Webmuseum Colf & Kolf
Click for large image

Mieris_-Willem-van---Interi.jpg

Willem van Mieris, 1719

Monkeys in an Interior by Willem van Mieris, 1719.

Een groep apen in mensenkleren zit in een volledig ingerichte kamer rond een met servies gedekte tafel. Bij het drinken van hun thee en koffie en het verorberen van gebakjes wordt gemoedelijk gekout. In de achtergrond wordt een apenechtpaar in voorname burgerkledij verwelkomd door de heer des huizes. De uitbeelding van het interieur is uitzonderlijk gedetailleerd. Allerhande borden en vazen van Delfts blauw staan in een bordenrek, op de kroonlijsten boven het bed en op de schoorsteenmantel. Met de rijk gedekte koffietafel in het midden, de ronde tafel met ham, brood, glazen en pijpen links op de voorgrond, het speelgoed rond het kinderstoeltje met apenkindertjes, een rammelaar, een paardje op wielen, een hamertje, een aarden potje en kunstig gevlochten manden schildert het tafereel de alledaagse werkelijkheid in een voor die tijd ongebruikelijke wijze. In schril contrast met dit realistische interieur staat daar het gezelschap zelf, dat ogenschijnlijk uit chimpanseeachtige apen bestaat, die niet alleen als mensen gekleed gaan, maar zich ook uitsloven om zich als mensen te gedragen.
Apenvoorstellingen waren in de 17de eeuwse literatuur en kunst gemeengoed. Zij waren bedoeld als parodie op menselijke eigenschappen en activiteiten en om op humoristische wijze negatieve eigenschappen uit te beelden. De geschiedenis van het apentafereel begint al in de vroege Middeleeuwen. Traditioneel gold de aap als symbool voor de 'luxuria' (genotzucht) en figureerde aldus, zowel individueel als in groepen, in taferelen van 'de omgekeerde wereld' waarin allerlei situaties uit het menselijk leven werden uitgebeeld.
Het bekendst zijn de apenschilderijen van David Teniers II (1610 - 1690), die met grote spitsvondigheid apen in genotzuchtige poses portretteerde. Een schilderij van Nicolaes van Veerendael (1640 - 1691), dat zich eveneens in de Dresdense collectie bevindt, vertoont thematisch grote gelijkenis met de schilderijen van Teniers. Willem van Mieris heeft echter geen gebruik gemaakt van deze traditionele, dankzij Teniers wijd verbreide motieven, maar beperkte zich tot apen die simpelweg koffie en thee drinken.
Toen Willem van Mieris dit werk in 1719 schilderde, was het drinken van koffie in de Nederlanden nog niet algemeen gebruikelijk. Koffie drinken raakte in Europa pas in de 17de eeuw in zwang, maar werd pas vanaf 1693 via Londen in Holland ingevoerd. Aan het begin van de 18de eeuw openden de eerste koffiehuizen in Amsterdam en Rotterdam hun deuren. Koffie werd gedronken in kleine slokjes, sterk gekruid met gember, kruidnagel, kaneel en honing. In Willem van Mieris' schilderij wordt het drinken van koffie door het gebruik van apen van modieuze nouveauté gedegradeerd tot louter zottigheid.
Een 18de eeuws spreekwoord beschrijft beeldend hoe men indertijd over het thema koffie dacht. Hierin wordt vooral duidelijk welke erotiserende eigenschappen aan koffie werden toegedicht: 'heet als vuur, zwart als de zonde, zuiver als een engel en zoet als de liefde - zo moet de koffie zijn!' Dit verklaart in Willem van Mieris' schilderij een keur aan motieven met een scabreuze betekenis, zoals de vogelkooi boven tafel, de voetstoof als vrouwenlieveling, en niet in de laatste plaats de opvallend in de voorgrond geplaatste mand met perziken. Voor de erotische uitleg van de perzik, die veelvuldig in bordeelscenes voorkomt, zijn tal van voorbeelden. De Franse schrijver François Rabelais (1494 - 1553), die in de 17de eeuw in Nederland graag gelezen werd, gebruikte in zijn humanistische vertelling Gargantua et Pantagruel uit 1535 de 'apricot fendu' (gespleten abrikoos) als aanduiding voor het vrouwelijke geslachtsorgaan. Als geheel is deze voorstelling derhalve op te vatten als een amusante, maar tevens moraliserende waarschuwing tegen genotzucht.

Op de voorgrond liggen een houten kinderkliek met bal, symbool voor een verwaarloosde opvoeding door de ouders resp. de vader.

Literatuur
 Catalogus Dresden 1856, p. 219.
 Schäfer 1860, II, p. 449.
 Catalogus Dresden 1908, p. 572
 Elen-Clifford Kocq van Breugel 1985, p. 153 e.v..
 Fock, C. Willemijn. Het Nederlandse interieur in beeld 1600-1900. Zwolle: Waanders Uitgevers, 2001.
 Knoppers, Adriana. In de kraam. Wetenswaardigheden over oud-Nederlandse kraamgebruiken. Zoetermeer: Nutricia, 1975.
 Laabs, Annegret. De Leidse fijnschilders uit Dresden. Zwolle: Waanders, Uitgevers, 2001.
 Landwehr, John. De Nederlander uit en thuis. Spiegel van het dagelijkse leven uit bijzondere zeventiende-eeuwse boeken. Alphen aan den Rijn: A.W. Sijthoff,1981.
Montijn, Ileen. Tussen stro en veren. Het bed in het Nederlandse interieur. Wormer: Immerc bv, 2006.

Gesigneerd en gedateerd middenonder: W. van Mieris.F.Anno 1719
Olieverf op eikenhout. 28.6 x 48 x 0,9 cm

Staatliche Kunstsammlungen Dresden (vanaf 1817)
Aangekocht op de veiling van Wassenaer-Obdam in Den Haag op 19 augustus 1750, nr. 58, voor ƒ 227. Op een onbekend tijdstip in de Dresdense collectie terecht gekomen. Vanaf 1817 in de galerij nr 1777.
Restauratie: 1868 (Protokollband 3, p. 172)

Bron: ^Robin Bargmann


Webmuseum and Digital Archive Colf & Kolf © Koninklijke Nederlandsche Kolfbond | Koninklijke Nederlandse Golf Federatie