Webmuseum Colf & Kolf
Click for large image

1887--NK_.jpg

De Nationale Kolfbond, 1887

1887 Schiedam
84

Nationale Kolfwedstrijd
1887.

Wijze: Suzanna

De Nationale Kolfbond
Staat thans in vollen bloei,
Hoe heerlijk uit zich hier zijn kracht,
Zijn leven en zijn groei,
Hiep, hiep, hoera!
Lang leve onze Bond,
Een bond zooals voorheen nog nooit
In 't Kolfspel bestond.

Eertijds werd ons geliefkoosd spel
Op hoogen prijs gesteld,
De banen waren legio,
Alom wordt 't nog verteld;
Maar zooals wij,
Heeft men geen bal geraakt,
Want eer wij van hier scheiden gaan,
Zal 't juichen nog dat 't kraakt.

Vrienschapp'lijk en gezellig toch,
Bewegen wij ons hier,
En is de prijskamp dra beslecht,
Dan volgt gepaste sier;
Dan wordt hernieuwd
Wij kolvers weten 't wel:
Bij zang en dronk, de Kolversband
Van broeders in het spel.

De wedstrijd werd in Alkmaar
Verleden jaar gevierd,
Met 58 punten heeft
Vincent ze daar gepierd,
Maar Tensen won
Met G o m den eersten prijs,
S a ij e t of G o m wie hier beslist,
Wat is de beste wijs?

Saijet heeft als a n t i q u i t e i t,
Voorzeker zeer veel schoons,
Maar G o m in net en sierlijkheid,
Heeft iets zeer ongewoons.
Saaije Saijetten,
Betwist den eersten prijs,
Aan al de Gummies is de baan,
Op ouderwetsche wijs.

De nieuwe strijd om Korpsprijs
Viel alom in den smaak,
Wie die Medaille winnen zal?
En pikken aan den haak?
Leve zij allen!
Die kampers jong en grijs,
Het zijn de minste kolvers niet,
Die dingen naar deez' prijs.

Men zegt dat G o u d a had het land,
't Stond H a a r l e m ook niet aan,
Men had gewenscht, 't viel uit de hand,
Den wedstrijd op heur baan.
O N i e u w e N i e d o r p,
Ge deedt Sch i e d a m plaisir,
Het lot had wel voor U beslist,
Het Bondsfeest is thans hier.

Wie weet of nu S t. M a a r t e n niet,
Of B o s k o o p, Z u i d sch a r wouw,
Het feest aan G o e s of D e l f t biedt,
Die 't elk wel hebben wou;
Maar als 't in G o e s is,
Dan komt er toch gewis?
Zooals Sch i e d a m het heeft gedaan,
Een spinternieuwe baan!

Als Z e v e n h u i z e n, O v e r sch i e,
En W a a t' r i n g of S p a n b r o e k,
Ook zeggen 't kan bij mij niet zijn,
Wij danken voor 't bezoek.
Wat dan Mijnheeren?
Geen nood, komt tijd, komt raad;
De bond, komt heffen wij het glas,
Zal blijven 't ga zoo 't gaat.

Met B o l s w a r d sluiten wij de rij,
Het verste op de reis,
Joviale Kolvers, roem ze vrij,
Joviaal op Friesche wijs.
Zeeuwen en Friezen,
Met Holland Noord en Zuid,
Drinkt allen op een ieder's heil,
Het glas ten bodem uit.

De President met heel 't Bestuur
Van onzen Kolfbond,
En Balenblanken die het eerst
Aan 't hoofd der Kolvers stond:
Hiep, hiep, hoera!
Zij leven lang, hoera!
In seculorum secula,
Hiep, hiep, hiep, hiep, hoera!

Bron: Stadsarchief Amsterdam, inventaris M.D. Kalker, Do Smit

Click for large image

KLAG06041000033_.jpg

Het Kolven (1), 1887

Schiedam
1887
86

Het Kolven.

Wijze: De Kolfbaan is in rep en roer.

Wie weet er op dit wereldrond
Een spel zoo prettig, en gezond,
Zoo edel, als het kolven. (bis)
't Oud Hollandsch spel dat ons het bloed
Met kracht door d'adren stroomen doet,
En door het harte golven. (bis)

Komt heeren, komt, bekijken wij
Het schoone spel meer van nabij,
Met al zijn vreemde termen. (bis)
Bij elke slag een ander woord,
En, zulken, die men zelden hoort,
Men telt ze maar met zwermen. (bis)

Eerst wordt de 'Stoof' geïnspecteerd,
Daarna de 'Palen' afgesmeerd,
Dan hoort met 'uitslag' Heeren! (bis)
De ballen snorren door de baan,
En 'voor- en achterkolvers' staan
Hun gang te observeeren. (bis)

Het doet den kolver steeds pleizier,
Wanneer de ballen 'half vier',
Of op de 'Matjes' komen. (bis)
Maar komen zij slechts 'half baan',
Dan is de 'Voormaat' slecht voldaan,
De kans wordt hem ontnomen. (bis)

Een 'Opbal' heeft men 't liefst van al
Een 'Meisje' (mis) een gek geval,
Mag men zijn 'Maat' niet geven. (bis)
Twee palen tegelijk is kras
En 'driemaal staan' dan klinkt het ras:
Wij zullen met hem 'leven'. (bis)

Met hoort somtijds: 'Ik moet er uit'
Zoo'n 'Snijbal' laat, het is verbruid,
In lang niet met zich spotten. (bis)
Dat 'achterin' is toch een kruis,
Misschien breng ik ze wel 'dood t'huis',
Maar met 'n drie, vier, 'Schotten'. (bis)

De bal wordt soms ook 'doorgehaald',
'Onder de baan door', is bepaald
Om zich haast dood te treuren. (bis)
Het 'trekken' en het 'kolf aan stek',
Al klinkt dit laatste ook wat gek,
Ziet men toch ook gebeuren. (bis)

Het zij men kolft met 'gom' of 'saaij',
Niet kalm, maar woest met veel lawaai
Geen 'maatslag!' hoort men roepen. (bis)
Men zoekt een kolfje naar zijn hand
Toch zijn er met geen fraaijen stand,
Als of ze staan te p..... . (bis)

Het 'puntenspel' van nieuw'ren tijd,
Zal 't 'maatspel' (om gezelligheid)
Voorzeker nimmer bannen. (bis)
De meesten zijn als 'maat' veel mans,
Toch ziet men bij een strijd als thans,
Ook zenuwen bij mannen. (bis)

Gij Heeren die aan 't euvel lijdt
Wie weet, ook aan neerslachtigheid?
Kom, 't glas omhoog geheven. (bis)
Dat sterkt de zenuw in den strijd,
Verdrijft zelfs ook de moedeloosheid.
De Kolvers zullen leven,
Hoera zij zullen leven.

Bron: Stadsarchief Amsterdam, inventaris M.D. Kalker, Do Smit

Click for large image

KLAG06041000035_.jpg

Het Kolven (2), 1887

Schiedam
1887
88

Het Kolven.

Wijze: 'De kolfbaan is in feestgewaad!'

Tekst als bij Het Kolven (1), 1887, met uitzondering van de laatste twee coupletten en de toevoegingen:

Wie weet er op dit wereldrond
Een spel zoo prettig, en gezond,
Zoo edel, als het kolven. (bis)
't Oud Hollandsch spel dat ons het bloed
Met kracht door d'adren stroomen doet,
En door het harte golven. (bis)

Komt heeren, komt, bekijken wij
Het schoone spel meer van nabij,
Met al zijn vreemde termen. (bis)
Bij elke slag een ander woord,
En, zulken, die men zelden hoort,
Men telt ze maar met zwermen. (bis)

Eerst wordt de 'Stoof' geïnspecteerd,
Daarna de 'Palen' afgesmeerd,
Dan hoort met 'uitslag' Heeren! (bis)
De ballen snorren door de baan,
En 'voor- en achterkolvers' staan
Hun gang te observeeren. (bis)

Het doet den kolver steeds pleizier,
Wanneer de ballen 'half vier',
Of op de 'Matjes' komen. (bis)
Maar komen zij slechts 'half baan',
Dan is de 'Voormaat' slecht voldaan,
De kans wordt hem ontnomen. (bis)

Een 'Opbal' heeft men 't liefst van al
Een 'Meisje' (mis) een gek geval,
Mag men zijn 'Maat' niet geven. (bis)
Twee palen tegelijk is kras
En 'driemaal staan' dan klinkt het ras:
Wij zullen met hem 'leven'. (bis)

Met hoort somtijds: 'Ik moet er uit'
Zoo'n 'Snijbal' laat, het is verbruid,
In lang niet met zich spotten. (bis)
Dat 'achterin' is toch een kruis,
Misschien breng ik ze wel 'dood t'huis',
Maar met 'n drie, vier, 'Schotten'. (bis)

De bal wordt soms ook 'doorgehaald',
'Onder de baan door', is bepaald
Om zich haast dood te treuren. (bis)
Het 'trekken' en het 'kolf aan stek',
Al klinkt dit laatste ook wat gek,
Ziet men toch ook gebeuren. (bis)

Wanneer het spel staat 'om de zweep'
Verliest, betaalt die gaat om zeep
En 't is niet om te smalen. (bis)
Maar 'n ...... bal, het bleek weer klaar
Kan 't tegen ...... 't is maar weer waar
Toch op den duur niet halen. (bis)

-----
Is niet om op te smalen
Maar kon 't toch weer niet halen (2 maal bis)
-----

De kolfbaan is in feestgewaad
Hoe sierlijk toch zoo'n plantje staat
Wilt alles niet verdrijven. (bis)
Verzoeken wij dan aan 't bestuur
Dat iets er van ook op den duur
In onze baan mag blijven. (bis)

En als wij dan een volgend jaar
De kolvers roepen bij elkaar
Uit al de vier windstreken. (bis)
Dan sieren wij de baan weerop
En hijschen alles ja ten top.
In 'n baan vrij van gebreken. (bis)

=====

Wij hebben de baan zij staat er
Ze breken haar niet af
Hoera voor hem die ons haar
Door zijn bemoeijing gaf.

-----

Hij heeft thans in de baan,
Maar welk een schoon verband,
Ook in het dagelijksch leven
Een kolfje naar zijn hand.

Bron: Stadsarchief Amsterdam, inventaris M.D. Kalker, Do Smit

Click for large image

KLAG06041000114_.jpg

De mensch leeft niet slechts voor zijn daaglijksche taak, ws. 1887

Op de
Nieuwe Kolfbaan
in 'de Prins van Oranje'
te Goes

Wijze: Voor Neêrland een lied op een krachtigen toon.

1.
De mensch leeft niet slechts voor zijn daaglijksche taak,
Maar ook voor ontspanning, genot en vermaak;
Wie altijd maar werkt en eens nimmer geniet,
Mist veel van de vreugde, die 't leven ons biedt.
Doch zien we toe, wat voor spel ons behaagt,
Opdat genot niet ons welzijn verjaagt.
Het spreekwoord is waarheid en niet enkel schijn:
De boog kan niet altijd gespannen toch zijn.

2.
En welk is nu 't spel, dat ons allen bekoort,
En geenszins 't genot van den speler verstoort?
't Is 't kolfspel zoo edel, zoo schoon en gezond,
Als men ooit een spel voor volwassenen vond.
Niemand kan kolven, ontbreekt hem een baan,
Waar hij zijn bal met succes uit kan slaan.
In Goes was er één, die maar taam'lijk voldeed,
Maaar nu is een nieuwe, een bet're gereed.

3.
Die baan, Mijne Heeren, bevalt z'U niet goed?
Men vindt maar een enk'le, die beter voldoet.
Wie daarop met kolven geen prijsje behaalt,
Moet zeggen, dat kunst of geluk hem hier faalt.
Ruim is de baan en gezellig en goed,
't Eden van hem, die aan kolven veel doet.
En daarom zij Eere den stichters dier baan;
Hun kennis en kunst hebben 't wonder gedaan.

4.
Het eerst mag genoemd de Heer H.J. Molhoek;
Hij bracht ook Schiedam eens een kolversbezoek,
En kreeg daar al spoedig het denkbeeld in 't brein:
Zoo'n baan moest in Goes in 'de Prins' ook wel zijn.
Dra was hij het eens met vriend Pluyster, den man,
Die zulk een kolfbaan zoo goed leggen kan,
En Kok, die hem diende tot rechtere hand,
Die drie brachten samen dit strijdperk tot stand.

5.
Die baan munt niet uit voor de kolvers alleen,
Z'is tevens de vloer van een zaal voor elkeen.
Wie houdt van muziek, van tooneel of van zang,
Vindt hier steeds een plaats naar zijn smaak en zijn rang,
Heerlijker danszaal dan deez' is er niet;
Wie hier vertoeft, hij verbant zijn verdriet.
In waarheid het is een lokaal naar den aard;
Het blijve voor Goes nog veel jaren gespaard.


Op de twee bladzijden die volgen op deze liedtekst is in het kort de geschiedenis beschreven van kolfbanen in 'De Prins van Oranje' te Goes. Uit deze omschrijving kan worden afgeleid dat de opening van de nieuwe baan plaatsvond in 1887.

Bron: Stadsarchief Amsterdam, inventaris M.D. Kalker, Do Smit

Click for large image

KLAG06041000028_.jpg

De Nationale Kolfbond, 1888

3e Nationale Wedstrijd 1888

Wijze: Suzanna

De Nederlandsche Kolfbond
viert weer zijn jaarlijks feest
Hij leve en met elken stond
Kweek’ hij den broeder geest
Hiep, hiep, hoera
Het gaat weer om den prijs
Op! op, gij Neerlànds kolvers dan
Gij kolvers jong en grljs.

Wij 'zitten weer aan ‘t Bonds diner
De kolvers met elkaar
en zingen allen lustig mee
Juigt kolvers al te gaar
Leve de Bond!
Leev'jaren, jaren 1ang
Opdat U ‘t verre nageslaoht
Nog wijde U den zang.

En worden wij ’t dineeren moe
Dan naar “de bovenzaal”
Van het café “het schaakbord” toe
Spreekt daar een rode taal
Maar als het lot
De club dan heeft bepaald
Waar weer de wedstrijd wezen moet
Uw plank niet opgehaald.

Wij kolven steeds maar lustig voort
Naar 't einddoel van den strijd
De vreugde werd hier nooit verstoord
A1 duurt het langen tijd
Stoor aan het glas
Want ’t hoofddoel van ons feest
Is uit te munten in het spel
Maar vriendschap toch het meest.

Het Kolven is men nog niet moe
Wilt gij dat niet verstaan?
Gaat gij dan eens naar Dordrecht toe
Daar weer herrees een baan
Hiep! hiep, hoera
Ja zoo, zoo moet het gaan
Opdat weer ons Oudhollands spel
Komt bovenaan te staan.

En zijt gij dan zoo’n grooten does
Dat giJ wilt meer bewijs
Welnu gaat dan eens mee naar Goes
Daar raakt gij van den wijs
Leve die baan
Spiksplinterieuw gemaakt
Die keurig, keurig loopen moet
A1s men ze maar goed raakt.

Wij brengen hier ons compliment
Aan Tensen en aan Kist
Die beiden reeds,het is bekend
Den prijs wonnen, beslist
Leve Zuidscharwou
Die net twee punten maar
Als speler naar den corpsprijs
Versloeg den Gouwenaar.

En wie het nu weer winnen zal?
Wel die ze weer goed raakt
Het hangt hier af van het getal
Der punten, die men maakt
Nu wie het zij,
Hollander, Zeeuw of Fries
Den Stichtschen is het ook gegund
Elk kent tegen verlies.

Komt heffen wij het glas omhoog
En drinken wij eens uit '
Want zingen maakt de keelen droog
Daarom dus tot besluit
Leve de clubs
Bestuurder, lid hoera!
En al de Kolvers van het land
Bond, zonder wederga.

Click for large image

1891.jpg

De Nationale Kolfbond, 1891

De Nederlandsche Kolfbond, 6e Nationale Wedsrijd. 1891

Wijze: Suzanna

De Nationale Kolfbond
Viert weer zijn jaarlijks feest.
Hij leve en met elken stond
Kweek' hij den broedergeest.
Hiep, hiep, hoera.
Het gaat weer om den prijs
Op! op, gij Neerlands' Kolvers dan,
Gij Kolvers jong en grijs.

Wij zitten weer aan 't Bonds diner,
De Kolvers met elkaar
En zingen allen lustig mee.
Juicht Kolvers al te gaar,
Leve de Bond!
Leev' jaren, jaren lang;
Opdat U 't verre nageslacht,
Nog wijde U den zang.

En worden wij 't dineeren moe
Dan naar 'de bovenzaal'
Van de Societeit de Kroon
Spreekt daar een ronde taal.
Maar als het lot
De club dan heeft bepaald
Waar weer de wedstrijd wezen moet,
Uw plank niet opgehaald.

Wij Kolven steeds maar lustig voort
Naar 't einddoel van den strijd.
De vreugde werd hier nooit verstoord,
Al duurt het langen tijd.
Stoot aan het glas;
Want 't hoofddoel van ons feest,
Is uit te munten in het spel,
Maar vriendschap toch het meest.

En wie het nu weer winnen zal?
Wel die ze weer goed geraakt,
Het hangt hier af van het getal
Der punten die men maakt.
Nu wie het zij.
Hollander, Zeeuw, of Fries,
Een iedereen is het gegund
Elk kent tegen verlies.

Komt heffen wij het glas omhoog,
En drinken wij eens uit;
Want zingen maakt de keelen droog,
Dus daarom tot besluit.
Leve de clubs.
Bestuurder, lid hoera!
En al de Kolvers van het land,
Bond, zonder wederga.

Click for large image

KLAG06041000025_.jpg

Huldezang, 1891

Een soort 'medley' van zes strofes

Huldezang,
gewijd aan de
Kolfvereeniging 'Haarlem',
op 7 september 1891

Wijze: Die Wacht am Rhein

Heft aan! Heft aan! Een vroolijk lied,
Op 't feest dat Haarlem ons nu biedt;
Komt zingen wij verheugd en blij,
Een lied op Haarlems feestgetij.
Ons kolvershart is nu verblijd,
Wij juichen, zingen als om strijd,
Op 't feest dat ons te saam hier brengt,
Op 't feest dat Haarlem ons nu schenkt.

De strofe is in 1894 in iets aangepaste vorm hergebruikt te Bolsward.

Wijze: Eine kleine Wunderschöne.

Lang reeds hebben w'ons verkneukeld
In 't vooruitzicht van de pret,
Die ons hier in Haarlem wachtte,
In 'de Kroon' zoo flink en net.
Waar een gastvrouw ons verbeidde,
Joviaal en gul van aard,
Meer dan and'ren preutsch en deftig,
't Bezoek van Neêrlands kolvers waard!
Waard, waard, waard enz. enz.
Meer dan and'ren, preutsch en deftig,
't Bezoek van Neêrlands kolvers waard!

Wijze: Letzte Rose.

Want vriend Kooij en Poortman beiden,
Heel 't Bestuur van Haarlems Club,
En 't Societeitsbestuur niet minder,
Betoonden zich zeer flink en hupsch!

Wijze: Mirliton.

Dat ziet men hier aan alles,
Dat valt ons daad'lijk op,
Uit blijdschap over 't feest roch,
Heesch men de vlag in top.

(En men kocht een prijzental
Dat een ieder roemen zal,
En men sierde baan en zaal,
Voor 't kolffeest altemaal!) bis

Wijze: Susanna,

Ook wacht ons hier een rijtoer nog,
Door Haarlems schoone dreef,
Waarbij licht menig onzer denkt:
'Ik wou dat ik hier bleef'!
(En dan die Soirée nog,
Aan 't einde van den strijd,
Zij wekt nu onze vreugde reeds,
Zij maakt ons hart verblijd!) bis

Wijze: Wien Neêrl. bloed.

Komt vrienden, brengen w'onzen dank,
Aan Haarlems vroed Bestuur,
En al wie nog het zijne deed,
Tot vreugde van dit uur;
Komt drinken wij nu Haarlems heil,
Ons allen dier en waard,
En zingen wij: Leef Haarlem, leef!
Leef lang nog op deez' aard!! (bis)

Hiep, hiep, hiep, hoera!!

Bron: Stadsarchief Amsterdam, inventaris M.D. Kalker, Do Smit

Click for large image

KLAG06041000011_.jpg

De Nationale Kolfbond, 1894

De Nederlandsche Kolfbond.
9e Nationale Wedstrijd
1894

WIJZE: 'Suzanna'

De Nationale Kolfbond
Viert weer zijn jaarlijks feest.
Hij leve en met elken stond
Kweek' hij den broedergeest.
Hiep, hiep, hoera.
Het gaat weer om den prijs.
Op! op, gij Neerlands' Kolvers dan,
Gij Kolvers jong en grijs.

Wij zitten weer aan 't Bonds diner,
De Kolvers met elkaar
En zingen allen lustig mee.
Juigt Kolvers al te gaar,
Leve de Bond!
Leev' jaren, jaren lang;
Opdat het verre nageslacht,
Nog wijde U den zang.

Wij Kolven steeds maar lustig voort
Naar 't einddoel van den strijd.
De vreugde werd hier nooit verstoord,
Al duurt het langen tijd.
Stoot aan het glas;
Want 't hoofddoel van ons feest,
Is uit te munten in het spel,
Maar vriendschap toch het meest.

En wie het nu weer winnen zal?
Wel die ze weer goed raakt,
Het hangt hier af van het getal
Der punten, die men maakt.
Nu wie het zij,
Hollander, Zeeuw, of Fries,
Een iedereen is het gegund
Elk kent tegen verlies.

Komt heffen wij het glas omhoog,
En drinken wij eens uit;
Want zingen maakt de keelen droog,
Dus daarom tot besluit.
Leve de clubs,
Bestuurder, lid hoera!
En al de Kolvers van het land;
Bond, zonder wederga.

Bron: Amsterdams Archief, inventaris M.D. Kalker/Do Smit

Click for large image

KLAG06041000005_.jpg

Feestliederen, 1894

Kolfclub 'Bolsward'

Feestliederen
ter gelegenheid van de prijsuitdeeling
van den
Nationalen Kolfwedstrijd,
gehouden te Bolsward
op 10 en 11 September 1894

Steendruk - Firma B. Cuperus Az - Bolsward

De volgende liederen zijn opgenomen in deze bundel (klik op regel onder de afbeelding):
˖ Aan de Kolvers (Wijze: De winter komt zijn afscheid brengen)
˖ Vriendschap (Wijze: Mijn Victoria)
˖ Feestsangkje (Wijze: Daar gaat nu mijn Kloris vol moed met zijn vrienden)
˖ Ons Kolffeest (Wijze: Mijn Victoria!)
˖ Het Kolven (Wijze: De Kolfbaan is in rep en roer)
˖ Na een Toast (Wijze 1: van Sequa en Wijze 2: Triomf, de vreugde stijg' ten top)

Bron: Amsterdams Archief/inventaris M.D. Kalker/Do Smit

Click for large image

voorblad-kolfmarsch_.jpg

Nationale Kolfmarsch, 1894

Liedtekst
1.
Heft aan dan nu een vroolijk lied
Op 't feest dat Bolsward thans U biedt
Komt zingen wij verheugd en blij
Een lied op Bolswards feestgetij
Ons kolvershart is nu verblijd
Wij juichen, zingen als om strijd
Op 't feest dat ons hier samen brengt
Op 't feest dat Bolsward ons nu schenkt.
2.
En allen brengen wij vol vuur
Ons' dank aan 't flinke Bondsbestuur
En al wie werkzaam is geweest
Tot 't slagen van dit kolversfeest
Komt drinken wij op dezen stond
Den bloei van Neerlands kolversbond
Wij werke steeds en ongestoord
Nog vele, vele jaren voort.

Titelblad
Prijs 50 Cents.
Opgedragen aan "den Nederlandschen Kolfbond", Franz Kronig, Directeur-Kapelmeester van het Muziekkorps
van Bolsward.
Nationale Kolfmarsch.
Voor Piano met Zang.
Woorden van twee Jannen.
Ter herinnering aan het Negende Nationale Kolffeest, 10 en 11 September 1894.
Uitgave G.M. Märckelbach Bolsward

De nagelaten drukwerkversie vermeldt op het titelblad in een onbekend handschrift (M.D. Kalker?): 'V. Den Heer Vos te Bolsward. Mij gegeven als aandenken. 1909.' .

Toelichting
De voorletters van de heer Märckelbach staan voor Gijsbert Matthijs, op of omstreeks 6 januari 1853 geboren te Harderwijk, als één van een tweeling, van een apotheker te Harderwijk. Als medewerker in de boekhandel/drukkerij van de weduwe P.M. Feenstra te Bolsward huwde hij haar dochter Sijbrigje, nam het bedrijf over en bracht dit tot grote economische bloei. Deze uitgave dateert uit de periode dat Gijsbert Matthijs kennelijk eigenaar was van de boekhandel/drukkerij.
De kennis van muziektheorie van Gijsbert Matthijs, als boekhandelaar/uitgever, blijft onbekend. Drukkerijen in een provinciestad beschikken niet als vanzelfsprekend over drukwerkhulpmiddelen voor muzieknotatie.

De familienamen van de Twee Jannen, verantwoordelijk voor de tekst, zijn overgeleverd in Het Nieuws van de Dag, Kleine Courant van 17 september 1894: 'de heeren Jan Cuperus en Jan Fennema'. In hetzelfde artikel wordt de compositie 'eene vererassing voor de kolvers' genoemd.
Let op: de tekst van de eerste strofe is nagenoeg gelijk aan de tekst van de eerste strofe in de Huldezang uit 1891.

Over de Directeur-Kapelmeester én componist Franz Kronig is tot heden (april 2018) niets terug te vinden op internet. De compositie was bedoeld als 'gelegenheidscompositie' en heeft waarschijnlijk mede daardoor geen sporen nagelaten in de Nederlandse (muziek) archieven.

Het muziekkorps van Bolsward is opgericht op 4 mei 1881 en is, blijkens een vermelding in de Staatscourant van
15/16 november 1903, op26 oktober 1903 bij Koninklijk Besluit nr. 41 erkend als vereniging.

Bron: Dirk Spijker
Reconstructie bladmuziek: Do Smit/Amsterdams Archief, inventaris M.D. Kalker

Click for large image

KLAG06041000118_.jpg

Vriendschap, 1894

Vriendschap

Wijze: Mijn Victoria

Wij zijn hier weer bijeengekomen
Op ’t feest van onze kolfpartij
Waaraan met vreugd wordt deelgenomen
Door hen die doen aan kolverij
Gewis een bron is ’t van genoegen
Als menschen uit geheel het land
Welmeenend zich tezamen voegen
Vereenigd door een schoonen band

Refrein
Onze kolfpartij, onze kolfpartij
Zij een vriendenband, dit wenschen wij
Onze kolfpartij, onze kolfpartij
Zij een band, dit wenschen wij

Laat ons voor allerlei belangen
De handen in elkander slaan
Bij al wat hier wordt aangevangen
Eendrachtig immer samengaan
Dan kan hier vrede en welvaart tieren
Ten zegen van het algemeen
Dan kunnen wij hier feesten vieren
Toegankelijk voor iedereen

Refrein
Zie hierboven

Wij mogen dit met vreugd ervaren
Het feest dat ons hier brengt tezaam
Bestaat reeds sedert negen jaren
En heeft een goeden klank en naam
Zoo moet het vele jaren duren
Ja, blijven wij maar eensgezind
Dan is ’t de band die ons als buren
En feestgenooten samenbindt.

Refrein
Zie hierboven

Vriendschap
Wijze: Mijn Victoria
Bolsward
1894

Click for large image

1895--DeZwaan_.jpg

Liederen, 1895

Nieuwe Kolfbaan 'De Zwaan' te Zaandijk

LIEDEREN
te zingen bij
Den Nationalen Kolfwedstrijd
te Koog aan de Zaan
op 8, 9 en 10 September 1895

Opgenomen in deze bundel:
• Weest welkom, vrinden (wijze: Schap vreugde in het leven)
• De kolvers zijn bijeen gekomen (wijze: Mijn Victoria)
• Wat is een wapen voor den man - de kolf (wijze: Wie praalt aan 't hoofd der heldenstoet?)
• Een lied thans aangeheven (wijze: Nicola, ha! ha!)
• Onderlinge vriendschap (wijze: Io vivat)

Bron: Amsterdams Archief, inventaris M.D. Kalker, Do Smit

Click for large image

KLAG06041000004_.jpg

Groet van Bolsward aan Alkmaar, 1896

Groet van Bolsward aan Alkmaar

FEESTLIED
Opgedragen aan den
Nederlandschen Kolfbond, de Kolvers en de Alkmaarsche Burgerij

WIJZE: Hiep, Hiep, Hoera.

1.
Hebt gij de vreugdekreet gehoord
Van Neerlands' Kolfpartij,
Voor kolvers is 't de schoonste dag,
Elk doet met ernst zijn slag
En 't is der kolvers grootste pret:
Te kampen, flink - oprecht.
(Elk kolver doet zijn uiterst best,
Doch winnen spant op 't lest) bis
(Dus Neerlands' zonen nu gezongen,
Hiep, hiep, hoera) bis
(Kranig hebben ze overwonnen,
Hiep, hiep, hoera) bis

2.
De kolvers komen telkens weer,
Dat ziet men jaar op jaar!
Geen een ontbreekt haast deze keer
Nu 't feest is in Alkmaar.
De Victorie van den ouden tijd,
Toen Spanje met ons streed,
(Begon van hier dat was een feest,
Men zong toen reeds om 't meeest) bis
(Kom Hollands' zonen nu gezongen,
Hiep, hiep, hoera) bis
(Kranig hebben die oudjes overwonnen,
Hiep, hiep, hoera) bis

3.
Hebt gij dien mooie bal gezien,
Hij sloeg hem raak vandaag!
De winner wordt hij wel misschien
Dat zag een ieder graag.
En lag hij soms ook achter in,
Hij sneed hem naar zijn zin.
(En 't was een wonder om te zien
Hoe hij dan nog sloeg tien) bis
(Kom Neerlands' zonen nu gezongen,
Hiep, hiep, hoera) bis
(Kranig heeft hij overwonnen,
Hiep, hiep, hoera) bis

4.
Het Hoofdbestuur komt eere toe
Voor alles wat het doet,
Het wordt het kolven nimmer moe
Dat geeft de strijders moed.
En moet er soms een woord gezegd,
Of een geschil beslecht,
(Het past een lied aan hun gewijd
Voor 't kranige beleid) bis
(Dus Neerlands' zonen nu gezongen,
Hiep, hiep, hoera) bis
('t Hoofdbestuur nu toegezongen,
Hiep, hiep, hoera) bis

W.V., / Steendruk Firma B. Cuperus Azn, Bolsward / B.

Bron: Amsterdams Archief, inventaris M.D. Kalker/Do Smit

Click for large image

KLAG06041000003_.jpg

Na een Toost, 1896

Na een Toost.

WIJZE: Van Sequah

O, wat sprak die spreker
Daar een prachtig woord,
Velen hebben 't zeker
Nooit zo mooi gehoord.
Hij heeft met de vonken
Van zijn fraai vernuft,
Heerlijk uitgeblonken
Ieder zit verzuft!

Typ. Chr.J. Rebers, Schiedam

Bron: Amsterdams Archief, inventaris M.D. Kalker/Do Smit

Door te klikken onder de afbeelding kan een voorbeeld van de bladmuziek (aanname) en een digitale weergave daarvan worden verkregen.

Click for large image

KLAG06041000100_.jpg

Drie liederen, 1898

Wien kolversbloed door d'ad'ren vloeit.

Wijze: Wien Neêrlandsch bloed.

Wien kolversbloed door d'ad'ren vloeit,
Van vreemde smetten vrij;
Wiens hart voor 't edel kolfspel gloeit,
Verheff' den zang als wij.
Hij geve luid zijn vreugde lucht
En jubelt op dit feest.
Hij zij voor d'uitslag niet beducht,
Zijn club staat vast het meest. (bis)


Hebt gij de juichkreet reeds gehoord.

Wijze: de Boeren van Transvaal.

Hebt gij de juichkreet reeds gehoord
Van 't kolffeest aan de Zaan?
Waar tal van kolvers rap en flink
Een reeks van twaalven slaan.
De Koog en Alkmaar, Zuid-Scharwoû,
Haarlem en Hugowaard
En nog veel and'ren zijn er bij
De besten van deez' aard.
De flinksten zullen 't overwinnen.
Hiep, hiep, hoera! Hiep, hiep, hoera!
De flinksten zullen 't overwinnen.
Hiep, hiep, hoera! Hiep, hiep, hoera!


Het is voorbij.

Wijze: Iö vivat.

Het is voorbij! Het is voorbij!
De strijd is nu beslist.
De overwinnaar heeft de eer,
Medailles en ook nog wat meer.
Het is voorbij! Het is voorbij!
De strijd is nu beslist.

Wij loven hem! Wij loven hem,
Die overwinnaar werd!
Nu stijgt er op een blij gejuich,
Dat van ons aller vreugd getuigt.
Wij loven hem! Wij loven hem,
Die overwinnaar werd.

R.

Bron: Stadsarchief Amsterdam, inventaris M.D. Kalker, Do Smit

Click for large image

031.jpg

Feestzangkje, 1898

Feestzangkje

Wijze: Daar gaat nu mijn Kloris vol moed met zijn vrienden

Lit nou ús de soargen in poaske forjitte
Wij meije sa fleurich hjir by enoar sitte;
Hwa wit it honear ús dit wer barre mei?
Dit is dôch gjin pretsje fen kom alledei

Lit dompers mar grine, lit dwersdriuwers tsiere
Lit oaren yn tsjustere saken omriere;
Lit ús ljeaver sjonge, hwent haters fen sang
Binn’ haters fen ’t goede, dat witte wy lang

Wij moatte alle dagen safolle biskreppe
For’n hopen bilangen ús warre en ús reppe
Nou binn’ wij ris efkes fen ’t ketting en frij
Op ’t feest fen üs Boalserter prijskolverij

En dêrom, goe frjeunen, lit fleurich ús sjonge
Helje op mar, mei oandrang, lit los mar de tonge!
Wij hoopje, dat dit yette faken hjir nei
Op ’t feest fen ús kolven us wer barre mei

Feestzangkje
Wijze: Daar gaat nu mijn Kloris vol moed met zijn vrienden
Bolsward
1898


Vertaling
Laat ons nu de zorgen een poosje vergeten
Wij mogen zo vroolijk hier bij elkaar zitten
Wie weet wanneer ons dit weer gebeuren kan
Dit is geen plezier dat elke dag terugkomt

Laat pessimisten maar huilen, laat rotzakken maar bekvechten
Laat de anderen hun eigen duistere zaken maar opknappen
Laten we liever zingen gaan, want ‘haters’ die zingen
Zijn goede haters, dat weten we al lang

Wij moeten alle dagen al zoveel werken
Voor veel belangen moeten we ons inspannen en haasten
Nu zijn wij even vrij en van alle werkzaamheden verlost
Op het feest van ons Bolswarder prijskolverij

En daarom goede vrienden, laat ons vroolijk zingen
Hopen op meer en met aandringen zeggen, laat los die tongen
Wij hopen dat dit veel vaker hier
Op het feest van ons kolven gebeuren mag

Click for large image

KLAG06041000101_.jpg

Twee liederen, 1898

Wees welkom hier

Wijze: Iö vivat!

Wees welkom hier! Wees welkom hier!
In 't vriend'lijk Krommenie.
Wij groeten U hier op deez' stond,
Gij staat op echten kolversgrond.
Wees welkom hier! Wees welkom hier!
In 't vriend'lijk Krommenie.

Gij komt ten strijd! Gij komt ten strijd
Vol lust en goeden wil.
De kolf ter hand, de paal in 't oog,
Te mikken dat 't gelukken moog'.
Komt nu ten strijd! Kom nu ten strijd
In 't vriend'lijk Krommenie.

Als Dinsdag dan, Als Dinsdag dan
De strijd weer is beslist,
Dan gaat de beste met den buit
Misschien ons Krommenie weer uit.
Wees welkom hier! Wees welkom hier
In 't vriend'lijk Krommenie.


O, spiegelglaf baantje van Willem van Vliet.

Wijze: o schitterende kleuren.

O, spiegelglad baantje van Willem van Vliet,
Gij zijt het toneel nu van strijd.
De Kolvers van Noord en van Oost en van Zuid,
Zij komen hier saâm zonder nijd.
Zij zenden de ballen met lust door de baan,
Ik zie op 't bord nog geen poedeltje staan,
Daar gaat weer een snijbal, recht kranig geraakt,
Zoo fraai zag ik geen nog gemaakt.

O! Bakker en Booij, en o! Jakob van Vliet,
Op U rust de hoop van de club.
Wees kalm en bedaard, overhaast u maar niet,
Wij wenschen U zeer veel geluk.
Slaat series van vijftig met nog wat er bij,
Dan zijn we tevreden, dan aad'men we vrij,
Maar als ge er minder dan vijftig ooit slaat,
Dan weten we ons wis geen raad..

Bron: Stadsarchief Amsterdam, inventaris M.D. Kalker, Do Smit

Click for large image

KLAG06041000098_.jpg

Zijt hier welkom, 1898

1898 Krommenie

Zijt hier welkom.

Wijze: Henri's Drinklied

Zijt hier welkom, waarde heeren,
Hoofdbestuurders van den bond,
Vroolijk willen wij vereeren
U een feestzang, op deez' stond;
Zijt gegroet! Zijt gegroet!
Zijt gegroet, gij kolvers vrinden!
Moogt gij hier veel vriendschap vinden,
Vriendschap, eendracht ongestoord,
Zoo 't ons kolvers steeds behoort.

Heil U burgers, plaatsgenooten!
Allen hier te zaam vergaard;
Gij schonkt door Uw milde gaven,
't Kolversfeest uw aandacht waard;
Zijt gegroet! Zijt gegroet!
Gij, die dit Neêrlands spel beminnen,
Wilt nu met den strijd beginnen;
Een zuiver oog en vaste hand
Past een kolver naar den trant.

Zorg de achterpaal te vinden,
Sla van boven toch op maat;
Want geloof ons, beste vrinden,
Dat het anders hier niet gaat.
Poedel nooit! Poedel nooit!
Spatters moet gij liefst niet maken,
Maar de paal steeds zuiver raken;
Geloof ons vrij, dan zal 't wel gaan
En gij zijt zeer goed voldaan.

Is een bal te zacht geslagen,
En loopt daardoor achterin,
Snijden en op maat geslagen
Is dan zeker uw gewin;
Snij maar raak! Snij maar raak!
De Markeur op Uw begeeren,
Flink met spons de paal aansmeren,
Opdat het raak of mis vooral
Duidelijk blijke op den bal.

Dat het bord vooral zal toonen
Ons veel twaalven bij uw naam;
En de uitkomst U zal loonen
Met een prijs van hier te gaan;
Op ten strijd! Op ten strijd!
Wilt Uw kalmte nu bewaren,
Om uitbundig uit te varen,
Als de wedstrijd is volbracht,
En U een prijs is toegedacht.

Denk dan vrienden, bij Uw heengaan,
Aan 't genoeg'lijk feest alhier;
Laat bij U de indruk meegaan:
Ik had in Krommenie pleizier.
Veel pleizier! Veel pleizier!
Gastvrij waren daar de menschen,
Wat toch kan men meerder wenschen?
Wij, wij roepen, blij te moe,
U een flink 'tot weerziens' toe.

v. V.

Bron: Stadsarchief Amsterdam, inventaris M.D. Kalker, Do Smit

Click for large image

KLAG06041000095_1901_.jpg

Aan de kolvers, 1901

Aan de kolvers

Wijze: De winter komt zijn afscheid brengen.

Laaat vrienden, ons een feestdronk wijden
Aan onze helden van den dag,
Die wij weêr dapper sagen strijden,
Die niemand ooit vergeten mag.
O kolvers, Neêrlands roem en eer.
Uw namen klinken heinde en veer. (bis)

Niet binnen Neêrlands enge grenzen
Blijft uwe kolversroem beperkt.
Gij wordt door duizenden van menschen
Ver buiten Neêrland opgemerkt.
Ja, kolvers, Neêrlands roem en eer.
Uw namen klinken heinde en veer. (bis)

Blijft maar volharden, flinke helden!
Steeds even moedig, even koen.
Gansch Neêrland moet uw lof vermelden;
Wij willen 't onze daartoe doen.
Van Bolsward uit weerklinke uw eer,
O flinke kolvers, heinde en veer. (bis)

Bron: Stadsarchief Amsterdam, inventaris M.D. Kalker, Do Smit

Click for large image

KLAG06041000093_.jpg

Feestlied, 1901

Feestlied

Groet van Alkmaar aan Bolsward

Wijze: Transvaalsch Volkslied

In de maand september van ieder jaar
Breekt een feesttijd voor ons aan
Waarvoor wij kolvers van Nederland
Onze zaken laten staan
Komt kolvers! laten wij nu strijden
Om de prijzen van den Bond
Te winnen, dat doet ons verblijden
En dat maakt ons ’t hart gezond
Het kolfspel ons ideaal
Dat interesseert ons allemaal.

’t Schoone Bolsward, de Friesche stad
Waar geen kolver haast mankeert
Heeft ons ontvangen met hart en hand
Zooals een kolver het begeert
De bloei van Bolsward nu gezongen!
En van haar kolvers wel het meest!
Flink los nu alle kolverstongen
En zing nu niet bedeesd
Dat Frieslandsch eenige Kolfbaan
Nog vele jaren moog bestaan.

’t Dagelijksch bestuur, dat onvermoeid
Zijn werkzaamheden verricht
Komt deze keer weer eere toe
Voor het volbrengen van zijn plicht
De ovaties verleden jaar ontvangen
Bij monde van de heer Vincent
Voor het behartigen der Bondsbelangen
’t Is ons allen goed bekend
Lang leeft ’t bestuur! Lang leeft ’t bestuur
Lang leeft het dagelijksch bestuur.

Mochten alle kolvers niet even blij
Weer huiswaarts keeren gaan
Dat dan de moed hun niet ontbreekt
Een volgend jaar weer pal te staan
Het doel is niet alleen te winnen
Maar het gezellig samenzijn
Er ontbreken nu nog kolverinnen
Dan zou het nog volmaakter zijn
’t Oud Hollandsch spel van Nederland
Blijve nog jaren lang in stand.

Afbeelding: Stadsarchief Amsterdam, inventaris M.D. Kalker

Click for large image

KLAG06041000097_1901_.jpg

Feestsangkje, 1901

Feestsangkje.

Wijze: Daar gaat nu mijn Kloris vol moed met zijn vrinden.

Lit nou ús de soargen in poaske forjitte
Wij meije sa fleurich hjir by enoar sitte;
Hwa wit it honear ús dit wer bare mei?
Dit is dôch gjin pretsje fen kom alledei.

Lit dompers mar grine, lit dwersdriuwers tsiere,
Lit oaren yn tsjustere saken omriere;
Lit ús ljeaver sjonge, hwent haters fen sang
Binn' haters fen 't goede, dat witte wy lang.

Wy moatte alle dagen safolle biskreppe,
For'n hopen bilangen ús warre en ús reppe,
Nou binn' wij ris efkes fen 't ketting en frij
Op 't feest fen üs Boalserter prijskolverij.

En dêrom, goe freunen, lit fleurich ús sjonge;
Helje op mar, mei oandrang, lit los mar de tonge!
Wy hoopje, dat dit yette faken hjir nei
Op 't feest fen ús kolven ús wer barre mei.

Bron: Stadsarchief Amsterdam, inventaris M.D. Kalker, Do Smit

Click for large image

KLAG06041000094_.jpg

Huldezang, 1901

Huldezang
gewijd aan de
Kolfvereeniging 'Bolsward'
op 10 September 1901.

Wijze: Die Wacht am Rhein.

Heft aan! Heft aan! Een vroolijk lied,
Op 't feest dat Bolsward ons nu biedt;
Komt zingen wij verheugd en blij,
Een lied op Bolswards feestgetij.
Ons kolvershart is nu verblijd,
Wij juichen, zingen als om strijd,
Op 't feest dat ons te zaam hier brengt,
Op 't feest dat Bolsward ons nu schenkt.


Wijze: Eine kleine Wunderschöne.

Lang reeds hebben w'ons verkneukeld
In 't vooruitzicht van de pret,
Die ons hier in Bolsward wachtte,
In de Doele zoo flink en net.
Waar een gastvrouw ons verbeidde,
Joviaal en gul van aard,
Meer dan and'ren, gul en aardig,
't Bezoek van Neêrlands kolvers waard!
Waard, waard, waard enz. enz.
Meer dan and'ren, gule en aardig,
't Bezoek van Neêrlands kolvers waard!


Wijze: Wien Neêrlands bloed.

Komt vrienden, brengen w'onzen dank,
Aan Bolswards vroed Bestuur,
En al wie nog het zijne deed,
Tot vreugde van dit uur;
Komt drinken wij nu Bolswards heil,
Ons allen dier en waard,
En zingen wij: Leef Bolsward, leef!
Leef lang nog op deez' aard!! (Bis)

Hiep, hiep, hiep, hoera!!!

Bron: Stadsarchief Amsterdam, inventaris M.D. Kalker, Do Smit

Click for large image

KLAG06041000096_1901_.jpg

Vriendschap, 1901

Vriendschap.

Wijze: Mijn Victoria.

Wij zijn hier weer bijeengekomen
Op 't feest van onze kolfpartij,
Waaraan met vreugd wordt deelgenomen
Door hen die doen aan kolverij.
Gewis een bron is 't van genoegen,
Als menschen uit geheel het land,
Welmeenend zich tezamen voegen,
Vereenigd door een schoonen band.
Onze kolfpartij, onze kolfpartij
Zij een vriendenband, dit wenschen wij.
Onze kolfpartij, onze kolfpartij
Zij een band, dit wenschen wij.

Laat ons voor allerlei belangen
De handen in elkander slaan,
Bij al wat hier wordt aangevangen
Eendrachtig immer samengaan;
Dat kan hier vrede en welvaart tieren
Ten zegen van het algemeen;
Dan kunnen wij hier feesten vieren
Toegankelijk voor iedereen.
Onze kolfpartij, onze kolfpartij
Zij een vriendenband, dit wenschen wij.
Onze kolfpartij, onze kolfpartij
Zij een band, dit wenschen wij.

Wij mogen dit met vreugd ervaren,
Het feest dat ons hier brengt tezaam
Bestaat reeds sedert zestien jaren,
En heeft een goeden klank en naam.
Zoo moet het vele jaren duren.
Ja, blijven wij maar eensgezind,
Dan is 't de band die ons als buren
En feestgenooten samenbindt.
Onze kolfpartij, onze kolfpartij
Zij een vriendenband, dit wenschen wij.
Onze kolfpartij, onze kolfpartij
Zij een band, dit wenschen wij.

Bron: Stadsarchief Amsterdam, inventaris M.D. Kalker, Do Smit

Click for large image

KLAG06041000087_.jpg

Liederen, 1902

No. 1.

De kolvers van den grooten Bond.

Wijze: In Mecklenburg daar woonde een vorst.

De kolvers van den grooten Bond
Zijn weer te saam gekomen,
Daarom nu weer in dezen stond
Gezongen met een open mond.
Een open mond, een open mond,
Om prijzen te behalen.

Het is nu reeds ten tweeden maal,
Dat wij hier wedstrijd houden,
Een wedstrijd, ja, op grooten schaal,
Het gaat om 't edele metaal.
Eed'le metaal, eed'le metaal,
Waar wij allen dan om strijden.

Uit alle oorden van het rijk,
Uit Friesland en uit Zeeland,
Uit Utrecht en van Langendijk
Zijn zij als broeders steeds gelijk.
Ja steeds gelijk, ja steeds gelijk,
Om prijzen te behalen.

't Bestuur onz' hulde nu gebracht,
En ook den milden gevers,
Want dat is hier een ware kracht,
Die allen ons te zamen bracht.
Te zamen bracht, te zamen bracht,
Om prijzen te behalen.


No. 2.

Wat is een wapen voor de man.

Wijze: Wie praalt aan 't hoofd der heldenstoet?

Wat is een wapen voor den man - de kolf,
Wie slaat er wat niet loopen kan - de kolf,
Wat maakt, dat door een wakker spel,
Dat spieren sterkt, de geest herstel?
De kolf - de kolf - de kolf. (bis)

Wie is de kolf zijn tweelingbroer - de queu,
Wie maakt als hij nog meer rumoer - de queu,
Wie drijft de bal met forschen stoot
En maakt de wit en dan de rood,
De queu - de queu -de queu. (bis)

Deez' drie de kolf, de queu, de bal - vivat,
Zij zijn een vroolijk loflied waard - vivat,
Gij drietal, veel gebruikt per week,
Wie liet u gaarne in den steek?
Geen lid - geen lid - geen lid. (bis)

Die drie van zulk een sterke macht - o je!
Harmonisch dus te zaâm gebracht - hoezee!
Doen vele dagen van de week,
Wat ons nu reeds tie jaren bleek,
Hun best - hun best - hun best. (bis)

Wat men dan ook van hen verwacht - 't is waar,
Die drie zij hebben toch de kracht - 't is waar,
De leden van deez' vriendenkring
Steeds te vereenen onderling,
't is waar - 't is waar - 't is waar. (bis)

G.H. Kz.


No. 3.

Onderlinge vriendschap.

Wijze: Iö vivat.

Komt zingen wij,
Komt drinken wij,
U vriendschap, u ter eer;
Zooals gij hier uw zetel sticht,
Die voor geen twist of tweedracht zwicht,
Daar schenkt ons 't lot,
Het reinste genot,
Daar woont de zoetste vreugd.

De kollefclub
Wensch ik geluk,
Breng' vaak ons hier bijeen,
Wat ook 't verschil van standen zij,
De vriendschap ziet den stand voorbij,
Waar vriendschap woont,
En eendracht troont,
Heerscht ware broedermin.

De vriendschap zij
Ons steeds nabij,
En 't kolven breng ons zaâm,
En zijn wij dan gezond en frisch,
Op nieuw weer aan een vriendendisch,
Dan wijden wij,
Verheugd en blij
Der vriendschap weer ons lied.


No. 4.

Feestvreugde.

't Is feest in dezen vriendenkring!
Siede wiede wiet, bom bom!
Vindt gij dat geen pleizierig ding?
Siede wiede wiet, bom bom!
Komt, danst straks vroolijk hopsasa,
Zingt nu verheugd victoria!
Victoria, victoria,
Siede wiede wiet, bom bom!

Ja, feest te vieren is niet dom!
Siede wiede wiet, bom bom!
Het jaagt het bloed wat vlugger om;
Siede wiede wiet, bom bom!
Volgt, vrienden, dus elkander blij
Op 't feest van deze kolverij!
Victoria, victoria,
Siede wiede wiet, bom bom!

Dus, dames, heeren, zingt met moed!
Siede wiede wiet, bom bom!
Dat doet de kolvers waarlijk goed;
Siede wiede wiet, bom bom!
Juicht allen lustig voor en na
Van harte mee: hoera, hoera!
Victoria, victoria,
Siede wiede wiet, bom bom!


No. 5.

Het Kolfspel.

Het kolven is een prachtig spel! ja ja,
Elk Nederlander weet dat wel, ja ja,
In 'd'uitslag' dus 't begin maar goed,
Dan krijgt de kolver reeds veel moed.
ja ja, ja ja, ja ja. (bis)

Maar 'd'opslag' mag niet minder zijn, o zoo!
Diep in de kas! Dat doet zoo'n pijn! o zoo!
'Breng op je bal vlak voor het stuk!
Zulks scheelt je straks een heele ruk!'
O zoo, o zoo, o zoo. (bis)

Het 'trekken', daar komt het op aan, gewis!
Daar moet je zuiver bij gaan staan, gewis!
Klinkt een 'Hoezee' dan door de zaal,
Zo is bereikt het ideaal.
Gewis, gewis. gewis. (bis)

Bron: Stadsarchief Amsterdam, inventaris M.D. Kalker, Do Smit

Click for large image

KLAG06041000082_.jpg

Liederen, 1903

1. Wie heeft van den wedstrijd niet gehoord

Wijze: Van Alkmaar de Victorie

Wie heeft van den wedstrijd niet gehoord
Van den wedstrijd aan de Bergerpoort
Het is thans 25 jaar geleden
Toen was men op de eerste treden
En nu, komt kolvers, komt naar hier
Wij kampen met u met plezier
Want spel en vriendschap zij ons streven
Dat roepen wij geheel ons leven
- En wat leert ons lands historie
- Van Alkmaar de Victorie
(laatste 2 zinnen: bis)

Hebt gij den vreugdekreet gehoord!
Het galmt gewis van oord tot oord
Het is des kolvers blijde mare
Zij willen nu geen krachten sparen
Want ’t is het edele metaal
Van Koningin en haar Gemaal
Zij zullen nu geen kamp meer geven
Al speelden zij zelfs om ’t leven
- En wat leert ons lands historie
- Van Alkmaar de Victorie
(laatste 2 zinnen: bis)

En ziet gij daar die spelers staan
Het oog gericht al op de baan
Geen twist of tweedracht is hun streven
Maar ze zullen toch geen pas toegeven
Hoe prachtig is deez’ slag gedaan
Hoort men nu mompelen langs de baan
O! als wij dat nog veel beleven
Dan zullen ze ons den prijs wel geven
- En dan zingen wij vol glorie
- Van Alkmaar de Victorie
(laatste 2 zinnen: bis)

Ha! ha; de kamp is thans beslecht
Nu kwam toch alles goed terecht
Het zijn de winnaars die vol vreugden
Nu roepen, ‘k geloof ons spel toch deugde
Maar wis en zeker is ’t geval
Wie niet goed raakt den kolfbal
Die oefene zich tot hem in zijn leven
De prijs ook eens zal worden gegeven
- En dan zingt hij maar vol glorie
- Van Alkmaar de Victorie
(laatste 2 zinnen: bis)

N.B.: Dit lied kan worden beluisterd bij de jubileumvideo's uit 2010.


2a. Hoera, hoera, een vroolijk lied

Wijze: Die wacht am Rhein

Hoera, hoera, een vroolijk lied
Op ’t feest dat Alkmaar ons thans biedt
Kom heffen wij verheugd en blij
Een lied op Alkmaars feestgetij
Ons kolvershaart is thans verblijd
Wij kampen, juichen als altijd
Op ’t feest dat ons tezaam hier brengt
Op den strijd die Alkmaar ons nu schenkt.

2b. Wij groeten u

Wijze: Iö vivat.

Wij groeten u

Wijze: Io Vivat

Wij groeten u, wij groeten u
In ’t groene Alkmaar
Wij treffen hier op deze baan
De beste spelers zeker aan
Daarom hoera, daarom hoera
Lang leve de club ‘Recht door’.

2c. Wie 't ware bloed door 't kolfhart vloeit.

Wijze: Wien Neêrlands Bloed.

Wie ’t ware bloed door ’t kolfhart vloeit
Van slechte slagen vrij
Wiens hart voor vele punten gloeit
Die kolven zoals wij
Hij geeft den bal een fermen slag
En make menig punt
Dan gaat hij strijken met de vlag
- En ’t is hem dan gegund (bis)


3. Reeds lang hadden wij ons voorgenomen.

Wijze: Naar de Maliebaan.

Reeds lang hadden wij ons voorgenomen,
Om naar Alkmaar te stoomen
En in de 'Nachtegaal' te gaam,
Om te kolven op de baan.
Eind'lijk was de dag gekomen,
En de machine stond te stoomen,
En wij stapten toen maar in
Met een echte brave zin.
De stok, de bal ter hand
En nu naar 't kaasjesland;
Wat hadden wij een echte lol
Ze riepen allen, jullie zijn dol,
Maar ach, dat hindert niet,
Zoo'n feest in het verschiet,
Dat zet de zorgen op zij
En allen waren wij even blij,
En wij zijn gegaan,
Al naar de kolfbaan
En maakten menig punt,
Die ons toch was gegund.
(Vier laatste regels: 2x)

Voor 25 jaar geleden
Kwam de Club hier reeds tot stand,
En nu vieren wij dit heden
In dat mooie groene land.
De oude garde is verdwenen;
Een er van hield echter stand,
Daarom veel geluk en zegen
En daarbij den broederband.
Lang leve onze held,
Op 't schoone kolversveld,
Hij maakte menig mooie slag,
Die altijd vele punten gaf.
En won ook menig prijs.
Hij raakt niet van de wijs,
En daarom allen met geweld,
Lang leve onze oude geld!
En wij zijn gegaan,
Al naar de kolfbaan
En maakten menig punt,
Die ons toch was gegund.
(Vier laatste regels: 2x)


4a. In Alkmaar in de 'Nachtegaal'.

Wijze: Das Bienenhaus.

In Alkmaar in de ‘Nachtegaal’
Daar kwamen vele goede krachten
Om te dingen naar het eermetaal
Zoals wij allen wel verwachtten
Maar ’t is zooals wij allen weten
Geen bof of bloot geluk
Maar houdt den voet bij stuk
En zoo ge weet als gij ’t kunt
Slaat elken slag een 12 punt.

4b. Ik weet niet wat dat mag beduiden, enz.

Wijze: Ik weet niet wat dat zal beduiden, enz.

Ik weet niet wat dat mag beduiden
Zoo’n heidensch lawaai en gedruisch
Wat zijn dat voor helsche geluiden
Op de kolfbaan zijn die niet thuis
Want al dat schreeuwen en zingen
Dat brengt je zoo waar van de wijs
En wij wilden hier kalm dingen
Naar roem en ook naar den prijs.

4c. Wie heeft de juichkreet niet gehoord.

Wijze: De Boeren van Transvaal.

Wie heeft de juichkreet niet gehoord,
Van onze groote kolfbaan,
Waar vele kolvers rap en vlug
Een tal van twaalven slaan.
In Friesland, Holland en nog meer;
In Noord, in Zuid, in Oost,
Ja zelfs in 't Westen als weleer,
Vindt men in dit spel zijn troost.
De besten zullen moeten winnen,
Hiep, hiep, hoera! hiep, hiep, hoera!
(Twee laatste regels: 2x)


Bron: Jubileumprogramma 2010, Do Smit. Afbeelding: Stadsarchief Amsterdam, inventaris M.D. Kalker, Do Smit

Let op
Op de achterzijde van de hoge resolutieafbeelding zijn de uitslagen vermeld (5 hoogste prijzen) van de kolfwedstrijden

Click for large image

1905-1_.jpg

Feestlied, 1905

1.
FEESTLIED

Wijze: Gij schitterende kleuren van Nederlands vlad enz.

Zing luid thans een lied voor het 'Vier maal Een'
Den naam van de Sociëteit.
Zij breke zich baan door veroordeelen heen,
Blijv kweekster van hartelijkheid.
Zij geev' ons een beeld, van dat woord, zoo vol kracht;
Door Eenheid tot vrede: door Eenheid tot macht.
Der vuige verdeeldheid ten eeuwigen spijt!
Der vuige verdeeldheid ten spijt!

Weest trotsch op haar name, weest trotsch op haar vaân;
Verkondigsters van onzen roem.
De Eénen zij voeren het zilver der maan,
Och dat men zoo vlek'loos ze ook noem!
De kleur van de vaân is dat smet'looze blauw,
't Symbool van gehechtheid, van eeuwige trouw.
Waardoor deze kring hier zal blijven bestaan!
Met eere zal blijven bestaan!

Click for large image

1905-2.jpg

Kolflied, 1905

Kolflied.

Wijze: Het Oostenrijksch volkslied.

Bij den kalmen strijd, die heden
Onze kolversaandacht boeit,
Zinge iedre strijder mede:
Lof het spel waarvoor hij gloeit
Wie geen zeepsop heeft in d'ad'ren
Roeme hier naar ouden aard:
('t Goede frissche spel der vad'ren;
- 't Is nog aller hulde waard.... (bis)

't Oefent oog en hand te zamen,
't Kweekt gezelligheid en trouw
Warme vriendschap, en - met name
Brengt het troost bij droeven rouw.
Het verwijdert muizenissen,
Drijft de zorgen weg en pijn;
(- In de kolfbaan kan men missen
Alle suffers die er zijn! -) bis

Zijt gij oud en grijs van haren
Krom van rug en stram en stijf. -
- Gij vergeet den druk der jaren
Bij 't gezellig Kolfbedrijf! -
Op dan broeders, slaat de ballen
Raakt de palen, raakt ze goed! -
(Geve 't kolfspel aan ons allen:
Kracht en vlugheid, levensmoed!....) bis

Overgenomen van een' onbekenden dichter.

Bron: Stadsarchief Amsterdam, inventaris M.D. Kalker, Do Smit

Click for large image

1905-3.jpg

Verzuchting van een oud kolver, 1905

Verzuchting van een oud kolver.

Wijze: Henri's Drinklied

Toen ik jong was, vond ik kolven
Toch zoo'n drisch en heerlijk spel,
Maar, - bij vrouwlief, bij mijn Grietje
Was het niet zoo zeer in tel; -
'Iedre keer
Moet je wee
Naar die kolfbaan' zei ze vaak dan:
'Is dat nu je liefste taak man?
'k Weet wel wat ik liever wou:
's Avonds thuis zijn bij mijn vrouw!'
Ja, zei ik dan: 'beste Grietje
'k Ben zoo drommels graag bij jou!
Maar, - het kolven is zoo heerlijk
Dat je 't niet gelooven zou:
Twaalf, hoezee!
'k Juich dan meê
Poedel sla ik nooit mijn leven
En een slechte slag is zeven;
Vrouw! ik zal nog even gaan
En een mooie serie slaan!'

'k Ben nu oud, - stram zijn mijn leden
't Kolven is nog wel in tel,
Maar mijn vrouw vindt dat ik weinig
Spreek van 't eedle mannenspel;
'Zeg eens Piet:
Moet je niet
Weer eens twaalven slaan en elven! -
Als ik U was, 't spreekt van zelve
Dat ik niet versuffen wou
Iedren avond bij mijn vrouw!'

Ja, zoo spreekt mijn beste Grietje
Maar ik zeg dan: ''t zal niet gaan
Want het is niet meer zoo prettig
Als ik meedoe in de baan:
Ongeluk
Kolf aan 't stuk
Poedel, één, twee, hoogstens zeven
Twaalf of elf nooit van mijn leven,
Iedren keer een nieuw abuis -
Vrouw! .... 'k blijf liever bij je thuis.'

Overgenomen van een' onbekenden dichter.

Bron: Stadsarchief Amsterdam, inventaris M.D. Kalker, Do Smit

Click for large image

1906--concert_.jpg

Kolflied, 1906

Kolflied uit 1906

Wie kolven wil met eere,
Die neem een goeden stand,
Hij leer de maat beheerschen
En oef'ne oog en hand,
Wie deze regels ooit verzaakt
'k Vrees dat hij heel veel poedels maakt
Of 't hart der paal niet raakt.

De ware kolvers houden
't Oog immer op hun bal,
En zijn vol vrees en hope
Waar of hij komen zal,
Maar nooit verandert hun gelaat,
Of hunne bal is op de maat
Of in de kast soms gaat.

Wie kolven wil met eere,
Die toon' een blij gezicht,
Vooral wanneer zijn kolfbal
Stil in het kistje ligt.
Want, kolven is een goede zaak,
Maar, tusschenbeide is vermaak
Toch ook des kolvers taak.

Bron: Stadsarchief Amsterdam, inventaris M.D. Kalker (excerpt uit programmaboekje voor concert uit 1906), Do Smit

Click for large image

KLAG06041000075_.jpg

Lied op het Kolffeest, 1906

Lied op het Kolffeest.

Wijze: Daar achter in de velden.

Te Nieuwe Niedorp viert men
Het Kolffeest van den Bond,
(Bij H. de Vries daar moet je wezen
't er vroolijk en gezond.) bis

Daar slaat men massa's twaalven
En poedels bij de vleet,
(Met éénen, tweeën, drieën, vieren
En dat doet de speler leed.) bis

Maar 't is zijn eigen schuld toch:
Hij mikte vast niet goed
(Of kon de juiste maat niet houen
In zijn dollen overmoed.) bis

De beste kolvers treffen
Het hartje van den paal
(En wijl zij altijd in de maat slaan
Zijn het twaalven altemaal.) bis

Bij velen die dit zingen
Is kolven minder waard,
(Dan eten met een lekker wijntje
En nog bij 't dessert een taart.) bis

Het beste zal wel wezen:
Van alles op zijn tijd,
(Goed kolven en ook lekker eten
Heeft zijn eigen aardigheid.) bis

Bron: Stadsarchief Amsterdam, inventaris M.D. Kalker, Do Smit

Click for large image

nieuweniedorp_.jpg

Ware geschiedenis van Pieter, 1906

De ware geschiedenis van Pieter uit 1906, op de wijze: Lieve schipper vaar mij over.

Ware geschiedenis van Pieter, voorgevallen op het
Kolffeest te Nieuwe Niedorp, 9, 10 en 11 september 1906

Wijze: Lieve schipper vaar mij over
(laatste twee regels van elk couplet herhalen)
Klik op de regel boven de afbeelding voor de muziek, gezongen door Anton Greefkes (http://www.liedgenootschap.net/gezongen/lieveschipper.wma)

Zeg ers moeder! ... zaide Pieter
Heel deemoedig tot ze'n vrouw
Zeg ers moeder! 'k wou van-nochend
Graag een beetje geld van jou!

Moet je geld? zoo zaide moeder
Dat's niet noodig op het land
Je heb beste koppiestikken
En de melkpot bai de hand

Pieter klauwde an zen ooren
En hij zaide erg bedeesd
Moeder! 'k wou juist niet nee 't land gaan
Maar nee 't groote kolversfeest

Kolversfeest? dat zel wat koste...
Nierup, vrouw! is hier dichtbai
En omdat ik lid ben, weetje,
Hew ik alles zoowat vrai

En den ken ik nag wat winnen
O zoo'n mooie prais voor jou
Nou, hier hê je den tien gulden
Pas er goed op! zai de vrouw

Pieter blai, de bal in't netje
Kolf op schouder mocht hij gaan
En hij zaide bai zen aigen
'k Zul wel heel wat twaalven slaan

Hij is strakkies angekomme
En moet spoedig an den slag
Morgen zal ik u vertellen
Hoe 't hem ging den eersten dag

Pieter kocht een drietal neutjes
Voor de 'Zeenen' zaide hai
En toen Piet werd opgeroepen
Was hij van de zorgen vrai

Eerst een proefslag, toen was 't mienus
Pieter sloeg een beetje vlug
En de tweede slag toen ewas ie
Potverdikke, weer te stug

In de kast lag onze Pieter
'k Zul wel snaijen uit den treur
En hij sneed, -maar niet de paal raak-
'POEDEL' schreeuwde de markeur

Pieter is deervan verschoten
Nag ien bittre, kastelein
'k Zul em nou wel beter rooien
Deus most ok zoo bliksems fijn

Maar, och heer! het tweede streepje
Sloeg hij achter niet te best
't Werd een twee, toen drie en zeven
En een negen nog op 't lest

Pieter telde toen zen punte
Ien en twintig, 't is niet veul
Maar hij zaide toch permantig
Wacht maar, hoe ik murgen speul

'k Zul dus murgen wel verhalen
Hoe 't met Pieter is gegaan
As je hum hoort wordt hij zeker
Nog de Koning van de baan

Bron: Archieven van Joop Brongers, Do Smit

Click for large image

19070930.jpg

Den Winners Heil, 1907

Den winners heil!, gezongen op maandagavond 30 september 1907 in Huize Molenaar te Utrecht, ter gelegenheid van het behalen van het Nederlands Kampioenschap te Krommenie. Zoals uit de tekst blijkt was broeder Spuijbroek de held van de avond.

Den Winners Heil!
Wijze: De boeren hebben ’t gewonnen

I
Te Krommenie bij ’t kolfconcours
Kwam “UTRECHT” in de baan,
Zij wisten door hun spel zoo stoer
Daar allen te verslaan;
Het drietal sloeg met vaste hand
Den bal van paal tot paal,
- En weldra stond het in de krant:
- Ze hebben ’t eer-metaal.
(laatste 2 zinnen: bis)
Ja, “UTRECHT’s” Kolvers hebben ’t gewonnen!
Hiep! Hiep! Hoera! enz.

II
De personeele wissel-prijs
Werd door SPUY-BROEK behaald;
Hij toog met kolf en bal op reis,
Zijn slag heeft niet gefaald;
Pas nu goed op ’t volgend jaar,
Dat gij hem weder wint,
- Dan komen wij weer bij elkaar
- En fuiven eensgezind.
(laatste 2 zinnen: bis)
En broeder SPUY-BROEK heeft ‘m gewonnen
Hiep! Hiep! Hoera! enz.

III
In onzen huize St. ELOY
Daar vieren wij nu feest,
Wijl zij in Krommenie zoo mooi
Aan ’t kolven zijn geweest.
Zoo’n fuif versterkt den vriendschapsband,
Die ons hier steeds vereent;
- Hier kennen wij geen rang of stand,
- Maar broederschap alleen.
(laatste 2 zinnen: bis)
Het huis ELOY zal daarom leven!
Hiep! Hiep! Hoera! enz.

30 Sept. 1907.

Click for large image

KLAG06041000067_.jpg

A.B.C. Lied, 1908

A B C lied

A Dat is Alkmaar, waar het feest wordt gevierd.
Het wordt door de dames der kolvers versierd.

B Is de bal van gum en sajet.
De spelers van beiden houden van de pret.

C Dat is Cees, de presis van 'Recht door';
Hij is regelaar van 't spelen en op vergadering zit hij voor.

D Dat is Dirk, ons buitengewoon lid.
Wij zijn allen erg blij, dat hij weer bij ons zit.

E Zijn de eere-leden en de eere president;
Wij zien ze anders weinig, maar nu zijn zij present.

F Dat is Frank, de man van het geld,
Zijn werk wordt door de leden op hoogen prijs gesteld.

G Dat is Govers, de held van het spel,
Al ligt hij bij de paal, hij mist hem toch nog wel.

H Dat is Harp, de nestor van het feest,
Vanaf den beginne, is hij lid geweest.

I Is het Insigne, waar wij allen trotsch op zijn:
Het zijn twee zilveren kolven en een balletje zeer klein.

J Dat is Jan en Swaag is zijn naam,
Met hem in 't bestuur, zal de Club nog lang bestaan.

K Dat is Kalker, onz' Donateur uit Amsterdam,
't Is juist 10 jaar geleden, dat hij bij ons kwam.

L Is de Lof, de twee Dames toegebracht,
Ze hebben eer van hun werk, 't is werkelijk een pracht.

M Zijn de medailles, pronkend op onz' Vaan,
Wij willen eerlijk bekennen, dat zij er mooi op staan.

N Is de 'Nachtegaal', met Hermand aan het hoofd;
Waar het edele kolfspel nooit wordt uitgedoofd.

O Is Jan Otter, een goed en ijverig lid,
Die meer in zijn zaakje, dan in de kolfbaan zit.

P Is de prijs, waar vandaag om is gestreên,
't Is om den 1en toch te doen, al hebben wij er allen een.

Q Is de Quibus, die het kolfspel veracht.
Wij beoefenaars van het spel, wij noemen 't een pracht.


R Dat is Reitsma, ons' allerjongste lid,
Dat wij spoedig mogen zien, wat er als kolver in hem zit.

S Dat is Simon en Bregman is zijn van,
Die in het bestuur niet gemist worden kan.

T Is de Twaalf, het hoogst wat men kan slaan,
Het mooiste dan nog is, recht door de baan te gaan.

U Zijn de uren aan het kolfspel besteed,
Als je er Dinsdags niet geen gaat, het doet de dames leed.

V Is het Vaandel, door de Dames ons vereerd,
Zij hadden gevoeld, wat de Club had begeerd.

W Is de wensch, dat ze er plezier van mogen zien,
Waarvoor nu alle leden hun besten dank aanbiên.

X Is het Kruis, wat de poedel aanduidt,
De allerbeste kolver, die blijft er niet uit.

Y Is de IJver, waar deez' mop mee is gedicht,
Kolven doe ik liever, want dit valt mij niet ligt,

Z Is de Zin, die bij dit fuiven noodig is,
Wij blijven nog wat drinken, totdat er niet meer is.

J.H.

Click for large image

KLAG06041000069_.jpg

Potpourri, 1908 (?)

1898
1908
38

Potpourri.

Wijze: Angot.

't Is dertig jaar geleden
Dat in ons Alkmaar,
HARP met een aantal leden
Prettig waren bij elkaar,
Zich met 't kolfspel te vermaken
En dat ging opperbest
Ze konden ze allen wel niet goed raken
Want ze slagten ook de rest,
(De een kon 't beter als de ander
Dat is heden ook nog waar,
Die het spel het meest beoefent
Komt er zeker goed met klaar.) bis


Wijze: Wien Neêrlands bloed

Zij richtten op een Kolfclub
'Gezelligheid' werd haar naam,
Waarvan BAKKER Secretaris werd
En DE JONGH aan het hoofd kwam staan;
In zes en tachtig werd de club herdoopt,
De naam werd toen 'Rechtdoor',
Toen WONDER Secretaris was
En G. DE GROOT zat voor. (bis)


Wijze: Al is ons Prinsje nog zoo klein.

Daarna is DE GROOT uit de club gegaan. O wee!
Toen kwam SLEGTKAMP aan het hoofd te staan. Hoezee!
Hij spant zich in voor onze zaak,
Maar slaat de kolfpaal heel best raak.
Lang leve onze' President. (bis)


Wijze: Die Waht am Rhein

De eerste wedstrijd van den Bond
Werd gehouden hier op Alkmaars' grond,
In '85 van de vorige eeuw;
Wij streden toen al als een leeuw,
Wij wonnen niets, dat is zeker waar,
Later raakten wij er goed mee klaar,
Wij wonnen tweemaal den Korpsprijs
De 3 medailles zijn daarvan 't bewijs.


Wijze: De Zilvervloot

Heb je wel gehoord van den heer KALKER
Het is juist tien jaar geleden,
Dat hij Donateur werd van de club
En gezien is bij de leden,
Voor 't spel heeft hij veel liefhebberij,
Met raad en daad staat hij ons bij
Financiëel en ook moreel
Steunt hij de club 'Rechtdoor'
En oogst ons aller dank daarvoor. (bis)


Wijze: De Boeren hebben het overwonnen.

Thans vieren wij een eenig feest,
Reeds opgeruimd en blij,
Wij zijn nu allen in den geest
Want de dames zijn er bij,
Zij schonken ons een pracht-banier
Dat doet ons kolvers goed,
(En dat zij zoo met ons opgaan
Dat geeft ons allen moed.) bis
Komt Dames lustig meêgezongen,
Dat doet ons goed. - Dat doet ons goed.
Ook los nu alle Kolvertongen.
Zingt nu met gloed. - Dat doet ons goed.


Bron: Stadsarchief Amsterdam, inventaris M.D. Kalker, Do Smit

Click for large image

1903-1.jpg

Feestlied, 1909

Feestlied

Wijze: Hiep, hiep, hoera

Hebt gij de vreugdekreet gehoord
Van Neerlands kolfpartij
Voor kolvers is ’t de schoonste dag
Elk doet met ernst zijn slag
En ’t is der kolvers grootste pret
Te kampen, flink… oprecht
- Elke kolver doet zijn uiterste best
- Doch winnen spant op ’t lest
(laatste 2 zinnen: bis)
Dus Neerlands zonen nu gezongen
- Hiep, hiep, hoera (bis)
Kranig hebben ze overwonnen
- Hiep, hiep, hoera (bis)

De kolvers komen telkens weer
Dat ziet men jaar op jaar!
Geen een ontbreekt haast deze keer
Nu ’t feest is in Alkmaar
De Victorie van den ouden tijd
Toen Spanje met ons streed
- Begon van hier, dat was een feest
- Men zong toen reeds om ’t meest
(laatste 2 zinnen: bis)
Kom Hollands zonen nu gezongen
- Hiep, hiep, hoera (bis)
Kranig hebben die oudjes overwonnen
- Hiep, hiep, hoera (bis)

Hebt gij dien mooie bal gezien
Hij sloeg hem raak vandaag!
De winner wordt hij wel misschien
Dat zag een ieder graag
En lag hij soms ook achter in
Hij sneed hem naar zijn zin
- En ’t was een wonder om te zien
- Hoe hij dan nog sloeg een tien
Kom Neerlands zonen nu gezongen
- Hiep, hiep, hoera (bis)
Kranig heeft hij overwonnen
- Hiep, hiep, hoera (bis)

Het Hoofdbestuur komt ere toe
Voor alles wat het doet
Het wordt het kolven nimmer moe
Dat geeft de strijders moed
En moet er soms een woord gezegd
Of een geschil beslecht
- Het past een lied aan hun gewijd
- Voor ’t kranige beleid
(laatste 2 zinnen: bis)
Dus Neerlands zonen nu gezongen
- Hiep, hiep, hoera (bis)
’t Hoofdbestuur nu toegezongen
- Hiep, hiep, hoera (bis)

Bolsward
Feestlied, opgedragen aan den Nederlandschen Kolfbond, de Kolvers en de Alkmaarsche Burgerij
1909

Click for large image

040.jpg

Wie weet er op dit wereldrond, 1909

Wie weet er op dit wereldrond

Wijze: De wereld is in rep en roer

Wie weet er op dit wereldrond
Een spel zoo prettig en gezond
- Zoo edel, als het kolven (bis)
’t Oud Hollandsch spel dat ons het bloed
Met kracht door d’ad’ren stroomen doet
- En door het harte golven (bis)

Komt heeren, komt, bekijken wij
Het schoone spel meer van nabij
- Met al zijn vreemde termen (bis)
Bij elken slag een ander woord
En zulken, die men zelden hoort
- Men telt ze maar met zwermen (bis)

Eerst wordt de STOOF geïnspecteerd
Daarna de PAAL weer afgesmeerd
- Dan hoort men UITSLAG heeren! (bis)
De ballen snorren door de baan
En VOOR- en ACHTERKOLVERS staan
- Hun gang te observeren (bis)

Het doet den kolver steeds plezier
Wanneer de ballen HALF VIER
- Of op de MATJES komen (bis)
Maar komen zij slechts HALF BAAN
Dan is de VOORMAAT slecht voldaan
- De kans wordt hem ontnomen (bis)

Een OPBAL heeft men ’t liefst van al
Een MEISJE (mis) een gek geval
- Mag men zijn MAAT niet geven (bis)
Twee palen tegelijk is kras
En DRIEMAAL STAAN dan klinkt het ras
- Wij zullen met hem LEVEN (bis)

Men hoort somtijds IK MOET ER UIT
Zoo’n SNIJBAL laat, het is verbruid
- In lang niet met zich spotten (bis)
Dat ACHTERIN is toch een kruis
Misschien breng ik ze wel DOOD THUIS
- Maar met ’n drie, vier, SCHOTTEN (bis)

De bal wordt soms ook DOORGEHAALD
ONDER DE BAAN DOOR, is bepaald
- Om zich haast dood te treuren (bis)
Het TREKKEN en het KOLF AAN STEK
Al klinkt dit laatste ook wat gek
- Ziet men toch ook gebeuren (bis)

Het zij men kolft met GOM of SAAIJ
Niet kalm, maar woest met veel lawaai
- Geen MAATSLAG! hoort men roepen (bis)
Men zoekt EEN KOLFJE NAAR ZIJN HAND
Toch zijn er met geen fraaijen stand
- Als of ze staan te p… poepen (bis)

Het PUNTENSPEL van nieuw’ren tijd
Zal ’t MAATSPEL, om gezelligheid
- Voorzeker nimmer bannen (bis)
De meesten zijn als MAAT veel mans
Toch ziet men bij een strijd als thans
- Ook zenuwen bij mannen (bis)

Gij Heeren, die aan ’t euvel lijdt
Wie weet, ook aan neerslachtigheid?
- Kom, ’t glas omhoog geheven (bis)
Verdrijft zelfs ook de moedeloosheid
De kolvers zullen leven,
- Hoera zij zullen leven (bis)

Zonder titel
Wijze: De wereld is in rep en roer
Alkmaar
1909

Click for large image

012.jpg

Welkomstlied, 1910

Welkomstlied

Wijze: Queen Victoria

Het is nu vijf en twintig jaren
Dat deze Bond werd opgericht
En kwamen er ook vaak bezwaren
Een ieder lid deed steeds zijn plicht
Men kreeg gestaag ook nieuwe leden
Twee kolfbanen zelfs er bij
En daarmee zijn wij zeer tevreden
Elk kolver is daarmee zeer blij
Neemt de kolf ter hand
Slaat daarmee galant
De bal naar ’t doel maar door de kolfbaan steeds
En als gij niet wint
Blijft toch goed gezind
Ter eere van dit vroolijk feest

Elk weet, men kan niet allen winnen
Al doet een ieder ook zijn best
Maar blijft toch goed bij uwe zinnen
Want anders is men zeker lest
En slaat uit wrok dan nimmer elven
Wanneer ’t geen twaalf wezen kan
Ik wensch, blijf immer maar u zelven
Sta pal als een standvastig man
Neemt de kolf ter hand
Slaat daarmee galant
De bal naar ’t doel maar door de kolfbaan steeds
En als gij niet wint
Blijft toch goed gezind
Ter eere van dit vroolijk feest

Koog aan de Zaan
Welkomstlied
Wijze: Queen Victoria
1910

Click for large image

014.jpg

Het is nu vijf en twintig jaar, 1910

Het is nu vijf en twintig jaar

Wijze: De wereld is in rep en roer

Het is nu vijf en twintig jaar
Dat deze bond ontstond, ’t is waar
- Gij kunt dat zelf betellen (bis)
Die van ’t begin af medeging
Met vrienden van deez kolfkring
- Kan daar van meevertellen (bis)

De Koog die is in rep en roer
Want thans geschiedt de groote toer
- Om prijs te mogen spelen (bis)
Daarom, zorgt vrienden, dat gij raakt
Opdat gij steeds veel punten maakt
- Om prijs te kunnen deelen (bis)

Ik wensch u op dit feest geluk
Geen uwer slaat een kolf aan stuk
- Dat is geen punten maken (bis)
Slaat midden door en vlug er uit
Opdat gij op geen banden stuit
- Dan kunt gij ’t doelwit raken (bis)

1910

Click for large image

KLAG06041000063_.jpg

Liederen, 1910

LIEDEREN
voor den 25sten Nationalen Kolfwedstrijd
Koog aan de Zaan


Welkomstlied

Wijze: Queen Victoria

Het is nu vijf en twintig jaren,
Dat deze Bond werd opgericht,
En kwamen er ook vaak bezwaren,
Een ieder lid deed steeds zijn plicht.
Men kreeg gestaag ook nieuwe leden,
Twee kolfbanen zelfs er bij,
En daarmee zijn wij zeer tevreden,
Elk kolver is daarmee zeer blij.
Neemt de kolf ter hand,
Slaat daarmee galant,
De bal naar 't doel maar door de kolfbaan steeds,
En als gij niet wint,
Blijft toch goed gezind
Ter eere van dit vroolijk feest.

Elk weet, men kan niet allen winnen.
Al doet een ieder ook zijn best,
Maar blijft toch goed bij uwe zinnen,
Want anders is men zeker lest.
En slaat uit wrok dan nummer elven,
Wanneer 't geen twaalf wezen kan,
Ik wensch, blijf immer maar u zelven,
Sta pal als een standvastig man
Neemt de kolf ter hand,
Slaat daarmee galant,
De bal naar 't doel maar door de kolfbaan steeds,
En als gij niet wint,
Blijft toch goed gezind
Ter eere van dit vroolijk feest.

Een oude digtmaker.


Welkom in de baan.

Wijze: Wien Neerlands bloed.

Zijt welkom, vrienden, aan de Zaan,
Gij, kolvers van ons land,
Zijt allen welkom in deez' baan,
Slaat 'n kolfje naar uw hand;
Want doet gij dat niet, dan is 't mis
En gij behaalt geen prijs;
Want dit is zeker en gewis,
Gij staat hier op glad ijs. (bis)

Dat gij met luist en ijver slaat
Uw bal steeds door de baan,
En uitgerekend dat hij staat
En nooit te ver zal gaan.
En slaat gij twaalf, elf of tien,
Dat vindt men mooi gedaan,
Als gij dat doet, dan zult ge zien,
Wie met de prijzen gaan. (bis)

Dus, vrienden, nu vol goeden moed
Neemt elk de kolf ter hand,
En slaat er mee, ja raak maar goed,
Tot roem van Nederland.
Al komt zij scheef of achterin,
Of midden in de baan,
Toch nooit begeve u de zin
Om eens een twaalf te slaan. (bis)

Een oude digmaker.


Onder groen en vlag bedolven

Wijze: Henri's drinklied

Onder groen en vlag bedolven
Zijn wij hier in deze zaal;
Hopende eens goed te kolven,
Zij 't niet voor de laatste maal.
Houd maar moed,
Slaat maar goed,
Dat de ballen zuiver loopen,
Om als 't kan, ik wil dit hopen,
Dat gij met een goeden prijs
Vroolijk aanvangt de thuisreis.

Bij het rollen van de ballen
Denken wij aan 't zuiver slaan,
Anders raakt men aan het mallen
En komt met geen prijsje aan.
Slaat dus goed,
Als gij 't doet,
Dan hebt gij toch vele kansen
Dat uw bal niet gaat aan 't dansen;
Als gij niet raakt van de wijs
Komt gij licht thuis met een prijs.

Hopen wij dus, feestgenooten,
't Zij uit Zuiden, of uit 't Noord,
Uit het Westen, of uit 't Oosten,
Dat ons niets de vreugd verstoort.
Let toch wel
Op uw spel,
Slaat steeds twaalven of elven,
Is 't soms tien, blijft steeds u zelven.
Of een negen, houd u goed
Als het soms met minder moet.

Een oude digtmaker.


Een maal in 't jaar is er kolfpartij.

Wijze: De Zilvervloot

Een maal in 't jaar is er kolfpartij
Van den bond, in ons land gevestigd,
En al wie dan kan, die is er ook bij,
Wanneer hij maar niet belet is.
Slaat raak,
Slaat raak,
Slaat raak al met vermaak;
En doet het wis en goed,
Al met bedaarden spoed,
Precies zooals 't wezen moet. (bis)

Want slaat gij poedel, dan is 't al mis,
Een zes of een zeven dat kan nog,
Maar doet gij 't met minder, dan is 't gewis,
Dan behaalt gij nooit een prijs toch.
Mik juist,
Mik juist,
Mik juist, dat het zoo ruischt;
En hebt gij dat gedaan,
Zoo recht door in de baan,
Dan komt gij op de twaalf te staan. (bis)

Een oude digtmaker,


Het is nu vijf en twintig jaar.

Wijze: De wereld is in rep en roer.

Het is nu vijf en twintig jaar,
Dat deze bond ontstond, 't is waar,
Gij kunt dat zelf betellen. (bis)
Die van 't begin af medeging
Met vrienden van deez' kolfkring,
Kan daar van meevertellen. (bis)

De Koog die is in rep en roer,
Want thans geschiedt de groote toer
Om prijs te mogen spelen, (bis)
Daarom, zorgt vrienden, dat gij raakt,
Opdat gij steeds veel punten maakt,
Om prijs te kunnen deelen. (bis)

Ik wensch u op dit feest geluk,
Geen uwer slaat een kolf aan stuk,
Dat is geen punten maken. (bis)
Slaat midden door en vlug er uit,
Opdat gij op geen banden stuit,
Dan kunt gij 't doelwit raken. (bis)

Een oude digtmaker.


Afscheidslied.

Wijze: Queen Victoria.

De kolvers gaan helaas weer henen,
't Gaat nu weer op de thuisreis aan,
Wie om te kolven zijn verschenen,
Zij blijven denken aan de Zaan.
Wij wenschen elk geluk en vrede,
Wanneer zij in hun kring weer zijn,
En dat heeft zeker wel zijn reden,
Want elks geluk is ook het mijn.
Leeft dan vroolijk voort,
Door 't geluk bekoord,
En blijft denken aan deez' vriendenkring,
Alles om u heen,
Stemt u steeds tevreên,
Blijde zij de herinnering.

Nu gaan wij kolvers weer vertrekken,
Misschien zien w' eens elkander weer,
Zoo niet, 'k wil de gedachte bij u wekken:
Leg noode slechts uw kolf ter neer.
En mocht die tijd toch eenmaal komen,
Schikt u in 't lot dan welgezind,
En blijft dan in gedachte droomen
Van 't schoone spel, dat g' hebt bemind.
Leeft lang vroolijk voort,
Door de kolf bekoord,
En blijft denken aan deez' vriendenkring,
Gaan wij blijde heen
Over 't spel tevreên.
Leve lang d' herinnering!

Een oude digtmaker.


Bron: Stadsarchief Amsterdam, inventaris M.D. Kalker, Do Smit

Click for large image

013.jpg

Welkom in de baan, ws. 1910

Welkom in de baan

Wijze: Wien Neerlands Bloed

Zijt welkom, vrienden, aan de Zaan
Gij, kolvers van ons land
Zijt allen welkom in deez baan
Slaat ’n kolfje naar uw hand
Want doet gij dat niet, dan is ’t mis
En gij behaalt geen prijs
Want dit is zeker en gewis
- Gij staat hier op glad ijs (bis)

Dat gij met lust en ijver slaat
Uw bal steeds door de baan
En uitgerekend dat hij staat
En nooit te ver zal gaan
En slaat gij twaalf, elf of tien
Dat vindt men mooi gedaan
Als gij dat doet, dan zult ge zien
- Wie met de prijzen gaan (bis)

Dus vrienden, nu vol goeden moed
Neemt elk de kolf ter hand
En slaat er mee, ja raak maar goed
Tot roem van Nederland
Al komt zij scheef of achterin
Of midden in de baan
Toch nooit begeve u de zin
- Om eens een twaalf te slaan (bis)

Een oude digtmaker
ws. 1910

Click for large image

KLAG06041000058_.jpg

Liederen, 1911

LIEDEREN
voor den
26sten Nationalen Kolfwedstrijd
Zuidscharwoude

Welkomstlied

Wijze: Henri’s drinklied

Hart’lijk welkom, feestgenoten!
Allen welkom, op dit feest
Niemand onzer uitgesloten
Is thans opgeruimd van geest
Juichen wij
Allen blij
Want reeds 25 jaren
Kwam men reeds hier saam vergaren
Menig lid ging al dien tijd
Wekelijks naar de Sociëteit

Sedert vijf en twintig jaren
Wat verand’ring hier en daar
Langedijk was steeds welvaren
Naar den eisch des tijds, voorwaar?
Bouwt men maar
Voor elkaar
Nette huizen, groote schuren
Groote ramen, hooge muren
Dit is heusch wel een bewijs
De kool was soms heel hoog in prijs

Arie Kist was vast besloten
Met het oog op ’t Zilver feest
Te vernieuwen, te vergrooten
Deze zaal, eens oud geweest
Ieder staat
Verbaasd op straat
Ieder zal Kist dank bewijzen
Voor het schoone, dat hij liet verrijzen
Op de kromme brug, ’t is waar
Slaat men de handen in elkaar

Sprak ik van het aanzien buiten
Binnen ziet ’t er feestelijk uit
Niemand zal de vreugde stuiten
Hier zingt ieder blij en luid
De Sociëteit
Blijv’ bevrijd
Van tweedracht, twist of tegenheden
Eendracht zij de leus der leden
Dat ’t Zilver feest van dezen dag
Eens in goud verwisselen mag


Eindelijk is voor ons de langverwachte dag

Wijze: De Zilvervloot

Eindelijk is voor ons de langverwachte dag,
Deez' feestdag aangebroken,
Wij zingen blij en luid, te meer nog daar men zag
Onze driekleur uitgestoken.
't Is feest,
't Is feest.
In Zuidscharwoû is 't feest,
De 'Roode Leeuw' zij is
In feestdos, thans gewis,
Waar ieder gast zeer welkom is.

'Op Maat' heeft reeds bestaan thans 25 jaar,
Een vierde eeuw vlood henen,
Dien tijd bracht zij haar leden gezellig bij elkaar
Zoo week'lijks voor hen verschenen.
Op Maat,
Op Maat.
Dat ge sterker bloeien gaat,
Steeds meerder in de baan
Om ook zuiverder te slaan,
Zoo, zeker stijgt 'Op Maat' in naam.


Men ziet thans in de 'Roode Leeuw'

Wijze: Wien Neerlands bloed

Men ziet thans in de 'Roode Leeuw',
Op Zuidscharwouder grond,
Het feit dat Societeit 'Op Maat'
Een vierde eeuw bestond.
Uit aller medewerking bleek
De lust voor 't heuglijk feest,
'Eendracht maakt macht' was hier de leus,
Met opgewekten geest,
Was menig lid voor 't feest present,
Onz' dank zij thans hun loon;
Aan onze Eere-President,
Aan Burgemeester Kroon,
Zij allereerst die dank gebracht
Voor 't slagen van dit feest,
Hij spoorde aan tot nieuwe kracht
Is aller steun geweest.

De president van deze Bond
Bleef ook niet achteraan;
Zijn keus was ook niet ongegrond;
SLOT bleef er pal bij staan,
Om 't feest te vieren hier bij Kist
Dat was gestaâg zijn leus,
In Zuidscharwou, moest 't feest gesticht
Voorwaar! en goede keus.

De Secretaris, OPPERDOES,
Heeft trouw zijn plicht gedaan,
De Penningmeester WAGENAAR
Bleek ook niet stil te staan;
GREIDANUS en ook ARIE KIST
Zij werkten als een reus,
Ook JONGERLING werd niet gemist,
Precent was P. DE GEUS.

De heeren LANGEDIJK, niet waar?
Dit drietal streed ook meê,
Ook KLINGELER en MOLENAAR,
Een ieder was te vreê,
Ook BLOM, niet minder KOSTELIJK
Zij waren voor 'Op Maat',
Zij gaven van hun trouw steeds blijk
Voorwaar een flinke daad.

't Dient vandaag ook nog vermeld
'Op Maat' in rond getal,
Juist tien maal zeven leden telt;
Die 'k hier niet noemen zal,
Me dunkt 't viel ook niet in den geest.
En 'k meen, geloof mij vrij
't Zou schade wezen voor dit feest
Zoo'n namennoemerij.

Juist daarom stipt ik van 'Op Maat'
Zoo 't een en ander aan.
De trouwste leden hebben steeds
Dien tijd hun plicht gedaan.
Van haar aanzienlijk leden-tal
Worde er niet een gemist,
Dat 'Op Maat' lang nog bloeien zal
Tot eer van ARIE KIST.


Afscheidslies.

Wijze: De wereld is in rep en roer.

Een ieder is er mee bekend
Aan alles, alles komt een end,
Wij kwamen opgetogen (bis)
Hier in de 'Roode Leeuw' bijeen
En gaan nu straks weer allen heen,
Dit feest is haast vervlogen. (bis)

Van heinde en ver, per fiets, per spoor
Kwam menig vriend; - zong mee in 't koor,
Met ons: 'Op Maat' ter eere! (bis)
Met aller hulp, 't mag naverteld
Werd niemand hier teleurgesteld
Dat was 'Op Maat's' begeeren. (bis)

Wij wenschen allen U voortaan,
't Zij welken weg ook gij moogt gaan,
Steeds voorspoed op uw wegen. (bis)
'Tot Weerziens'! roepen wij U toe,
Leef steeds gezond en blij te moe,
Dat U dit zij gegeven!


Bron: Stadsarchief Amsterdam, inventaris M.D. Kalker, Do Smit

Click for large image

020.jpg

Welkomstlied, 1911

Welkomstlied

Wijze: Henri’s drinklied

Hart’lijk welkom, feestgenoten!
Allen welkom, op dit feest
Niemand onzer uitgesloten
Is thans opgeruimd van geest
Juichen wij
Allen blij
Want reeds 25 jaren
Kwam men reeds hier saam vergaren
Menig lid ging al dien tijd
Wekelijks naar de Sociëteit

Sedert vijf en twintig jaren
Wat verand’ring hier en daar
Langedijk was steeds welvaren
Naar den eisch des tijds, voorwaar?
Bouwt men maar
Voor elkaar
Nette huizen, groote schuren
Groote ramen, hooge muren
Dit is heusch wel een bewijs
De kool was soms heel hoog in prijs

Arie Kist was vast besloten
Met het oog op ’t Zilver feest
Te vernieuwen, te vergrooten
Deze zaal, eens oud geweest
Ieder staat
Verbaasd op straat
Ieder zal Kist dank bewijzen
Voor het schoone, dat hij liet verrijzen
Op de kromme brug, ’t is waar
Slaat men de handen in elkaar

Sprak ik van het aanzien buiten
Binnen ziet ’t er feestelijk uit
Niemand zal de vreugde stuiten
Hier zingt ieder blij en luid
De Sociëteit
Blijv’ bevrijd
Van tweedracht, twist of tegenheden
Eendracht zij de leus der leden
Dat ’t Zilver feest van dezen dag
Eens in goud verwisselen mag

Zuid-Scharwoude
Welkomstlied
Wijze: Henri’s drinklied
1911

Click for large image

011.jpg

Feestlied, 1912

Feestlied ‘Het Kolven’

Wijze: Wien Neerlands Bloed

Wie heeft er op de wereldrond
Ooit mooier spel geleerd
Als wel het edele kolven is?
Door ons zo hoog geëerd.
Het maakt ons vroolijk en gezond
Geeft kracht en levensmoed
Zoodat ’t bloed dan ook met kracht
- Door d’adren stroomen doet (bis)

Komt vrienden! komt, bekijken wij
Het kolfspel van nabij
De theorie is aardig toch
En leert, geloof het vrij.
O, ja, de theorie van ’t spel
Dat ons steeds zoo bekoort
Is leerzaam voor d’onwetende
- Dus mijne vrienden, hoort! (bis)

Wie d’eerste slag, de uitslag doet
Met vaste hand en voet
Moet weten dat hij ook de paal
In ’t oog steeds houden moet
Want als je naar het gasthuis gaat
Of slaat een zachte bal
O jé! dan is ’t zeker mis
- Verkouden ben je al. (bis)

En nu de opslag, opgepast
Dat j’in de kast niet raakt
Dan is het snijden aan de beurt
Dat ’t veeltijds slechter maakt
Een dubbel paal is beter, maar
Een luxe bal toch naar
O, tracht die te vermijden, dan
- Komt ge vast beter klaar. (bis)

Een kruuskebolle kan er door
Maar beter is je lot
Als je de paal in ’t harte raakt
En niet komt op het schot
Te zorgen voor een rechte baan
En ook geen poedel slaan
Dan weet ik zeker, dat ge zult
- Wel twaalven maken gaan. (bis)

En wie zegt ‘Ik kan het al’
Die neemt fluks stok en bal
Probeere of dit de waarheid is
En ’t hem lukken zal.
Al sla je eerst de bal eens mis
Te langzaam of te frisch
Aldoende zal men leeren, en
- Zien dat ’t geen heksen is. (bis)

Ja, ’t Kolfspel, hoewel deze sport
Door ons nog wordt geëerd
Wordt niet beoefend overal
En dit is toch verkeerd
Daarom den grooten Kolfbond, Heil!
De kolvers leven lang!
Het kolven maakt ons vroolijk steeds
- Als ware het muziek en zang (bis)

Feestlied ‘Het Kolven’
Wijze: Wien Neerlands Bloed
1912

Click for large image

024.jpg

Verzuchting van een oud-kolver, 1912

Verzuchting van een oud-kolver

Wijze: O dierbaar plekje grond

O, toen ik nog jong was
Kwam het mij nooit onpas
Om uit te gaan
Het kolven was mijn lust
En ik had nooit geen rust
Die vlam kon niet gebluscht
Dan in de baan

Mijn vrouwtje zeide dan
Och, moet jij, lieve man
Er weer van door?
Die kolfbaan is een kruis
Ik bleef maar liever thuis
Dan maak je geen abuis
Ik ben daar vóór!

Neen, zei ik, lieve vrouw
‘k Ben drommels graag bij jou
Maar o, die baan
Jij blijft niet lang alleen
Ik ga maar even heen
Want ik moet maar alleen
Een serie slaan

Ik sloeg met kracht de bal
Een poedel? Ben je mal!
Die sloeg ik nooit
Meest twaalven sloeg ik toen
Dat kon ik toen best doen
En was frisch als een hoen
En nooit verstrooid

Nu ben ik oud en stijf
En ’t eedle kolfbedrijf
Ken ik niet meer
Een twaalf? Geen sprake van
Het hoogst een zeven, man
En dikwijls komt het dan
Op ’n poedel neer

Mijn vrouw zegt menig keer
Ben jij geen kolver meer
Moet jij niet heen?
Moet jij geen twaalven slaan
En series maken gaan?
Ben ik dan nu voortaan
Niet meer alleen?

Ja, zeg ik, lieve vrouw
Ik blijf voortaan bij jou
Want ’t kolfspel is
Voor mij nu afgedaan
Ik kan geen twaalf meer slaan
Ik hoor niet in de baan
Dat is gewis

’t Is alles ongeluk
Dan sla ‘k de kolf aan ’t stuk
Het is een kruis
En nooit een mooie bal
Een zeven bijgeval
Dus vrouw! Ik weet het al
‘k Blijf liever thuis

Verzuchting van een oud-kolver
Wijze: O dierbaar plekje grond
Alkmaar
1912

Click for large image

KLAG06041000054_.jpg

A.B.C. Lied, 1912

A.B.C. Lied

A is de aankomst der kolvers alhier
B is de baan waar men kolft voor pleizier
C zijn de centen die wij nu verteeren
D is de drank die onz’ keelen moet smeeren
E is het eten dat ook wordt gebruikt
F is het fruit dat zoo heerlijk ruikt

G is het goede wat de Kolfbond ons geeft
H is de hoop dat hij lang dan ook leeft
I is de inkomst die hij mag genieten
J is het jaarfeest, dat niet zal verdrieten
K is het kolffeest, door ons hooggeëerd
L is de lol die ook ieder begeert

M is de man die veel twaal(e)ven maakt
N is de nul die geen paaltje ooit raakt
O is het oog dat zich nooit kan vergissen
P dat zijn poedels die ieder kan missen
Q is de quibus die ’t kolfspel veracht
R is de roem die ’t ons heeft gebracht

S is de stakker die niet kolven kan
T is de tijd die wij geven daar an
U is de uil die zijn kolf aan ’t stuk slaat
V is de vrome die vroeg naar zijn huis gaat
W is de winst die men veelal verteert
X is een wijf door geen onze begeerd

IJ is de ijver op ’t feest hier gevierd
Z is de zaal die zoo mooi is versierd
Een blij Hoera! voor den heer Van der Sleesen
Dat hij nog lang onze hospes mag wezen
Lang leev’ de Kolfbond roep ik tot besluit
Vat nu de glazen en drink ze ook uit

1912

Click for large image

KLAG06041000052_.jpg

Lof van het kolfspel, 1913

Lof van het kolfspel

Wijze: Wien Neerlands Bloed

Wien kolversbloed door d’ad’ren vloeit
Van andere spelen vrij
Wien ’t hart voor d’eed’le kolfspel gloeit
Heff’ aan den zang als wij
Hij stell’ met ons, vereend van zin
Met onbeklemde borst
Het ons gevallig feestlied in
- Voor aller spelen Vorst (bis)

Waar is een spel, dat meer bekoort
Dat meer genoegen biedt?
Zoek Oost en West, zoek Zuid en Noord
Zoo’n tweede vindt ge niet
’t Houdt oog en hand en lijf gezond
Verjaagt het zwaarst verdriet
Neen, op het gansche wereldrond
- Is zijn gelijke niet (bis)

Als ongewenscht, een meteoor
Eens tegen d’aardbol kwam
Dan d’aard haar evenwicht verloor
Haar loop een einde nam
De kolver greep zijn liefste pand
Wijl aardpuin hem bedolf
Zijn dierb’ren bal in d’eene hand
- In d’andere zijn kolf (bis)

Klink luid van uit ons feestgedruisch
De lof van ’t kolfspel uit
Een brede stroom van tonen bruisch
Dat niets zijn stormloop stuit
De kolverbond winn’ steeds in kracht
In ledental en kunst
En nog van ’t verre nageslacht
- Deel’ hij de onwelkb’re gunst (bis)

Lof van het kolfspel
Wijze: Wien Neerlands bloed
Oosthuizen
1913

Click for large image

KLAG06041000053_.jpg

Waarom toch, Oosthuizen, op heden zoo mooi?, 1913

Waarom toch, Oosthuizen, op heden zoo mooi?

Wijze: Gij schitterende kleuren van Nederlandsch vlag

Waarom toch, Oosthuizen, op heden zoo mooi?
Waarom, als ten feest, uw kledij?
Waarom u gehuld in rood-wit-blauwen tooi?
Waarom lacht uw aangezicht zoo blij?
Hoe! roept ge verwonderd, is dat nu een vraag?
Weet ge niet, wat ’t groote feit is hier vandaag?
Daarom het gezicht in de feestelijke plooi
’t Gezicht in de feestelijke plooi

Uit vele gewesten van ’t lief Vaderland
Trok menig ten wedstrijd hierheen
Wij drukken met warmte elkander de hand
Als broeders, in ’t kolfspel steeds één
Wij slaan onzen blik met genoegen in ‘r rond
En juichen, ’t Gaat goed, onze bond is gezond
De minnaar van ’t kolfspel, de echte verscheen
De minnaar van ’t kolven verscheen

Wij zweren plechtstatig bij drie keren V
Bij Vroolijkheid, Vrienschap en Vree
Wie aan dezen plechtigen eed niet doet mee
Keer gauw maar weer naar d’eigen stee
Geen woord van verbolgenheid store de pret
Een nurks, die op deez’ of die fouten hier let
Hij is onze kolfbroeder gansch niet, o nee
Hij hoort niet tot d’onzen, o nee!

Click for large image

Bondslied-van-den-Nederland.jpg

Bondslied, 1915

B 0 N D S L I E D

van de

NEDERLANDSE KOLFBOND

Wijze: Bladmuziek bijgevoegd

Marschtempo

Geen lied is zoo krachtig, zoo machtig van toon
Als ‘t Nederlands kolflied, dat klinkt toch zoo schoon
Geen zang zoo gevoelig, zoo hart’lijk gemeend.
Dan 't lied van de kolvers, als broeders vereend.
Daar vindt men eendracht en vriendschap tezaam
Wij noemen eenparig vol jubél den naam
En daverend klinke dan hier op deez’ stond
Geestdriftig gezongen, het lied van den Bond.

Komt drukt nu elkander als broeders de hand,
Er is hier geen sprake van rang of van stand,
Van oud of van jong, van arm of van rijk,
atOp ‘t jaarljkse kolffeest zijn w’ allen gelijk.
Eén is ons streven. en wel bovenal
't Is steeds om te halen, het hoogste getal.
Dus rioht de bal juist, want al mikt men wat lang
0m poedel te maken is iedereen bang.

Op kolvers, vooruit nu, met moed aan de strijd
Wees kalm in uw slag en speel steeds met beleid
Houdt steeds toch uw oog op het midden der zaal
Sta recht voor den bal en sla dan op den paal
Raakt hem toch steeds in het hart als ge kunt
Want daardoor bekomt ge dan menigen punt
Maar hebt ge een snijbal, die ligt in de kast
Dan is punten halen nog zeker niet vast.

Tot twaalf is het hoogst, dat men steeds halen kan
In menigen slag toch mankeert er wat an
Te dik of te dun, of te hard of te flauw
Bedenk toch, het afslaan luistert zoo nauw
Acht of een negen, een tien of een elf
Dan is men tevreden, dat spreekt haast van zelf
Wordt niet overmoedig, raak niet van de wijs
Want anders verliest ge den kans op een prils.

Volhardt en ga voort, steeds met moed op het pad
Dat voor ons zoo menige kolver betrad
Geen wijken of wank’len, gij kolvers staat pal
Opdat Neerlands Kolfbönd lang stand houden zal
Luid klinkt het Bondslied, vol vuur en vol moed
En breng aan het gansche Bestuur uwen groet
Het blijve nog jaren gespaard voor den Bond
Dat wenschen en hopen wij hier op deez'stond.

P. Goebel
23 januari 1915


Klik onder de afbeelding voor een muziek- en tekstweergave in pdf, een muzieknotatieweergave in mscx (MuseScore benodigd om te openen) of een digitale weergave in midi

Blijkens een bijgevoegde notitie is de melodie geplagieerd van het Turnlied van het Nederlandsche Gymnastiekverbond.

Bron: Stadsarchief Amsterdam, inventaris M.D. Kalker, Do Smit

Click for large image

KLAG06041000044_.jpg

Kolflied, 1923

Spanbroek 1923
24

Kolflied.

Wijze: Het Oostenrijksche volkslied.

Bij den kalmen strijd die heden
Onze kolversaandacht boeit
Zinge iedre strijder mede:
'Lof het spel waarvoor hij gloeit'
Wie geen zeepsop heeft in d'aaderen
Roeme hier naar ouden aard:
('t Goede frissche spel der vaad'ren;
- 't Is nog aller hulde waard...) bis

't Oefent oog en hand te zamen
't Kweekt gezelligheid en trouw
Warme vriendschap, en - met name
Brengt het troost bij droeven rouw.
Het verwijdert muizenissen,
Drijft de zorg weg en de pijn;
(- In de kolfbaan kan men missen
Alle suffers die er zijn! -) bis

Zijt ge oud en grijs van haren
Krom van rug en stram en stijf. -
- Gij vergeet den druk der jaren
Bij 't gezellig kolfbedrijf! -
Op dan broeders, slaat de ballen
Raakt de palen, raakt ze goed! -
(Geve 't kolfspel aan ons allen:
Kracht en vlugheid, levensmoed!.....) bis

Er is een reden te veronderstellen dat de tekst is geschreven door dr. G.C. van Balen Blanken: zie de kladnotitie uit 1925 in het album 'Affiches, publicaties, documenten, telegram, menu's, correspondentie'

Bron: Stadsarchief Amsterdam, inventaris M.D. Kalker, Do Smit

Click for large image

KLAG06041000042_.jpg

Clublied, 1924

Clublied

Wijze: Madelon

Het is thans 300 jaar geleden,
Dat de eerste kolver kwam op aard.
Deze man bracht nieuwe ideeën,
Voor het nageslacht van groote waard.
Dra ging men aan de Zaan toen bouwen
'n Kolfbaan in 'de Waakzaamheid'.
Toen werden dra de Zaansche kolvers
Overal beroemd, genoemd, benijd,
En daarom klink' hier luid,
We roepen 't juichend uit,
Het is geen humbug hier
En zingen met plezier.

Refrein:
Kolven is de schoonste sport op aarde,
Kolven schenkt een ieder waar genot,
Kolven is een sport van groote waarde,
Kolven raakt men op verzot,
Kolven sterkt het oog en staalt de spieren,
Zonder kolven was 't hier niets gedaan,
Daarom willen we allen vroolijk kolven,
Aan de Zaan, aan de Zaan, aan de Zaan.

-----
Te koop
Kist, Ballen en Kolven
te bevragen bij M.D. Kalker Jr., Amsterdam

Click for large image

KLAG06041000041_.jpg

Kolverslied, 1924

Kolverslied, 1924

Woorden: A. Ridder - Hulsebos.
Muziek: C.N. Kaper

Komt kolvers, ten strijde, vol moed in de baan
En meet er uw kracht met uw vrinden!
Een wedstrijd als deze, die staat ons wel aan
We zijn er altijd voor te vinden.
Maar nooit gaat 't gepaard met gefluit of getier,
Ook wij doen aan sport, maar op kalme manier.

Een klap! en de bal heeft de eindpaal geraakt
Dan nog éénmaal weer, naar behooren.
Terug gaat de bal, nu paal één, doel gemaakt,
Niet missen, want dan is 't verloren.
Een 12 moet het worden, geen twee, drie of vier,
Dat is toch je ware, dat is DE manier.

Vooruit kameraden, je best maar gedaan
Laat vroolijk uw lied er bij schallen!
Op Mik-Wis en Zaanstreek, houd hoog onze vaan,
Deez' dag breng' succes voor ons allen.
En kan het niet zijn, draag uw neerlaag dan fier,
Dat is toch de rechte, de kolversmanier.

Bron: Stadsarchief Amsterdam, inventaris M.D. Kalker, Do Smit

Click for large image

ayolt_007-lied.jpg

Er moet vast zijn, 1925

Op het 40-jarig bestaan van den Nederlandschen Kolfbond. September 1885 - September 1925

Wijze: Io Vivat!

Er moet vast zijn
Een groot festijn
In Alkmaars stedewal,
Want heeren, heeren zonder tal,
En elk voorzien van kolf en bal,
Ze komen thans van wijd en zijd
Naar 't Hofplein, naar Central.

Ja, blij van geest
Viert men daar feest,
Herdenkt er 't heuglijk feit,
Dat heden toch voor veertig jaar
Een stem klonk tot de vriendenschaar:
'Vereenigt U nog dezen stond
Tot Neerlands Kolfverbond!'

En deze Bond,
Zoo kerngezond,
Bestaat dus veertig jaar!
Wat schonk hij een gezelligheid!
't Werd nu één groote societeit.
Bij oefening van oog en hand
Werd sterk de vriendschapsband.

Waai' hoog de vlag
Dan dezen dag,
Den dag van 't Kolfverbond!
Wat immer wiss'len moog' of keer',
Het kolfspel blijv' in hooge eer!
Voor 't edel spel een luid hoezee!
Voor 't Kolfverbond: hoezee!

Bron: archief Joop Brongers

Click for large image

KLAG06041000039_.jpg

Wie heeft van de kolfbaan niet gehoord, 1925

Wie heeft van de kolfbaan niet gehoord

Wijze: Wie heeft van Alkmaar niet gehoord

Wie heeft van de kolfbaan niet gehoord
Verloren bij de Bergerpoort?
We hebben er lang op kunnen roemen
En daarom willen wij het noemen
Het was voor ons een groote ramp
We streden daar zoo menig kamp
Want spel en vriendschap is ons streven
Dat roepen wij geheel ons leven
En wat leert ons ’s lands historie?
‘Van Alkmaar de Victorie’

Hebt gij de vreugdekreet gehoord?
Het galmt gewis van oord tot oord
Een nieuwe kolfbaan is gekomen
Wie had zoo iets durven droomen?
Berkhouwer, wat een flinke vent
Ging met onz’ wenschen fluks content
Hij deed een nieuwe baan verrijzen
Wat wij steeds in hem luide prijzen
En wat leert ons deez’ historie?
‘Van Alkmaar de Victorie’

Komt vrienden-kolvers van den Bond
Ge voelt met ons op deze stond
De waarde van ’t geen is gegeven
De vrucht van moedig voorwaarts streven!
Komt thans voor ’t eerst ter nieuwe baan
Wat zal het nu weer lustig gaan
Moog’ ’t ledental steeds verder groeien
De Kolfbond meer dan ooit gaan bloeien!
En dan zingen wij vol glorie:
‘Van Alkmaar de Victorie’

Het is voor ons een dubbel feest
Wij zingen nu verheugd van geest
Hoe goed is ’t ons den Bond te ontvangen
Daarnaar ging uit ons sterk verlangen
Wie juicht niet vrolijk met ons mee
Voor Neerlands Kolfverbond, Hoezee!
Wij steunen wis ons heele leven
Zijn heerlijk doel en ernstig streven
En wij zingen weer vol glorie:
‘Van Alkmaar de Victorie’

J.H.

Gezongen tijdens het 40-jarig jubileum van de Kolfbond van 12 t/m 15 september 1925

Click for large image

KLAG06041000127_.jpg

Feestlied, 1926

Feestlied

Wijze: In naam van Oranje enz.

De Kolfclub 'Op Maat' viert haar veertig-jarig feest,
Zij stond twee maal twintig jaar pal.
Zij is steeds vol lust en vol ijver geweest
Voor 't spel met den kolf en den bal.
Zij hield steeds in eere Oud-Hollandsch gebruik,
Goed Hollandsch, goed rond, zonder kreuk noch gefnuik.
Zij droeg steeds met eere haar naam en haar staat:
Goed Hollandsch, goed rond is 'Op Maat'.

Haar streven was steeds aan het kolfspel gewijd,
't In eere te houden haar doel.
Zoo schiep zij zich lauw'ren in vreedzamen strijd,
En kweekte gemeenschapsgevoel.
De sport die 'Op Maat' in dien tijd heeft gediend,
Verscherpte het oog en bracht menigen vriend,
Dien men bijstond in 't kolfspel met raad en met daad:
Goed Hollandsch, goed rond is 'Op Maat'.

Zij neemt in den Bond steeds een eereplaats in,
Een zetel heeft zij in 't Bestuur;
Zij heeft steeds haar krachten, vanaf 't begin
Gewijd aan haar taak, elk uur.
Thans vieren wij feest met een vroolijk gemoed,
Snel klopt ons het harte en jaagt ons het bloed.
Wie heeft hoog gehouden haar naam en haar staat?
De Jubilaresse 'Op Maat'.

Een driewerf heil aan den Bond en 'Op Maat',
Een hulde in woord en in lied.
De kolfsport zal blijven bij al wat vergaat,
Haar deren de jaren nog niet.
En zal na tien jaren de glans van het goud
De harten verblijden van jong en van oud....
Dat 't oordeel dan luiden mag zonder beraad,
Goed Hollandsch, goed rond bleef 'Op Maat'.

'Goed Hollandsch', 'goed rond' zij en blijve uw leus,
De kolfsport wordt daarmee gediend.
De 'Neerlandsche Kolfbond', hij blijve uw keus,
Zijn Praeses nog lang onzen vriend.
Aan hem onze dank voor zijn leiding en gunst,
Geen beter dan hij toch verstaat deze kunst.
Van Balen Blanken hij blijv' voor den Bond
Nog minstens tien jaren gezond.

N. S. / J. H. K.

Bron: Stadsarchief Amsterdam, inventaris M.D. Kalker, Do Smit

Click for large image

KLAG06041000125_.jpg

Feestlied, 1928

Waar kolvers bij elkander zijn

Wijze: Het Turnlied

Waar kolvers bij elkander zijn
Hojo-hojo-hojo-hojo
Behoef je niet te vreezen
Hojo-hojo-hojo-hojo-hojo-hojo-hojo
Voor kijverij of kwezelzucht
Daarvoor is niemand ooit beducht
Omdat z’er niet mag wezen
Hojo-hojo-hojo-hojo-hojo-hojo

Waar kolvers bij elkander zijn
Hojo-hojo-hojo-hojo
Daar kan je vast vertrouwen
Hojo-hojo-hojo-hojo-hojo-hojo-hojo
Heerscht ook gezonde levenslust
Waarop je dad’lijk wordt belust
En die je niet zal rouwen
Hojo-hojo-hojo-hojo-hojo-hojo

Waar ‘t feest voor onze kolvers is
Hojo-hojo-hojo-hojo
Daar zal men ras ontwaren
Hojo-hojo-hojo-hojo-hojo-hojo-hojo
Den wensch; Van Balen blijv’ gezond
De Praeses van den Kolverbond
Nog vele lange jaren
Hojo-hojo-hojo-hojo-hojo-hojo

Click for large image

KLAG06041000108_.jpg

Feestlied, 1935

1885-1935
Sept 6/10 1935
Hr D. Haakman
Wapen v/ Grootbroek
en Hr J. Vlam De Gekroonde Zwaan
te Grootebroek

Feestlied

Wijze: het Turnlied

Als broeders eendrachtig en vroolijk van geest
Viert iedere Kolver nu mede dit feest
Reeds dagen en weken en maanden verwacht
Getuigend van flinkheid, van een heid, van kracht
Nu Nederlandsche Kolfbond bestaat vijftig jaar
Weet kolver en Kolfbond zich één met elkaar
De feestvreugde wordt door geen wanklank verstoord
Een kolver viert feest, juist zooals het behoort.

Wij drukken elkander als broeders de hand
Weg is het verschil nu van rang en van stand
Van oud of van jong of van arm of van rijk
Op dit gouden kolffeest is ieder gelijk
Want één is ons streven en ons ideaal
Te raken precies in het hart van de paal
De maat juist berekend en nu niet op stuk
Een keurige twaalf maar niet per geluk.

De bond wordt bestuurd met een krachtige hand
Die kweekt eensgezindheid en sterkt het verband
Al is ook de voorzitter klein van postuur
Wij huldigen hem als 'de groote figuur'
Want groot zijn zijn gaven van humor en geest
Steeds is hij de ziel van de Kolfbond geweest
Nog jarenlang blijve hij frisch en gezond
Tot vreugd van de kolvers tot heil van de bond

September 1935, C.J. van Kleeff

Bron: Stadsarchief Amsterdam, inventaris M.D. Kalker, Do Smit

Click for large image

KLAG06041000104_.jpg

Clublied, 1936

Clublied.

Wijze: Madelon.

Het is ruim 300 jaar geleden,
Dat de eerste kolver kwam op aard.
Deze man bracht nieuwe ideeën,
Voor het nageslacht van groote waard.
Dra ging men aan de Zaan toen bouwen
'n Kolfbaan in 'de Waakzaamheid',
Toen werden dra de Zaansche kolvers
Overal beroemd, genoemd, benijd,
En daarom klink' hier luid,
We roepen 't juichend uit,
Het is geen humbug hier
En zingen het met plezier.

R e f r e i n:
Kolven is de schoonste sport op aarde,
Kolven schenkt een ieder waar genot,
Kolven is een sport van groote waarde,
Kolven raakt men op verzot,
Kolven sterkt het oog en staalt de spieren,
Zonder kolven was 't hier niets gedaan,
Daarom zillen we allen vroolijk kolven,
Aan de Zaan, aan de Zaan, aan de Zaan.

Bron: Stadsarchief Amsterdam, inventaris M.D. Kalker, Do Smit

Click for large image

042.jpg

Lied voor Sajetters, 1960

Lied voor Sajetters

Wijze: Marina, Marina

Wanneer sajetters bij elkander komen
Uit Noord-Scharwoude, Nierup of Hoogwoud
Venhuizen, Krommenie ofwel de Wormer
Of plaatsen waar men van sajetten houdt
Dan is er steeds een sfeer van goede vrienden
Die alles overhebben voor hun sport
Die steeds proberen de bal goed te raken
En hoge cijfers plaatsen op het bord

Refrein
Sajetters, sajetters, sajetters
Die raken haast altijd de paal
En mocht dat een keertje niet lukken
Dan doen ze het toch d’and’re maal
Waar we komen spelen
Zul je je nooit vervelen
Ik wil het niet verhelen
We houden van de lol
Want na onze strijd
Zijn we nooit de kluts kwijt
We houden van een grapje
Maar houden het op ‘VOL’
Maar houden het op ‘VOL’

De dag van de sajetters die komt steeds weer
Terug in ’t begin van ’t nieuwe jaar
Dit wordt na jaren zeker een traditie
Dat brengt PIET SWIER steeds keurig voor elkaar
Hij is de stimulans voor deze dagen
En daarom zijn we dan ook steeds weer blij
Om deze dag voor S’jet te reserveren
En zijn w’er altijd als de kippen bij

Refrein
Zie de tekst hierboven

Lied voor Sajetters
Wijze: Marina, Marina
Nieuwe Niedorp
1960

Click for large image

Liederen.jpg

Liedboek van de KNKB, 1989

'Liederen door de jaren heen', een kolfliederenboekje in 1989 samengesteld door G. Kreuk uit Wognum.

Dit liederenboekje is uitgegeven door de Koninklijke Nederlandse Kolfbond. De liederen dateren van 1894 tot 1983. Het boekje bevat 45 liederen op 47 bladzijden en de tekeningen op de omslag zijn uit de 'Haarlemse Courant' van 1893 en zijn gemaakt door de heer P. van Looy.

Het boekje bevat de volgende soorten liederen:
- Bondslied van de kolfbond.
- Welkomstliederen.
- Feestliederen.
- Afscheidsliederen.
- Clubliederen.
Eén van de liederen is in het Fries.

In het verleden was het gebruikelijk dat voor de Nederlandse Kampioenschappen diverse liederen werden gemaakt, welke gedurende het kampioenschap werden gezongen. De kwaliteit van de liederen is zeer divers; de absolute toppers zijn 'Ware geschiedenis van Pieter' en een lied zonder titel dat begint met de zin 'Eer zal Napoleon herleven'. Het hierna opgenomen lied Den Winners Heil is niet afkomstig uit het liederenboekje.

Eigendom 'Kan Tegen Verlies'.

Bron: Mark Aberkrom (pagina 161 van 'Het kolfboek van Drechterland'), Annette Klinkert

Click for large image

025.jpg

Eer zal Napoleon herleven

Eer zal Napoleon herleven

Wijze: Mijn Victoria

Eer zal Napoleon herleven
En opstaan uit zijn marm’ren graf
Eer zal een koe petroleum geven
Die eertijds melk en boter gaf
Eer meldt een nucht’ren kalfsmemorie
Iets van de vroeg’re St. Janspoort
Eer dat ons feest op deze avond
Door twist en tweedracht wordt gestoord
- Gansch vol goeden moed (bis)
Zingen wij in koor, zoo gaat ie goed
- Gansch vol goeden moed (bis)
Zingen wij; zoo gaat ie goed

Eer ’n heilsoldaat ons feest bezinge
Ons kolfpartij te gronde gaat
Eer Bolsward Kolf-Vereeniginge
Op Nova Zembla kolven gaat
Eer ook De Jong’s vermiste vrouwen
Door kolvers worden opgespoord
Eer dat ons feest op deze avond
Door twist en tweedracht wordt gestoord
- Gansch vol goeden moed (bis)
Zingen wij in koor, zoo gaat ie goed
- Gansch vol goeden moed (bis)
Zingen wij; zoo gaat ie goed

Eer vindt men hier den steen der wijzen
En eten vorsten varkensdraf
Eer zal Piet Lust uit ’t graf verrijzen
En breekt men onz’ Sint Maarten af
Eer krijgt een visserschuit van Zoutkamp
Het Wenham’s gaslicht nog aan boord 1)
Eer dat ons feest op deze avond
Door twist en tweedracht wordt gestoord
- Gansch vol goeden moed (bis)
Zingen wij in koor, zoo gaat ie goed
- Gansch vol goeden moed (bis)
Zingen wij; zoo gaat ie goed

Eer spreekt een oude melkboer-ezel
Het onvervalschte Volapük 2)
Eer wordt een kolversvriend een kwezel
En slaat een gummibal in stuk
Eer kraait een torenhaan victorie
Zoodat de gansche stad het hoort
Eer dat ons feest op dezen avond
Door twist en tweedracht wordt gestoord
- Gansch vol goeden moed (bis)
Zingen wij in koor, zoo gaat ie goed
- Gansch vol goeden moed (bis)
Zingen wij; zoo gaat ie goed

1) Wenham is wellicht een verbeteraar van de lichtspreiding met behulp van prisma’s.
2) Volapük is een kunsttaal die in 1880 werd geconstrueerd door Johann Martin Schleyer, een katholieke priester in Baden, Duitsland.

Click for large image

021.jpg

Eindelijk is voor ons de langverwachte dag

Eindelijk is voor ons de langverwachte dag

Wijze: De Zilvervloot

Eindelijk is voor ons de langverwachte dag
Deez’ feestdag aangebroken
Wij zingen blij en luid, te meer nog daar men zag
Onze Driekleur uitgestoken
’T is feest, ’t is feest
In Zuidscharwou is ‘t feest
‘De Roode Leeuw’ zij is
In feestdos, thans gewis
Waar ieder gast zeer welkom is

‘Op Maat’ heeft reeds bestaan thans 25 jaar
Een vierde eeuw vlood henen
Dien tijd bracht zij haar leden gezellig bij elkaar
Zoo week’lijks voor hen verschenen
‘Op Maat’, ‘Op Maat’
Dat ge sterker bloeien gaat
Steeds meerder in de baan
Om ook zuiverder te slaan
Zoo, zeker stijgt ‘Op Maat’ in naam

Click for large image

KLAG06041000112_.jpg

Feestlied

Feestlied.

Wijze: De nieuwe haring komt.

Komt, heffen w' aan met blijden geest,
Op 'Bolsward's' zilv'ren jubelfeest;
Luid klinke onze stem ter eer der kolfpartij.
Verbinden wij aan onzen zang
Een wensch 'de Kolfclub leve lang'!
Nog jaren leve zji! Nog jaren leve zij!

Neemt allen nu uw glas ter han
En wijdt het aan den vriendschapsband
Van alle kolvers, die gekomen zijn naar hier.
Laat ons hun daarvoor hulde biên,
Ook hopen hen eens weer te zien.
Kolf lang nog met pleizier! Kolf lang nog met pleizier!

Komt er een einde aan elk feest,
Ook al is 't nog zoo mooi geweest,
Lang blijft voorzeker deze kolfpartij ons bij.
Van harte is onz' wensch daarom
Er hier eens weer zoo'n wedstrijd kom.
Nog dikwijls hopen wij! Nog dikwijls hopen wij!

Dit lied is een acrostichon (ook: naamdicht of lettervers). De eerste letters van elke regel vormen het woord KOLVEN; in het tweede couplet is het woord kolven omgedraaid.

Bron: Stadsarchief Amsterdam, inventaris M.D. Kalker, Do Smit

Click for large image

KLAG06041000120_.jpg

Feestlied

Feestlied.

Wijze: Heil Victoria.

Weest welkom - heeren in ons midden,
Bestuur - der Landbouw-Maatschappij,
Mooi weer - daar zullen wij voor bidden,
Uw komst maakt ons - zoo vroolijk en zoo blij!

R e f r e i n.
Komt naar Alkmaar,
Komt naar Alkmaar,
d'Expositie is al kant en klaar.
Komt naar Alkmaar,
Komt naar Alkmaar,
d'Expositie is al klaar.

Uw arbeid - moge vruchten dragen,
Tot heil - van Hollands boerenstand,
Dan hoeft - geen mensch zich te beklagen,
De langbouwstand - brengt welvaart in het land.

R e f r e i n.

Hier komen - eerdaags groote dingen,
Een kamp - met echte hertjes d'rin,
Een tram voor Alkmaars Scheveningen,
Zoo krijgt een elk - het hier steeds naar zijn zin.

R e f r e i n.

Maar nu - is 't enkel d'Expositie
Van 't Hoofd - Bestuur in Ken'merland,
Waarvoor wij hebben veel ambitie,
Driewerf hoera! - voor Hollands langbouwstand.

R e f r e i n.

Ja Hollandsch - Maatschappij van landbouw,
Uw taak - dat is geen sinecuur,
Maar Alkmaar - wordt u nimmer ontrouw,
Wanneer ge houdt - zoo'n kranig Hoofdbestuur.

R e f r e i n.

Let op
Hoewel dit lied geen verwijzing bevat naar het kolfspel is toch besloten om de liedtekst op te nemen in het webmuseum Colf & Kolf, omdat de tekst is gevonden in de inventaris van de heer M.D. Kalker in het Stadsarchief Amsterdam (KLAG06041000120). Wellicht is het kolffeest in Alkmaar 'gesponsord' door de plaatselijke Hollandsche Maatschappij van landbouw...

Click for large image

KLAG06041000051_.jpg

Het kolfspel

Het kolfspel

Wijze: onbekend
(wellicht; Al is ons Prinsje nog zo klein...?)

Het kolven is een prachtig spel! ja ja
Elk Nederlander weet dan wel, ja ja
In d’uitslag, dus ’t begin maar goed
Dan krijgt de kolver reeds veel moed
- Ja ja, ja ja, ja ja (bis)

Maar d’opslag mag niet minder zijn, o zoo!
Diep in de kas! Dat doet zoo’n pijn! o zoo!
Breng op je bal vlak voor het stuk
Zulks scheelt je straks een heel ruk
- O zoo, o zoo, o zoo (bis)

Het trekken, daar komt het op aan, gewis
Daar moet je zuiver bij gaan staan, gewis
Klinkt een ‘Hoezee’ dan door de zaal
Zoo is bereikt het ideaal
- Gewis, gewis, gewis (bis)

Click for large image

KLAG06041000021_.jpg

Hulde aan Bestuur en Burgerij

Hulde aan Bestuur en Burgerij

Wijze: Wien Neerlands bloed

Bestuur, aan u een lied gewijd,
En hulde u gebracht
Voor al uw moeiten en uw tijd,
Nu gij het hebt volbracht.
Het groote doel, waar gij voor kwaamt,
Was vast een zware taak,
Maar eendracht en ook wilskracht bracht
Hier alles in den haak. (bis)

Commissiën, ook u een lied,
Voor uw hulpvaardigheid,
Want toen men aan 't benoemen ging
Was elk terstond bereid.
Een ieder zorgde voor de taak,
Waarvoor hij werd benoemd,
Maar eendracht en ook wilskracht bracht
Hetgeen men hier op roemt. (bis)

Wij brengen hulde en ook dank
Aan heel de burgerij,
Dat ieder deele in de vreugd',
Zet alle zorg op zij.
En dat de Kolfclub van de Zaan
Nog jaren blijv' bestaan.
En dat de kolvers met elkaar
Zich oef'nen in de baan. (bis)

G.H. Kz.

Stoomdruk - J. Heijnis Tsz. - Zaandijk

Bron: Stadsarchief Amsterdam, inventaris M.D. Kalker, Do Smit

Click for large image

KLAG06041000048_.jpg

Hulde aan den Nederlandschen Kolfbond

Hulde aan den Nederlandschen Kolfbond

Wijze: (Alle man van Neerlandsch stam.)

Hulde aan het kloek Bestuur,
Dat het Kolfspel houdt in eere;
Wie 't niet kent, dat hij het leere -
't Houdt den geest frisch op den duur
't Scherpt 't oog en leidt de hand
Met verstand.
Men beoefent mooie sport,
Als men Lid des Kolfbonds wordt.

Vaderlandsche geest en trouw
Kweekt het kolfspel aan, mijn vrienden.
Wie zich van de kolf bedienden,
Hadden rimpel, kreuk noch vouw.
Eerlijk, open, rond van taal,
Allemaal.
Wie de kolfsport goed bemint,
Voelt zich vrij en welgezind.

Van de Dollart tot de Scheld'
Kent men 't kolfspel naar behooren;
Die het ziet, moet het bekooren,
't Boeit steeds, - zoo de mare meldt.
Leve Neerlandsch Kolfbond
Steeds gezond.
En als Nestor in de baan,
Moet Van Balen Blanken staan.

Bron: Stadsarchief Amsterdam, inventaris M.D. Kalker, Do Smit

Click for large image

KLAG06041000122_.jpg

Hulde aan Heeren Eersten-Prijswinners.

Hulde aan Heeren Eersten-Prijswinners.

Wijze: Turnerslied.

De winners der prijzen een groet niu gebracht,
Hun aantal is zeven, één minder dan acht,
En toch zijn er negen, maar twee zijn er bij,
Hun naam, die komt twee maal te staan in de rij.
Het eerst werd de prijs door W. TENSEN behaald,
Te Alkmaar bij HARP in 't lokaal 'Nachtegaal'.
Het tweede was A. KIST, die won te Schiedam,
Terwijl hij den prijs te Spanbroek ook bekwam.

Te Gouda, daar ging men alweder ten strijd,
Daarom aan POLAK deze regels gewijd,
Want hij maakte daar een record op de baan,
Wat nog niet behaald was sedert 't heele bestaan.
Te Goes, daar was C. WITTEVEEN matador,
En vier jaar later sloeg hij ook 't record.
Daarom onze hulde gebracht aan die twee,
Voor 't hoogst aantal punten, behaald op de lei.

De laatste drie heeren een toast nog gewijd,
Voor hun kranig spel, dat met ernst en beleid
Te Haarlem gespeeld werd door H.F. v. THIEL,
Als voorzitter daar nu den prijs ook behiel'.
En nu den heer BOS, weer een anderen naam.
Met bal en met kolf in het spel vast bekwaam,
Zoowel als heer BRONKHORST, die gaf het bewijs
Van Bolsward te komen met den eersten prijs.

G.H. Kz.

Stoomdruk - J. Heijnis Tsz. - Zaandijk

Bron: Stadsarchief Amsterdam, inventaris M.D. Kalker, Do Smit

Click for large image

KLAG06041000117_.jpg

Laat, vrienden, ons een feestdronk wijden

Aan de kolvers.

Wijze: De winter komt zijn afscheid brengen.

Laat, vrienden, ons een feestdronk wijden
Aan onze helden van den dag
Die wij weer dapper zagen strijden
Die niemand ooit vergeten mag
O kolvers, Neerlands roem en eer
- Uw namen klinken heinde en veer (bis)

Niet binnen Neerlands enge grenzen
Blijft uwe kolversroem beperkt
Gij wordt door duizenden van menschen
Ver buiten Neerland opgemerkt
Ja, kolvers, Neerlands roem en eer
- Uw namen klinken heinde en veer (bis)

Blijft maar volharden, flinke helden!
Steeds even moedig, even koen
Gansch Neerland moet uw lof vermelden
Wij willen ’t onze daartoe doen
Van Bolsward uit weerklinke uw eer
- O flinke kolvers, heinde en veer (bis)

Click for large image

019.jpg

Lied

Lied

Wijze: Kent gij dat volk

Kent gij dien Bond in Nederland
Van kolvers met elkaar
Daarin zit een goed verband
Ze zijn van zessen klaar
Het zijn zulke flinke mannen
Die men niet kan verslaan
Het is dan ook de reden
Waarom wij voor U staan
Leve de Bond, leve de Bond
Leve de Nederlandsche Bond

Wij danken U uit Noordscharwou
Gij allen ver van daar
’t Is voor ons een groot plezier
Te zien zoo’n groote schaar
Zoo vroolijk de één en blij de ander
Vier dagen achtereen
Wij leven allen voor elkander
Met kolven zijn wij één
Leve de Bond, leve de Bond
Leve de Nederlandsche Bond

Kent gij dien man van onze Bond?
Die zoveel voor ons doet
Hij wordt wel oud, maar steeds gezond
Werkt hij zoals het moet
Van Balen Blanken is zijn naam
Hulde den kloeke man
Leef jaren lang nog met ons mede
Blijf lid zoolang je kan
Leve de Bond, leve de Bond
Van Balen Blanken blijft gezond

Tien jaren is het nu geleên
Dat ‘Vriendenkring’ begon
En zich ontwikkelde al meer
Tot een club van roem en eer
Met Kostelijk als Voorzitter
En Kuiper zijn rechterhand
Die twee werkten altijd samen
De club bleef in het verband
Wij danken hen! Zingt allen mee
Voor ‘Vriendenkring’ nog één hoezee!

Lied ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van ‘Vriendenkring’ en de Nederlandsche Kolffeesten

Click for large image

KLAG06041000106_.jpg

Op den Kolfwedstrijd

Op den Kolfwedstrijd

Wijze: Colijn, een brave Boerenzoon

Op, Broeders, op, de wedstrijd noodt
Waaruit de bronwel is gesproten
Die onze kolfdorst laaf’nis bood
Aan jong’ en oude kolfgenooten
Wij leenen aan die roepstem ’t oor
Wij willen aan de bron ons laven
Wij volgen graag ’t gebaande spoor
- Genieten graag heur goede gaven (bis)

De ziel, gelegd in oog en hand!
Voorwaar, er valt niet mee te dollen
Beteugeld door het kloek verstand
Zal vast de bal naar ’t doelpunt rollen
Wijl hij niet stuurloos zigzag gaat
Door dwaas te klappen of te sollen
Doch zacht naar ’t wit en op de maat
- Hij mag noch sukkelen, noch hollen (bis)

Waartoe gezegd, gij weet het wel
Het mocht u in het spel steeds blijken
Het kolven is een open spel
Een ieder kan het gansch omkijken
Wie dus het reglement ontduikt
Een der artikeles zoekt te ontwijken
Een palmpje of een puntje sluikt
- Zijn min gedoe zal ieder blijken (bis)

Is ’t kolfje niet steeds naar uw hand
Gij moet u daarvan niets aantrekken
Wel man, gebruik dan uw verstand
Laat dat geen twist of wrevel wekken
Weg, elk verstoorder van de pret
Het zou hem niet tot eer verstrekken
Hij ga naar moeder thuis, te bed
- De dekens over de ooren trekken (bis)

Click for large image

KLAG06041000001_.jpg

Verzuchting van een oud kolver

Verzuchting van een oud kolver

Wijze: Henri's drinklied

Toen ik jong was, vond ik kolven
Toch zoo'n frisch en heerlijk spel,
Maar, - bij vrouwlief, bij mijn Grietje
Was het niet zoo zeer in tel; -
'Iedre keer
'Moet je weer
'Naar die kolfbaan' zei ze vaak dan:
'Is dat nu je liefste taak man?
' 'k Weet wel wat ik liever wou:
' 's Avonds thuis zijn bij mijn vrouw!'

Ja, zei ik dan: 'beste Grietje!
' 'k Ben zoo drommels graag bij jou!
'Maar, - het kolven is zoo heerlijk
'Dat je 't niet gelooven zou:
'Twaalf, hoezee!
' 'k Juich dan mêe
'Poedel sla ik nooit mijn leven
'En een slechte slag is zeven;
'Vrouw! ik zal nog even gaan,
'En een mooie serie slaan!'

'k Ben nu oud, - stram zijn mijn leden
't Kolven is nog wel in tel,
Maar mijn vrouw vindt dat ik weinig
Spreek van 't eedle mannenspel;
'Zeg eens Pet
'Moet je niet
'Weer eens twaalven slaan en elven! -
'Als ik U was, 't spreekt van zelve
'Dat ik niet versuffen wou
'Iedren avond bij mijn vrouw!'

Ja, zoo spreekt mijn beste Grietje
Maar ik zeg dan: ' 't zal niet gaan
'Want het is niet meer zoo prettig
'Als ik meedoe in de baan;
'Ongeluk
'Kolf aan 't stuk
'Poedel, één, twee, hoogstens zeven
'Twaalf of elf nooit van mijn leven,
'Iedre keer een nieuw abuis:
'Vrouw! ....'k blijf liever bij je thuis.'

Bron: M.D. Kalker/Do Smit

Click for large image

KLAG06041000123_.jpg

Waar kolvers samen zijn

Waar kolvers samen zijn

Wijze: Het Engelsche Volkslied

Waar kolvers samen zijn
Vrij van verdriet en pijn
Daar klinkt hun lied
Vroolijk en welgemoed
Zingt men met vuur en gloed
De ware kolver houdt zich goed
Zelfs bij tegenspoed

Wie zich een kolver noemt
Zich op dien naam beroemt
Blijv’ steeds sportief
Bij onzen ed’len strijd
Past afgunst, haat noch nijd
En wie den hoogsten top bereik’
Blijv’ zich zelf gelijk

Waar echte sportgeest troont
Waar hechte vriendschap woont
Daar is het goed
Reik dan de broederhand
Ken geen verschil van stand
Als kolvers zijn wij allen g’lijk
Kennen arm noch rijk

Blijv’ dus de eenheidsband
Vast als een broederhand
Onbreekbaar sterk
Waar ook de splijtzwam tiert
Die gansch ons volk ontsiert
De Nederlandsche Kolfbond
Blijve kerngezond


Webmuseum and Digital Archive Colf & Kolf © Koninklijke Nederlandsche Kolfbond | Koninklijke Nederlandse Golf Federatie