NGA Early Golf Webmuseum
Click for large image

iersekeroord_001.jpg

Tol van Iersekeroord, 1321 - 1572

De Tol van Iersekeroord. Documenten en Rekeningen. 1321-1572

Uitgegeven door Dr. W.S. Unger, 's-Gravenhage. Verkrijgbaar bijMartinus Nijhoff. 1939

Geheven tol op ballen (zie bijlage):
• p. 85 - Ballen, caetsballen, een smal tonne ... 2 gr.
• p. 359 - Koude Markt 1486 - Ritsaert Clays 1 vat ballen ... 6 gr.
• p. 373 - Paaschmarkt 1487 - Jan Berke 2 pype ballen, Thomaes Wynans man ... 16 gr.
• p. 442 - Sept. 24 Schipper van Schoonhoven ... 1 sack ballen ...
p. 485 - Paaschmarkt 1494 - Uitgevoerd werden o.a.: ... 1 rondeel 2 vaten ballen ...
p. 487 - Koude Markt 1494 - Uitgevoerd werden o.a.: ... 4 vaten ballen ...
p. 489 - Paaschmarkt 1495 - ... 2 vaten ballen ...
p. 492 - Paaschmarkt 1496 - ... 2 vaten ballen ...
p. 495 - Koude Markt 1496 - ... 3 vaten ballen ...

Volledige document digitaal: http://resources.huygens.knaw.nl/retroboeken/iersekeroord/#source=1&page=8&accessor=toc&view=imagePane&size=1207

Bron: Stichting NGA Early Golf, archief van Steven J.H. van Hengel; Do Smit

Click for large image

Wijdenes.jpg

Keur van Wijdenes

Ongedateerde keur van Wijdenes uit het Westfriese Keurboek. Het aardige van deze keur is dat het kolven niet alleen op het kerkhof werd verboden, maar ook in de kerk (...!).

Het kwam wel meer voor dat in kerken, toen nog zonder stoelen en banken, werd gecolfd. In 1465 werd te Naarden "de boeverije" van het colven in de kerk verboden en in 1623 nog eens herhaald. Twee colfspelende demonen op een gewelf herinneren onbedoeld aan dit gebruik van de kerk als sporthal 'avant la lettre'.

Document afkomstig uit het Westfries Archief te Hoorn.

Bron: Dirk Spijker.

Click for large image

geertvangroeys.jpg

Moord met kolfstok, 1486-1487

Beschrijving van een moord, gepleegd met een kolfstok in de omgeving van Oisterwijk.

Tekstfragment afkomstig uit Henk Beijers Archiefcollectie, deel historisch onderzoek (www.henkbeijersarchiefcollectie.nl/).

Bron: Dirk Spijker, Germ Gjaltema

Click for large image

akteBoZ.jpg

Ballenmakersaffaire, 1524

Sinds de 15e eeuw werden in de zuidelijke Nederlanden keurige witleren (bazaan)ballen gemaakt, gevuld met koeienhaar. Deze ballen, die eerst alleen voor kaatsers werden gemaakt, werden al gauw door de colvers geadopteerd, aangezien ze aanmerkelijk beter waren dan de tot dan toe in gebruik zijnde iepen- en beukenhouten ballen. Ze waren evenwel ook aanzienlijk duurder. Het merendeel van de productie vond plaats in Bergen op Zoom, het naburige Steenbergen en het wat oostelijker liggende Goirle. Reeds in 1461 hadden de handelaren in ballen een vaste plaats op de weekmarkt te Bergen op Zoom. Tweemaal per jaar, met Pasen en tegen Allerheiligen (de 'Koude Markt') vonden te Bergen op Zoom jaarmarkten plaats die door kopers en verkopers van heinde en ver werden bezocht. Van 1486 af kan men export-transacties van ballen naar Schotland achterhalen.

Men make zich van de omvang van de productie en handel in die ballen geen te geringe voorstelling. Transacties van 40.000 ballen tegelijk waren niet ongewoon. De totale productie omstreeks 1500 zal, wanneer we met een taxatie aan de voorzichtige kant blijven, zo'n 500.000 ballen per jaar hebben belopen.

Keren wij terug naar Bergen op Zoom in 1524: er stond daar een herberg genaamd 'De Rode Toren'. Omstreeks Pasen van dat jaar zat in die herberg een gezelschap bestaande uit Michiel Jacobszoon, ballenmaker uit Bergen op Zoom, Melchior Claaszoon uit het naburige Steenbergen, Jacob 'de balmaker' uit Bergen op Zoom en Willem Joostzoon, timmerman. Er is tijdens de zitting nogal stevig gedronken, want het gelag dat Melchior aan het einde van de zitting betaalde was 16 schellingen (overeenkomend met het loon van een arbeider voor een kwartaal!). Dat is aan het verloop van de zitting ook wel te merken.

Het begon er mee dat Melchior van Michiel 3000 pond haar voor de vulling van ballen kocht (Brabantse ponden, vandaag betreft dit ruim 1407 kg.); deze hoeveelheid was voldoende om 16 ballenmakers in Steenbergen een jaar lang bezig te houden. Nogal opschepperig zei hij er bij dat het voor zo'n klein partijtje de moeite niet waard was om naar Den Bosch te reizen waar men normalerwijze zijn haar kocht. Ze zaak werd gedaan voor 20 schellingen per 100 pond. Jacob en Willem waren er getuige van.

Daarna bleef Melchior doorzeuren dat hij nog 2000 pond wilde afnemen. Hij was toen kennelijk al ver heen en Jacob merkte op dat er voor die dag nu wel genoeg zaken waren gedaan. Het mocht niet baten. Melchior bleef met de hardnekkigheid van dronkaards aandringen bij Michiel, die hem dan tenslotte die 2000 pond verkocht, maar dan wel tegen 22 schellingen per 100 pond. Daarna ging het gezelschap uiteen.

Het drama volgde. Toen Melchior weer nuchter was bleek dat hij die laatste 2000 pond helemaal niet nodig had (en waarschijnlijk ook niet kon betalen). Met Jacob er bij heeft er later een zitting plaats gehad om die tweede zaak ongedaan te maken. De afkoop bedroeg 2 schellingen per 100 pond. Er is zelfs nog een zitting gehouden waar een sergewever uit Antwerpen namens Leendert bij aanwezig was om de zaak weer in het rechte spoor te brengen. Het hielp niet, Melchior betaalde zijn rouwkoop niet. En zo verschenen Jacob en Willem op verzoek van Michiel op 14 november voor de Schepenen van Bergen op Zoom om daar onder ede te getuigen wat er had plaatsgevonden.

Vandaar dat die beschonken partij in 'De Rode Toren' ook nu nog bekend is. U kunt hem vinden in het Register van procuraties en certificaties 1522-1525 in het Secretarieel Archief in het Markiezenhof te Bergen op Zoom, òf gewoon op internet (klik op de verwijzing onder de afbeelding).

Tekst: Steven J.H. van Hengel
Afbeelding: Markiezenhof, Bergen op Zoom

Literatuur: Maandblad Golf, 46e jaargang, januari 1982

Bron: archief kolfclub 'Utrecht St. Eloyen Gasthuis'

Click for large image

tyrocinium_1556.jpg

Tyrocinium, 1552 (uitgave van 1556 afgebeeld)

Tyrocinium linguae Latinae ex optimis quibusq

Titelblad van de Latijn-Nederlandse taalgids van Apherdianus (Pieter van Afferden), uitgegeven door drukker Jan de Laet in 1552 te Antwerpen (hier afgebeeld is het titelblad van de uitgave van 1556). Het boek van 316 pagina's (...!) was vermoedelijk bestemd voor 'in capita digestum in gratiam studiosae iuventutis': oefening om de studie van het latijn te vergemakkelijken. Pieter van Afferden was van 1556 tot 1561 conrector van de Grote Latijnse School te Amsterdam, maar in de tijd dat hij zijn Tyrocinium schreef en Jan de Laet het uitgaf, was hij rector aan de Latijnse school te Harderwijk.
De spelen die in dit boekje worden behandeld zijn: klosspel, klootspel, kaatsspel ('Pila Palmaria', een voorloper van tennis), kolfspel en kaartspel.

In een afzonderlijk hoofdstuk wordt 200 jaar voor de eerste golfregels het spel 'nae den cuyl' beschreven. Te lezen is onder meer:
- 'Haud mali lusi, sed fortuna non falet': 'Ick heb wel gespeelt, maer ten wil niet gelucken'.
- 'Qui aberrat a pilas, perdit ius feriendi': 'Die mist, verliest sinen slagh'.
- 'Tu ducis pilam': 'Ghy leyt den bal'.
- 'Quid tibi videtur is ictus?': 'Wat dunckt u van den slagh?'
- 'Amisi pilam e conspectu meo': 'Ick hebbe den bal verloren'.
- 'Pila non potest hinc longe abesse': 'De bal en can niet verre van hier zijn'.
- 'Ecam haud procul a te': 'Siet daer is den bal niet verre van u'.
- 'Non multum a scrobe absum': 'Ick en ben niet verre van den cuyl'.
- 'Pilam facile in scrobem propellam': 'Ick wil den bal lichtelijck in doen'.
- 'Desinamus, coepit me saterus huius ludi': 'Laet ons ophouden, ick ben dit spel moede'.

De overeenkomsten met de huidige golfetiquêtte zijn soms opmerkelijk. Zo diende men ook toen bijvoorbeeld te zwijgen wanneer een ander aan slag was.

In 1575 verscheen een Duitstalige uitgave van dit boekje (zie bij Publicaties onder Heiner Gillmeister: Über den Ursprung des Golfspiels)

Universiteitsbibliotheek, Munster (uitgave 1552)
Universiteitsbibliotheek, Gent (uitgave 1556)

Literatuur
• Heeft yemant lust met bal, of met reket te spelen...? door Cees de Bondt. Hilversum, Verloren, 1993. ISBN 90 6550 379 X
• Kolven, het plaisir om sig in dezelve te diverteren by C.A.M. (Cees) van Woerden, page 13. SPOU, Utrecht, 2002. ISBN 90-5479-051-2
• Games for Kings & Commoners, Part Two, p. 182 e.v.. 2014. ISBN 978-2-9540069-2-5 (choullaetclava@orange.fr)
• Colf Kolf Golf, Early Golf - Vroeg Golf door Do Smit en Michiel Eijkman, p. 21. ISBN 978-90-78920-27-4, 2016

Click for large image

haarlem_013_.jpg

Ordonnantie Haarlem, 1560 (1537)

Ordonnantie Haarlem, 1560 (1537)

Gemeente Archief Haarlem, inv.nr A.J.E. I-499, gildearchief 233

Bron: Stichting NGA Early Golf, archief van Steven J.H. van Hengel

Click for large image

Ordonnantie_1604.jpg

Ordonnantie, (1525-) 1604

Ordonnantie uit 1604 uit Utrecht, waarin de sinds 1525 uitgebrachte verboden om te kolven in de kerken en op de kerkhoven nog maar eens worden herhaald en aangescherpt. Uit de tekst is af te leiden dat de strijd van het stadsbestuur voornamelijk vruchteloos is gebleven.

De aanhef luidt:
XIV. ORDONNANTIE, tegen de ongeregeltheden die in de kerken geplaagt worden, voornaamlyk in de Buurkerk, des avonds onder het branden der kaarsen, en spelen der orgelen; mitsgaders tegen het kolven, kloot schieten, &c. op de kerkhoven, en andere publique plaatsen, den 16 Ordonnantie uit 1604 uit Groot Utrechts Placaatboek III Deel.

Bron: archief St. Eloyen Gasthuis

Click for large image

Placaat_1599.jpg

Drie publicaties, 1599 t/m 1636

Twee publicaties en een placaat uit het Groot Utrechts Placaatboek III Deel, bladen 438 en 439, uit 1599, 1600 en 1636.

Het is duidelijk dat de overheid van de stad Utrecht het kolven op straten en kerkhoven (en andere ongerief veroorzakende spelen) eigenlijk niet onder controle kreeg. Tegen de verordeningen in, zo bekent het stadsbestuur, groeien deze spelbeoefeningen in tal en last. Lees de teksten en laat u overtuigen:

X. PUBLICATIE, tegen het kolven, kloot schieten, dobbelen &c. op 's Heeren straten, den 31 Decemb. MDXCIX.
Men verbied allen en een yder, zy zyn jong of oud, op geene kerkhoven, publicque plaatsen, en 's Heeren straten te kolven, of de kloot te schieten, te dobbelen, of een ander onbehoorlyk spel aan te rechten, op poene van ses gulden; en sullen de ouders voor hare kinderen moeten innestaan en respondeeren.

XI. PUBLICATIE, op het voorsz subject, den 31 Decemb. MDC.
Alsoo men bevind, dat niet tegenstaande verscheyde Publicatien, ende beveelen van niet te kolven, kaatsen, of de kloot te schieten, op eenige kerkhoven of straten, &c. sulks evenwel niet gelaten, maar meer en meer gedaan word, in kleynachting van de voorsz bevelen, dat men geensints langer wil gedogen; soo is 't, dat myn Heeren Schout, Burgemeesteren en Schepenen deser Stad wel ernstig nogmaal by desen bevelen, allen en een yder, wie zy zyn, kleyn of groot, jong of oud, niet te kolven, kaatsen, of de kloot te schieten op eenige kerkhoven, merkten, of straten, tot behoef van den bekeurder; daar toe geauthoriseert werden des Stads dienaars en boden, met ook de buyten dienaars van den Officier; ende sullen de ouders voor hare kinderen moeten verantwoorden; ende die geen middelen hebben, sullen daar over arbitralyk gecorrigeert worden, tot discretie van den Gerechte.
Men voege hier by het Placaat tegen het brengen van dooden in de kerk onder de predikatie, en tegen het geraas maken ten selven tyde, den 10 Novemb. 1585; en van den 9 Decemb. 1588. Siet het II. BOEK. X. Tyt. III. Deel.
Ordonnantie tegen het smyten van vuyligheyd op de kerkhoven &c. of aldaar te kolven, dobbelen &c. den 21 Decemb. 1591; 29 Novemb. 1597; 1 Septemb. 1598; 7 Februar. 1611. Siet het II. Boek. XIX. Tyt. I. Deel.

XII. PLACAAT, van niet op Sondagen, of eenige andere dagen, op publique plaatsen te kolven, kloot schieten &c. of sneeuwballen te werpen, den 21 Novemb. MDCXX; en gerenoveert den 18 Februar. MDCXXXVI.
Alsoo niet tegenstaande voorgaande Ordonnantien ende Placaten, geëmaneert op de groote insolentien ende ongeregeltheden, die by veele zoo oude als jonge luyden gepleegt worden, op de kerkhoven, deser Stads plaetse, op de Neude, ende andere publique plaatsen, men evenwel bevind, dat zulks niet nagelaten, maar in vilipendie van de voorsz beveelen meer en meer gedaan word; 't welk in een Stad, daar goede Politie geoeffent word, niet behoort getolereert, nemaar geweert en gestraft te worden. Soo is 't, dan, dat myne Heeren Borgemeesteren ende Vroedschap voornoemt by desen nogmaal wel scherpelyk ende ernstig ordonneeren ende beveelen allen en een ygelyk, jong of oud, kleyn of groot, van wat qualiteyt hy zy, sig van nu voortaan neerstelyk te wagten, en onthouden van op eenige kerkhoven, deser Stads plaatse, Neude, merkten, straten, ofte andere publique plaatsen binnen desen Stad, tot eeniger tyd op sondagen, ofte eenige andere dagen te kolven, kaatsen, kloot te schieten, met steenen (1) of sneeuwballen te werpen, met bussche of boge na duyven of tinnen te schieten, met kaart of dobbelsteenen, met bikkelen of knikkers te speelen, legpenningen aan te werpen, vloeken of tweeren, of eenige andere diergelyke ongeschiktheyd te bedryven, veel min eenige andere vergaderingen te maken, om met houte stokken, roeden, steenen, of ietwas anders te stormen, ofte te vechten, op poene van by yder te verbeuren ses gulden, soo dickmaal hy of zy bevonden zullen worden 't geene voorsz staat gedaan te hebben, tot behoef van den bekeurder ende Officier, die de executie doen zal, elk de helfte, ende daarenboven nog op Hasenberg te water ende te brood gestelt te worden, tot kosten harer ouderen, ende voorts arbitrale correctie, tot discretie van den Gerechte; ende sullen de ouders voor hare kinderen, zoo veel de pecunieele boete aangaat, moeten verantwoorden.
(1) Dit woord is in de Publicatie van 1636. bygekomen.
Men kan by dit Placaat voegen verscheyde Ordonnantien op het vieren van den Sondag, met de renovatiën en Ampliatien van dien; te vinden in het II. Boek. I. Tyt. II. Deel.

Bron: archief St. Eloyen Gasthuis

Click for large image

Poesy_1657_003.jpg

Gedicht uit Poësy, 1657

Gedicht van Johan Six van Chandelier uit Poësy, Amsterdam, 1657.

In dit gedicht wordt voor het eerst iets gevonden over de regels en de intensiteit waarmee het spel in de Noordelijke Nederlanden werd gespeeld.

Excerpt uit 's Amsterdammers Winter, p. 63:

Hoe meenigh hoofd, zoo meenigh spul,
Elks hair heeft een besondere krul.
Den hoop hoopt aan. Den ouderdom
Vermenght sich, onder al den drom.
Het zeedigh vrouw volk woelt er mee,
Elk maakt sich in syn waapnen ree,
De schaatsen raaken aan de voet
Van meesters, en die leeren moet.
De kolver bindt syn ysspoor* aan,
Of heeft iet strams om op te staan,
Want 't gladde glas, is 't onbesneeuwt,
Meteffe soolen lacht, en spreeuwt,
En na het looten van paarty,
Schrapstaande slaat syn es, met bly
Verswaart, of syne schotse klik,
Van palm, dry vingers breed, een dik,
Met loot der in, den Pennebal
Van 't druifje onsichtbaar voor haar val,
Van ballemerkers opgemerkt,
Voorts kolvende aan een paal geperkt.
Of slaat om 't verdste, slach om slach,
Om witjes, of een vaan in 't lach,
Gekorven op een dunnen tak,
Die ieder veur in 't wambais stak,
Mids wie syn kerfstok niet neemt waar,
Uitveegen zal voor allegaar.
Gins komt een sterk gevolghde Boer,
Volwinds, gereen, uit 't Veener moer,
Ruigh om syn ongekemde kin,
Met lange keegels ys er in,
Dat als een kraalbos, om het haair,
Gelaatich ramm'lend wiewauwr swaar,
Hy heeft een blaauwen raagbol op,
Van schaapen, als een tweede kop.
Hy houdt een bootshaak, op den nek,
En slingert fraai een traagen trek.

*IJsspoor
Uit: Comentarios de lo sucedido en las guerras de los Paises Baxos desde el ano 1567 hasta el de 1577, door Don Bernardino de Mendoza. Madrid, 1592.
In deze beschrijving komt een passage voor met betrekking tot een poging van Spaanse troepen onder bevel van Don Fadrique de Toledo (zoon van de hertog van Alba) om na het beleg van Naarden via de bevroren Zuiderzee de blokkade met schepen (bij Pampus) voor Amsterdam te breken. (December 1572)
Vertaling:
Het was nu in het hartje van de winter en de Zuiderzee was bevroren, en daarom besloot men naar Amsterdam te gaan om de met geschut bewapende schepen te verbranden waarmede de rebellen den toegang afsloten. Men meende dat dit heel wel mogelijk zou zijn omdat de zee was dichtgevroren, en daarom werd Francisco de Aguilar Abarado, sergeant van kapitein Martin de Eraso, met enige soldaten op verkenning uitgezonden.
De rebellen trokken hen tegemoet, waarop Don Fadrique versterking zond onder bevel van kapitein Rodrigo Rérez. Nu bemerkten de Spanjaarden dat de rebellen rondom de schepen het ijs hadden stukgehakt en zo als 't ware een brede gracht om de schepen hadden gemaakt. Van de schepen, zowel als van de dijken schoot men op onze soldaten, die aldus op het ijs moesten vechten en dan nog wel op ijs dat tot een handpalm hoogte met sneeuw bedekt was.
Onze mannen hadden een soort van ijzeren beslag aan de voeten gedaan zoals dit in de Nederlanden gewoonte is als men over ijs gaat. Dit bestaat uit twee zeer scherpe ijsnagels die aan een ijzeren plaatje zijn bevestigd, en deze plaatjes bindt men onder de voeten zodat men over het ijs kan lopen en op het ijs kan vechten zonder uit te glijden.
Zie: Dr. Joh. Brouwer, Kronieken van Spaanse soldaten uit het begin van den tachtigjarige oorlog. W.J. Thieme & Cie, Zutphen 1933 (p. 222)

Merk op dat in het gedicht van Six van Chendelier sprake is van een 'schotse klik'. In tegenstelling tot de traditionele houten slagstokken met een loden slof bestaan de zogenoemde 'Schotse klieken' geheel uit hout. Zijn zijn in groten getale in de Lage Landen ingevoerd vanuit Schotland.

Secundaire literatuur over het werk van Johan Six van Chandelier:
Opstellen aangeboden aan Mr J.R. de Groot bij zijn afscheid als bibliothecaris der Rijksuniversiteit te Leiden. Leiden, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, 1983. Opstel: Contouren van een collectie. Jan Six van Chandelier als lezer en gebruiker van boeken door M.A. Schenkeveld - van der Dussen, p. 261 - 171.

Bron: Stichting NGA Early Golf, catalogus bij de reizende tentoonstelling Early Golf Tour 2004/2005, verzorgd door de Stichting NGA Early Golf

Click for large image

Nieu_nederlant.jpg

Nieu nederlant, 1657

Op 7 maart 1657 werden drie mannen met Nederlandse namen bekeurd omdat zij 'op het ijs gekolfd hadden'. Want dat was, omdat het biddag was, verboden.
Het proces verbaal is in het Nederlands omdat het gebied onder de naam Fort Orange (thans Albany) in 'Nieu nederlant' lag.
De betrapten ontkenden, maar we weten niet hoe het afgelopen is, daar de vervolgstukken ontbreken.

Zie de informatierubriek 'Colf & Kolf in de Nieuwe Tijd (1450-1700)' voor meer informatie over colven en kolven in het buitenland.

Bron: Stichting Early Golf