liepen harde vele kinder
4615
In enen mersche meere vnde mynder
Vnde slogen dar eynen bal
Merlijn de dit wiste al
Sach de boden want he was daer
Vnde he trat een deel dar naer
4620
Vnde gaff den rikesten enen slach
Van den dorpe dat he lach
Mit ener koluen vor zine schene
Omb dat ene schelden zolde de gene
Dat kint weende vnde sprack to merlijne wart
4625
Onreyne vaderloze bastert

Het woord 'koluen' in versregel 4622 moet natuurlijk gelezen worden als 'kolven'.
(Tekstbezorging door Ludo Jongen, universitair docent Middelnederlandse letterkunde te Leiden, en Paul van Pottelberghe.)

In 1880 publiceerde dr. Johannes van Vloten een 'vernederlandste' versie van dit manuscript, waarbij hij op gedegen wetenschappelijke gronden de oorspronkelijke eerste versie in het Middelnederlands uit 1261 van Jacob van Maerlant reconstrueerde. Hier is dezelfde passage als volgt verwoord (hoofdstuk XV volgens Van Vloten, het 'derde boeck' volgens het handschrift):

Dat zi tenen dorpe quamen,
Daer liepen herde vele kinder
In enen mersche, meer ende minder,
4935
Ende slogen daer enen bal.
Merlijn die dit wiste al,
Sach die boden, want hi was daer,
Ende hi trat een deel daer naêr,
Ende gaf den rikesten enen slach
4940
Van den dorpe, dat hi lach,
Met ener kolven vor sine scene,
Omdatten scelden zoude degene.
Dat kint (weende ende) sprack te Merlijne waert:
"Onreine, vaderloze bastaert"

Het betreft hier dus de wetenschappelijke en door Van Vloten teruggetaalde transcriptie van het platduitse (Van Vloten: 'brabbel-Duitse') Steinforter handschrift. Vrij vertaald in hedendaags Nederlands staat daar:

Ze (= de boodschappers) kwamen uiteindelijk bij een dorp, waar een stel kinderen op een weiland met een bal speelde. Merlijn was daarbij en zag de boodschappers aankomen. Hij ging hun kant op en sloeg het rijkste kind van het dorp met zijn colf tegen de schenen, opdat de jongen hem zou uitschelden. Het kind brulde tegen Merlijn: 'Vuile, vaderloze bastaard!'.
(Bron: enigszins aangepaste bewerking van de tekst uit Merlijn, de tovenaar van koning Arthur. Blad 29. Atheneum-Polak & Van Gennip, 2004)

Merlijn had zo zijn redenen, die overigens niets met het spel te maken hebben.

Boeck Merlijn - de grote lijn
Merlijn is een figuur die door de duivels is bedacht om de mensheid, die sinds de stichting van de katholieke kerk voor de hel verloren dreigt te gaan, in het verderf te storten. Door incubatie verwekt één van de duives bij een maagd een zoon (vergelijk de incubatie van Maria). De als tegenhanger van Christus bedoelde Merlijn voldoet echter niet aan de verwachtingen. De vroomheid van zijn moeder brengt hem ertoe zijn buitengewone gaven alleen ten bate van de mensheid aan te wenden. Hij voorspelt dat in de strijd tussen koning Vergetier en de wettige erfgenamen van zijn voorganger, Uter en Pendragoen, beide laatsten zullen overwinnen. Dit gebeurt. Als Pendragon sneuvelt in de strijd tegen de Saksen, voegt Uter de naam van zijn broeder bij de zijne. Merlijn staat dan Uter-Pendragoen met raad en daad bij: hij richt voor de koning een tafelronde op, en is hem behulpzaam in zijn overspelige liefde voor Ygerne, bij wie Uter Arthur verwekt. Na de dood van Ygernes man huwt Uter haar. Het gedicht eindigt met de erkenning en kroning van Arthur als koning.
(Bron: Handboek tot de geschiedenis der Nederlandse letterkunde van dr. G.P.M. Knuvelder, 1976, blad 148).

Wat aan het onderhavige colf fragment voorafgaat
Eerste en tweede boek
De duivels zijn afgunstig omdat God de hel openbrak en zijn vrienden daaruit verloste. Bovendien heeft God de wereld zó ingericht dat weinig mensen tot het kwaad kunnen worden overgehaald: er zijn priesters, er is de doop. De duivels besluiten te gaan klagen bij God de Zoon en kiezen de listige Maskeroen als hun pleitbezorger. De mensheid wordt gedagvaard op Goede Vrijdag en dreigt bij verstek veroordeeld te worden. Dan werpt Maria zich op als pleitbezorger voor de mensen. Maskeroen probeert haar uit te sluiten van deelname aan het proces omdat zij een vrouw is, maar dat mislukt. Dan komt Maskeroen met zijn pleidooi. Als Maria al zijn argumenten (zoals de Erfzonde) weet te weerleggen en een emotioneel beroep op de Rechter, die toch ook haar Zoon is, niet blijkt te schuwen, gooit Maskeroen het over een andere boeg: hij schakelt allegorische figuren als hulptroepen in. Tegenover Maskeroen's helpsters Gerechtigheid en Waarheid stelt Maria Barmhartigheid en Vrede. Na een soort juridisch steekspel op basis van religieuze argumenten wint Maria het pleidooi.
Maskeroen trekt zich terug in de hel en de duivels bedenken hoe zij een man met duivelse vermogens op de wereld kunnen zetten, die zich als pleitbezorger van de duivels onder de mensen zou kunnen begeven om Gods schepsels voor de hel te herwinnen. Een duivel neemt de gedaante aan van een man en bezit een jong meisje, nadat hij er voor gezorgd heeft dat haar ouders zelfmoord plegen, haar broer gedood en haar jongste zus terechtgesteld is en haar middelste zus zich als een hoer gedraagt. Het meisje wordt bijgestaan door haar biechtvader Blasius, die haar waarschuwt nooit met een boze bui te gaan slapen en steeds een kruisteken te slaan bij het slapengaan en ontwaken. Twee jaar lang krijgt de duivel geen greep op haar vroomheid. Dan keert haar in zonden vervallen zuster terug en wordt zij bij een grote ruzie uitgescholden en geslagen. Woedend trekt zij zich terug op haar kamer en vergeet het kruisteken. In haar slaap verwekt de duivel bij haar een kind. Bij het ontwaken realiseert het meisje zich wat er gebeurd is, maar kan geen ‘dader’ vinden. De deur van haar kamer is nog op slot en zij trekt de conclusie dat de duivel zelf bij haar geslapen heeft.Het jonge meisje gaat naar haar biechtvader, vertelt dat zij gemeenschap heeft gehad met de duivel nadat zij tengevolge van een ruzie met haar zus vergeten was bij het slapengaan een kruisteken te maken. De biechtvader legt haar een zware boetedoening op, die zij getrouw navolgt. De duivel ziet dat hierdoor zijn plan teniet wordt gedaan. Zodra het gerucht van haar zwangerschap de rechter ter ore komt, laat hij het meisje gevangennemen. Zij wordt van een vaderloze zwangerschap beschuldigd door de mensen uit haar omgeving, maar haar biechtvader weet een veroordeling op te schorten totdat het meisje bevallen is en haar kind zelfstandig kan eten, omdat haar kind de dood niet verdiend heeft. Na de geboorte wordt het kind Merlijn gedoopt, naar de grootvader. Een lelijker en voorlijker kind dan Merlijn hadden de mensen nog nooit gezien en zij meenden dat hij de duivel zelf was. Het kind weet door zijn kennis van toekomst en verleden zijn moeder vrij te pleiten. Hij toont aan dat de rechter evenmin weet wie zijn vader is en dat diens moeder even schuldig is als die van Merlijn. Ook voorspelt hij dat de vader van de rechter door de duivel zal worden aangezet zich te verdrinken zodra hij hoort wat Merlijn onthuld heeft. De zelfmoord van de priester, de echte vader van de rechter, bevestigt Merlijns woorden. Met zijn vrijgelaten moeder gaat Merlijn naar haar biechtvader Blasius. Merlijn overtuigt Blasius van zijn duivelse afkomst en vraagt hem het verhaal op papier te zetten. Blasius voldoet aan die wens, vertrekt naar het gezelschap van de Graal (= schotel waarin het bloed van Jezus is opgevangen) en voegt zijn boek bij het boek, dat in dat gezelschap bekend is.

Derde boek
Koning Constans, die al lang in Brittannië aan de macht was, was oud en overleed. Hij wordt opgevolgd door zijn oudste zoon Moynes, die vanwege zijn jonge leeftijd wordt bijgestaan door de regent Vortigern, een trotse, fiere ridder uit het land van Constans. Vortigern forceert een gewapend treffen met de heidense Saksen, waarin de nieuwe koning Moynes door onervarenheid zware verliezen leidt. Het volk mort en wil Vortigern als nieuwe leider. Vortigern wil alleen de macht overnemen als de jonge koning Moynes dood is. Moynes wordt vermoord, Vortigern wendt voor boos te zijn vanwege deze misdaad en wijst de moordenaars de deur. Vortigern wordt tot koning gekozen, maar de verzorgers van twee jongere broers van Moynes, Uter en Pandragoen, beklagen zich om de listen van Vortigern en vrezen dat Vortigern ook te gelegener tijd deze broers zal laten ombrengen. Zij vluchten met deze twee broers naar het continent om ze aldaar op te voeden. Vortigern laat de mannen die Moynes vermoordden terechtstellen, waarna hun verwanten in opstand komen. Vortigern moet steun zoeken bij de Saksen, trouwt met de dochter van hun koning Hengist en begint, uit angst dat ook Uter en Pandragoen hem zullen komen aanvallen, met de bouw van een machtige toren. Omdat het bouwwerk steeds instort, raadpleegt hij wijze mannen. Zij leggen hem uit dat de toren alleen overeind zal blijven als het bloed van een vaderloos kind door de specie wordt gemengd. Vortigern stuurt zijn boodschappers uit om dat kind te zoeken.
De boodschappers reisden twee aan twee naar vreemde landen, waarbij een van die tweetallen een ander duo tegenkomt en zij met z’n vieren verder trokken.

En dan volgt hier de passage uit de aangehaalde versregels hierboven:
"Dit viertal kwam uiteindelijk bij een dorp, waar een stel kinderen op een weiland met een bal speelden. Merlijn, die met de kinderen meespeelde, zag de boodschappers aankomen. Hij liep de boodschappers tegemoet en sloeg het rijkste kind van het dorp met zijn colfstok tegen de schenen, opdat deze hem zou uitschelden. Het kind brulde tegen Merlijn: ‘Vuile, vaderloze bastaard’".

De boodschappers begrepen dat Merlijn het gezochte vaderloze kind was en vroegen aan het rijkste jongetje van het dorp wat hij bedoelde. Hij legde uit: ‘Dit is de zoon van een vrouw die niet weet wie hem bij haar verwekte’, waarop Merlijn tegen de boodschappers zei: ‘Ik ben degene die u zoekt’.

(Bron: Samenvatting uit Merlijn, de tovenaar van koning Arthur. Blad 9 tot en met 29. Atheneum-Polak & Van Gennip, 2004)

Een verdere uitwijding van dit verhaal valt buiten het kader van deze herdenkingssite. Degenen die willen weten hoe dit spannende verhaal verder afloopt kunnen verder lezen in een van de vele eigentijdse boekuitgaven die over Merlijn bestaan.

Literatuur
• Jacob van Maerlants Merlijn, naar het eenig bekende Steinforter handschrift door J. van Vloten. E.J. Brill, 1880.
• Merlijn, de tovenaar van koning Arthur. Keuze, tekstbezorging en vertaling door Frank Brandsma. Atheneum - Polak & Van Gennip, 2004.
• Geert & Sara Nijs, Games for Kings & Commoners, Part Three, p. 67. ISBN 978-2-9540069-3-2. 2015

Click for large image

Merlin_de_Boron.jpg

Tussen ca. 1180 en 1200 ...enfanz qui jouoient à la çoule...

Tussen ca. 1180 en 1200 ...enfanz qui jouoient à la çoule...

Het Boeck Merlijn van Jacob van Maerlant past in een lange traditie van verhalen over de herkomst van koning Arthur en de zoektocht naar de Graal (= schotel waarin het bloed van Jezus zou zijn opgevangen). Jacob van Maerlant baseerde zijn verhaal op een soortgelijk verhaal van Robert de Boron, die op zijn beurt inspiratie vond bij Geoffrey of Monmouth, die op zijn beurt traditionele Welshe verhalen vertaalde in het Latijn. Die Welshe verhalen (= verhalen uit Wales) zijn in het Welsh opgeschreven door Nennius, die op zijn beurt hiervoor terugviel op verhalen uit de vijfde eeuw na Christus, die helaas verloren zijn geraakt.

Ergens tussen 1180 en 1200 schreef Robert de Boron, over wiens leven overigens weinig bekend is, het verhaal 'Livre de Merlin' in een berijmde versie, waarvan het begin bewaard is gebleven. Maar er zijn ook enkele overgeschreven en onberijmde versies overgeleverd en een daarvan diende als voorbeeld voor het latere manuscript Boeck Merlijn van Jacob van Maerlant uit 1261.

Het is dus verleidelijk om te onderzoeken of Robert de Boron aan het einde van de twaalfde eeuw ook schrijft over een 'stok-met-bal-spel'. En dat blijkt inderdaad het geval:

Einsis chevauchierent tuit .|||. tant qu'il avint un jor qu'il passerent .|. grant champ a l'entree d'une ville et en cel champ avoit grant plenté d'enfanz qui jouolent à la çoule. Et Merlins qui toutes les choses savoit vit cels qui le requeroient, se si traist pres de l'un des plus riches de la ville, por ce que il savoit bien que cil le messameroit: si hauce la croce, si fiert l 'enfant en la jambe, et cil commence a plorer et Merlin a messaamer et a reprocher qu'il est nez sanz pere. ...
(Uit: Merlin de Robert de Boron, publié par Alexandre Micha, 1979. Met dank aan Ludo Jongen, universitair docent Middelnederlandse letterkunde te Leiden, en Paul van Pottelberghe.)

In hedendaags Frans luidt de onderhavige passage als volgt:

À la recherche de l'enfant sans père Vertigier envoya ainsi les messagers à la recherche de l'enfant. Ils parurent deux par deux, ils parcoururent maintes régions, maints pays. Deux groupes se rejoignirent et décidèrent de faire un peu de chemin ensemble. À cheval tous les quatre, ils travesèrent un vaste champ aux portes d'une ville où de nombreux enfants jouaient à la choule. Merlin, à qui rien n'échappait, remarqua ceux qui le cherchaient: il s'approcha d'un des enfants les plus riches de la ville, sachant qu'il serait l'object de son antipathie. Il haussa le bâton et en donna un coup à la jambe de l'enfant qui se mit à pleurer, à injurier Merlin en lui reprochant de n'avoir pas de père.

Uit de bovenstaande oorspronkelijke Franse tekst van Robert de Boron, waarop Jacob van Maerlant zijn Nederlandse vertaling baseert, kan derhalve worden afgeleid dat 'balspelen' en 'çouler' synoniem zijn, evenals 'kolf' en 'croce'. Hieruit kan verder geconcludeerd worden dat 'het spelen met den kolve' en 'souler à la crosse' beide hetzelfde spel zijn, zij het in verschillende talen. Bijzonder is dat in een Nederlandstalige ordonnantie van de stad Brussel uit 1360 (de oudst bekende tekst waarin het (bal)spelen met een colf in de straten van de stad wordt verboden) wordt gesproken van 'tsollen metter kolve'. Etymologisch staat vast dat het modern Nederlandse woord 'sollen' afgeleid is van het Franse woord 'souler' ('chouler' of 'çouler'). Dit geeft verder steun aan de conclusie dat het colfspel en het jeu de crosse één en hetzelfde spel waren.

Jeu de crosse wordt vandaag nog gespeeld in de streek van zuidelijk België en noordelijk Frankrijk ten zuiden van Brussel (Henegouwen). Uit de huidige spelregels -twee teams spelend met één bal- kan afgeleid worden dat het spel voorheen ook een variant kende lijkend op het huidige hockey (danwel hurling of shinty).

Het zou interessant zijn om de oorspronkelijke tekst van het verhaal van Merlijn geschreven door Geoffrey of Monmouth in het Latijn ('Historia Regum Brittanniae'; oorspronkelijk het verhaal 'Brut y Bryttaniait' in het Welsh) en de synoniemen voor balspelen (souler) en colf (crosse) vast te stellen in de Latijnse taal. Dit geldt evenzeer voor de tekst van Nennius in het Welsh, indien deze teksten nog bestaan.

Dat in Engeland en Wales een spel gespeeld werd gelijkend op colf (crosse) is niet geheel ondenkbaar omdat met de verovering van Engeland (en gebieden van het huidige Wales, Ierland en Schotland) door Willem de Veroveraar (Hastings, 1066) grote contingenten Vlamingen zij aan zij met de Normandiërs hebben meegevochten en talrijke grote landgoederen aan de Vlamingen zijn toegewezen. Met de Norman Conquest zijn ook grote cultuur invloeden uit Vlaanderen meegevoerd en geïmplanteerd. Het is waarschijnlijk dat ook het vroege colfspel in deze fase Brittannië heeft bereikt.

Het is niet onwaarschijnlijk dat de vroege Keltische bewoners reeds stok-en-bal-spelen kenden en dat deze assimileerden met het later door de Vlamingen meegevoerde colfspel. Eigenschap van het vroege colfspel is dat dit door individuele personen werd gespeeld, met een eigen bal vanuit stilstand geslagen naar een bepaald doel, met het oogmerk deze in zo weinig mogelijk slagen te bereiken. Waarschijnlijk is dat hurling en shinty afstammen van vroege Keltische stok-en-bal-spelen. Eigenschap van deze spelvormen is dat met twee teams van verscheidene spelers het bezit van één bal wordt bevochten, met het oogmerk deze in het doel van de tegenpartij te slaan.

Literatuur en studies
- Merlin, Roman en prose du XIIIe siècle, publié avec la mise en prose du poème de Robert de Boron par Gaston Paris et Jacob Ulrich. S.A.T.F., 2 tomes, Paris, 1886.
- Merlijn, de tovenaar of Het Boek van de Graal. Vertaling van het boek van Paris en Ulrich door Jan Versteeg. Prisma 2039, 1984.
- Merlin de Robert de Boron. Publié par Alexandre Micha. T.L.F. no 281, Genève, Droz 1979.
- Le Roman du Graal, Robert de Boron. Manuscrit de Modène. Texte établi et présenté par Bernard Cerquiglini. U.G.E., coll. 10/18, Paris 1981. (Deze uitgave bevat prozabewerkingen van Joseph, Merlin en Perceval.)
- Merlin le prophète ou le livre du Graal. Roman du XIIIe siècle mis en français moderne par Emmanuèle Baumgartner. Préface de Paul Zumthor. Postface d'Emmanuèle Baumgartner. Stock + Moyen Age, Parijs 1980. (Moderne, maar getrouwe weergave van de tekst van Paris en Ulrich uit 1886.)
- Merlin le prophète, Paul Zumthor. Un thème de littérature polémique de l'historiographie et des romans. Slatkine Reprints, Genève 1973. (Verreweg de belangrijkste studie over zowel de historische als de literaire achtergronden van de figuur Merlijn.)

Click for large image

geoffreyofmonmouth.jpg

Geoffrey of Monmouth, ca. 1130-1150

Geoffrey of Monmouth (ca. 1100 - ca. 1155) is de auteur van de Latijnse geschriften 'Prophetiae Merlini', 'Vita Merlini' en 'Historia Regum Brittanniae' uit het tweede kwart van de twaalfde eeuw. Geoffrey op zijn beurt baseerde zijn Latijnse vertalingen weer op oude Welshe legenden, onder meer van Nennius of Nemnivus, wellicht ook Bede en Gilda, en zorgde op deze manier voor een brede bekendwording van deze legenden buiten het oorspronkelijke taalgebied.

Het is natuurlijk interessant te bezien of ook bij Geoffrey of Monmouth sprake is van een stok-met-bal-spel zoals bij Robert de Boron (çhoule) en Jacob van Maerlant (kolven).

In het boek 'Historia Regum Brittanniae' vinden we een soortgelijk tekstfragment als bij Robert de Boron en (later) Jacob van Maerlant (regel 279 tot en met 287 in de uitgave van Jacob Hammer):

'Qui cum in urbem quae Kaermirdin nunc dicitur venissent, invenerunt pueros et iuvenes utriusque sexus ante portam civitatis ludentes, accesseruntque ad ludum ut aspicerent cum ceteris explorantes quod quaerebant.
Interea lis oritur inter duos iuvenes, quorum unus Merlinus dicebatur, alter Dinabutius. Certantibus ergo illis dixit Dinabutius ad Merlinum: "Quid mecum, fatue, contendis? Non est aequa nobis nativitatis prosapia: ego enim ex regibus originem duxi, tu autem ignoras quis tibi pater sit."'

Deze versregels kunnen als volgt worden vertaald:

‘Toen zij aankwamen in de stad die nu Kaermirdin wordt genoemd, troffen zij jongens en jongeren aan van beide sexen die aan het spelen waren voor de stadspoort en ze zijn met de andere boodschappers tot het spel genaderd om te kijken wat ze zochten. Intussen ontstond er een strijd tussen twee jongeren, van wie de een Merlijn werd genoemd en de ander Dinabutius.
Terwijl ze zo aan het bakkeleien waren, heeft Dinabutius tegen Merlijn gezegd: "Wat motje van me, sufferd? Onze afkomst is niet gelijkwaardig, want ik stam af van koningen, terwijl jij niet eens weet wie je vader is."’

Uit dit tekstfragment blijkt duidelijk dat het stok-met-bal-spel 'çoule' door Robert de Boron aan zijn Livre de Merlin is toegevoegd en door Jacob van Maerlant als 'kolven' is overgenomen. Ook in de tekstdelen voorgaand aan en volgend op het onderhavige tekstfragment komen de woorden 'bal' en 'slagstok' niet voor.

Op de hier gebruikte afbeelding zien we een tekstfragment uit de oorspronkelijke 'Historia Regum Brittanniae'

Bron: Do Smit, Sara & Geert Nijs

Literatuur
 Historia Regum Britanniae. A variant version edited from manuscripts, verzorgd door Jacob Hammer. Cambridge (Mass.) 1951

Click for large image

nennius.jpg

Nennius of Nemnivus, 2e helft achtste eeuw

Goffrey of Monmouth gebruikte het manuscript 'Historia Brittonum' van Nennius of Nemnivus uit de tweede helft van de achtste eeuw als bron. En in een hedendaagse verzie van dit verhaal komt warempel weer een balspel voor op een veld:

41. In consequence of this reply, the king sent messengers throughout Britain, in search of a child born without a father. After having inquired in all the provinces, they came to the field of Aelecti (1), in the district of Glevesing (2), where a party of boys were playing at ball. And two of them quarrelling, one said to the other, "" boy without a father, no good will ever happen to you." Upon this, the messengers diligently inquired of the mother and the other boys, whether he had had a father? Which his mother denied, saying, "In what manner he was conceived I know not, for I have never had intercourse with any man;" and then she solemnly affirmed that he had no mortal father. The boy was, therefore, led away, and conducted before Vortigern the king.
(1) V.R. Elleti, Electi, Gleti. Supposed to be Bassalig in Monmouthshire.
(2) The district between the Usk and Rumney, in Monmouthshire.
(Bron: http://avalon.law.yale.edu/medieval/nenius.asp)

Onduidelijk is in hoeverre deze hedendaagse versie is beïnvloed door de stok-met-bal-versies van Robert de Boron en Jacob van Maerlant. Of heeft Robert de Boron niet alleen Geoffrey of Monmouth als inspirator gehad, maar ook Nennius?

Áls in de oorspronkelijke tekst, die ons niet ter beschikking stond, sprake is van een 'stok' en een 'bal' kan het natuurlijk niet anders dan een balspel zijn zoals dat in de achtste eeuw in Wales werd gespeeld. Omdat 'vertalers' van Middeleeuwse manuscripten altijd medievisten en taalkundige zijn en nooit kenners van oude balspelen en stok-met-bal-spelen, lijkt nader onderzoek op dit terrein naar de bronnen vóór Geoffrey of Monmouth, dus vóór het begin van de 12e eeuw gewenst.

Verder terug dan Nennius kan niet worden onderzocht: de bronnen uit de vijfde eeuw zijn verloren gegaan. Er wordt wel verondersteld dat Nennius het geschrift 'De Excido et Concquestu Brittammiae' van Gildas gebruikt zou hebben.

Afgebeeld is een fragment uit het oorspronkelijk manuscript van Nennius' 'History of the Britons'.

Bron: Sara & Geert Nijs, Do Smit