NGA Early Golf Webmuseum


Woensdag 13 mei 1885: oprichting Nederlandsche Kolf Bond

In de loop van de 19e eeuw verloor het kolfspel aan belangstelling. Op 5 en 6 november 1884 had de arts G.C. van Balen Blanken de leiding bij een kolfwedstrijd, die uitgeschreven was door de club "De 4 Eenen" te Spanbroek. Omdat het kolven gevaar liep door andere sporten te worden verdrongen, kwam hij op de gedachte de nog bestaande kolfclubs te verenigen in een Nederlandsche Kolfbond. Hij sprak er met anderen over en op 13 mei 1885 werd in het lokaal van de kolfclub "Keer Niet" in de sociëteit De Vereniging te Haarlem de Nederlandsche Kolfbond opgericht en dokter Van Balen Blanken nam de voorlopige leiding op zich.
De eerste clubs die zich bij de bond aansloten kwamen uit Bolsward, Alkmaar, Goes, Gouda, Haarlem, Nieuwe Niedorp, Spanbroek en Hoorn. In het eerste jaar voegden zich Delft, Schiedam en Zuid-Scharwoude erbij. Na de oprichting van de bond werden spelregels en het puntenspel als richtlijn gesteld. Hierdoor verdween langzamerhand het zgn. 'streepjeskolven', waarbij de palen in zo min mogelijk slagen geraakt moesten worden en waarmee een 'streepje' gehaald kon worden.
In 1911 werd nog op 110 banen gekolfd.

In de loop der jaren moest de bond zwichten voor de vooruitgang: vele banen moesten worden opgegeven. De bond heeft zelf geen kolfbanen in bezit, maar is afhankelijk van de goodwill van de kasteleins om deze in stand te houden. Velen vonden het 'ruimtevreters' en er moest plaatsgemaakt worden voor podia, bars, biljarttafels, restaurant of disco. Alleen Noord-Holland en een baan in Utrecht bleven trouw aan 'de kliek'.
Toch kon er tegen het van de 20e eeuw nog een succes worden geboekt: in 1985 werd het 100-jarig bestaan van de kolfbond gevierd:

Maandag 13 mei 1985: Kolfbond wordt Koninklijk

Het eeuwfeest mocht worden bekroond met de ontvangst van het predikaat "Koninklijk", een wapenfeit waar men nog steeds trots op is. Laten wij hopen dat dit 'tot in eeuwigen daghe' zo mag blijven. De brief van Koningin Beatrix waarin deze eer wordt bevestigd maakt deel uit van deze tentoonstelling.

Wat is kolven precies?

Kolven is een spel (of een sport zo men wil), waarbij met een stok een bal via een paal een speelbaan in slaat om zo punten te scoren.
Het spel bestaat uit 5 series van 3 slagen elk en per 3 slagen kan maximaal 12 punten worden behaald. Bij een totaal spel van 5 series kan de score dus oplopen tot maximaal 60 punten.
De Koninklijke Nederlandse Kolfbond kent een classificatiesysteem. Elk jaar kan een speler slechts één klasse omhoog of omlaag.
De meeste kolfclubs noemen zich 'sociëteit', want naast een spel of sport is kolven ook een sociale aangelegenheid. Op een kolfavond zijn ongeveer 20 spelers aanwezig, waarvan er steeds drie in de speelbaan lopen. De anderen kaarten, volgen het spel of praten met elkaar.
Geïnteresseerd? Op de website van de KNKB vindt u een overzicht van de bestaande kolfverenigingen. Meldt u aan!

Kolfverenigingen en hun geschiedenis (beknopt)

In de 19e eeuw werd veel gekolfd, maar nog weinig in verenigingsverband. Alleen mensen uit de gegoede stand konden het zich permitteren om op een dag in de week te gaan kolven. In steden had men grote sociëteiten waar de mensen zich konden ontspannen door bijvoorbeeld te lezen, kaarten, biljarten en kolven. Bovendien waren dit ontmoetingsplaatsen waar ook zaken werden gedaan. Zo was er in de dorpscafés op zondag altijd vrij kolven en had de gewone burgerman de gelegenheid een balletje te slaan.
Veel namen van verenigingen zijn echte sociëteitsnamen als ‘Onder Vrienden’ en ‘Ons Genoegen’. Andere verenigingen dragen kolftermen als naam, zoals ‘De Vier Eenen’, ‘Over de Helft’ en ‘Op Maat’.

Thans (mei 2010) zijn de volgende kolfverenigingen actief:

Andijk
Damesvereniging ‘Vrouwenkliek’ – Deze vereniging is opgericht op 19 september 1972, naar aanleiding van de Nederlandse Kampioenschappen die dat jaar in Andijk werden gehouden. De naam was snel gekozen: een kliek vrouwen die met een kliek gaan slaan = Vrouwenkliek.
De club heeft momenteel 18 leden (2010).
Vijf maal kwam een Nederlands Kampioen uit deze gelederen:
- In 1982 Nel Hemke op de baan van Nieuwe Niedorp
- In 1983 Rie Lof in Krommenie.
- In 1996 Wil Bakker in Oudkarspel.
- En in 1997 en 1998 een zogenaamde ‘dubbeldooier” van Aafke Bankert. Eerst kampioen in Nieuwe Niedorp en het jaar erop in Krommenie. Leuk detail hierbij is dat Aafke een dochter is van Wil Bakker. Kolven zit hier dus duidelijk in het bloed.
Met veel ambitie gaan de leden op de wedstrijden af. Vele gouden tientjes werden meegenomen uit Krommenie, en later Wieringerwaard. Al wordt er wel eens een keer verkeerd gereden, waardoor ze heel wat extra kilometers in de benen hebben zitten. En zeker in de beginjaren kwamen ze vaak pas heel laat thuis van wedstrijden.
Soms gaat het mis. Andijk zat in 1988 met twee zestallen in de finale. Maar op de finaleavond zat hun tegenstander, Oudkarspel, tevergeefs op ze te wachten. Oorzaak: miscommunicatie, de Andijker dames wisten van niks. De wedstrijd is later alsnog gespeeld, en ze behaalden de eerste en derde plaats. Een geweldige avond voor deze club.
Ze stonden zelfs nog op het punt beroemd te worden. In 1996 werden zij bezocht door 'Mijnheer Wijdbeens' (André van Duin). Het item is helaas nooit uitgezonden, maar de meiden hadden wel veel schik voor, tijdens en na de opnames. Zeker Aafke, want die mocht hem echt van dichtbij meemaken.
Ook voor optredens voor de radio schrikken ze niet terug. Zo zaten Nel Hemke en Aafke Bankert al eens bij Radio Enkhuizen en Radio Westfriesland om in hun beste Westfries de kolfsport te promoten.
Binnen de club wordt er ook gestreden. Niet alleen met Pasen en Kerst, maar jaarlijks wordt er ook gespeeld om de G&A-trofee. Dit is een beker die geschonken is door Griet Veenstra en Annie Venekamp. Beide dames zijn onlangs 94 jaar geworden.

Herenvereniging ‘Onder Ons’, opgericht, of liever gezegd heropgericht, in 1943, want in 1906 was er ook al sprake van kolfclub met dezelfde naam. In 1811 werd er te Andijk al gekolfd, wat blijkt uit een oude notariële akte. Twee kolvers raakten slaags met elkaar, beiden werden gestraft met een verbod op cafébezoek van een half jaar. Hoogtepunt in het bestaan was de organisatie van de Nederlandse Kampioenschappen in 1971. Op de jaarvergadering van de Kolfbond werd de vraag gesteld of zo’n kleine vereniging de organisatie wel aan kon. De wedstrijd werd zo’n succes dat de kolfvereniging 1 jaar later 45 leden telde.

Berkhout
Damesverenigingen ‘De Ridder St. Joris 1’ en ‘De Ridder St. Joris 2’ – De geschiedenis van beide damesverenigingen is sterk verbonden aan elkaar, en aan die van de herenvereniging van Berkhout. Zo sterk dat de 3 verenigingen in maart 2010 besloten hebben één gezamenlijk bestuur te vormen: tot heden toe een unicum in de kolfsport.
De eerste dames in Berkhout meldden zich in 1963 aan. Zij kregen les van de heren en werden met hun club in 1965 lid van de bond. In 1974 kwam er nog een groep dames bij (“de Ridder St. Joris 2”).
De clubs hebben door de jaren heen 4 maal het Nederlands Kampioenschap weten te winnen. In 1972 G. Smit-Bontekoning, in 1984 en 1991 Annie Beemsterboer en in 1994 Wil Hageman. Annie Beemsterboer heeft enige jaren zitting gehad in het hoofdbestuur van de kolfbond.
Zoals bij veel damesclubs wordt er bij uitwedstrijden veel beleefd en heel wat afgelachen. Voor de jaarverslagen wordt van diverse anekdotes in rijm verslag gedaan. Zo moest er een keer een wedstrijd gespeeld worden in Krommenie. Vanwege het slechte weer durfden ze niet met de auto op pad te gaan, dus werd de trein genomen. Die voor veel reizigers vreemde kolfstokken veroorzaakten al gauw heel wat hilariteit. De slappe lach verdween niet meer, en het mag duidelijk zijn dat er die dag geen punten werden geslagen. Terug op perron van het station “liep er ien van ons in ’t rond, met een veel te grote muts van bont. En je wilt het vast niet weten, ook haar tanden was ze vergeten!”. Het was ongetwijfeld een onvergetelijke dag.
Tinie Bregman nam ooit eens deel aan de Open Wormer, een wedstrijd waar de gezelligheid vele malen belangrijker telt dan de prestaties. Tinie behaalde daarbij de derde plaats. Maar bij de prijsuitreiking ging er het nodige mis, en bleek er voor haar alleen nog maar een beker voor de tweede prijs over te zijn, dus kreeg ze die. Maar dat vond de winnares van de tweede prijs kennelijk niet zo’n goed idee, dus om onenigheid te voorkomen stopte Tinie haar gauw de rechtmatige beker toe. De organisatie van de Open Wormer maakte het goed… door haar een mannenmedaille te geven. Het rijm eindigt dan ook met de woorden “Ik ben dus nu zo trots als een pauw, want een herenmedaille, wie heeft die nou?”.

Herenvereniging ‘De Ridder St. Joris’, opgericht in 1925. Werd in 1930 lid van de Bond. Eén jaar na de oprichting had men 52 leden. Er werd al veel eerder te Berkhout gekolfd, want in 1883 werd bij de najaarskermis 45 gulden aan prijzengeld uitgeloofd. Café ‘De Ridder St. Joris’ brandde in 1970 af en een jaar later stond er een nieuw dorpshuis met kolfbaan. Berkhout was de eerste kolfbaan waar de gehele afdekvloer in zijn geheel tot aan het plafond werd opgehesen, zodat de ruimte ook op andere wijze kon worden geëxploiteerd.

Hoogwoud
Damesvereniging ‘Klap An’ – ‘Klap An’ werd opgericht op 17 maart 1976. Cees Benit, toenmalig voorzitter van de herenclub, was de stuwende kracht achter de oprichting van een damesvereniging.
In september 1976 waren de Nederlandse kampioenschappen in Hoogwoud, en toen hebben zij voor het eerst mee gedaan.
Op dit moment heeft de club 12 leden (juli 2010). Zij kolven in het ‘Huis van Egmond’. Sinds 2003 is er een nieuwe kolfbaan gekomen, die door de eigen herenleden is aangelegd.
De dames hebben gezamenlijk met de heren een gezellige dag met kerstkolven, en een jaarlijkse soosdag.
Ina Groenewoud is drie keer Nederlands Kampioen geweest.
Oud-lid Corry Pool, 91 jaar en 26 jaar lid, hield er wel van om na het kolven een borreltje te nuttigen aan de bar. Ze kwam vaak met de auto en dan reed Hannie van de Woude met haar mee om te zien of alles goed ging. Na een gezellige kolfavond stapten Hannie en Corry in de auto. Een paar honderd meter verder kwam er een bocht en vroeg Hannie zich af wat voor geluid zij boven zich hoorde. Ze zijn gestopt en bij het uitstappen keken beide vrouwen over het dak en zagen daar de tas, de kolfstok en de kolfbal van Corry nog liggen. Ze keken elkaar aan en kregen spontaan de slappe lach.
Soms speelt toeval een grote rol bij de redding van kostbare kolfballen. Diezelfde Corry Pool was wezen kolven in Noord-Scharwoude. Op een dag zag een jongetje andere kinderen spelen met een rare grote, zwarte bal. Als kleinzoon van kolvende grootouders herkende hij het, en zag dat het een kolfbal moest zijn. Toen de kinderen uitgespeeld waren nam hij de bal mee naar huis en waarschuwde zijn tante, die ook kolfster was. Zijn tante herkende de bal als die van Corry Pool, en belde haar op. Corry had inderdaad de bal uit de auto laten rollen toen zij naar huis was gegaan, maar het lot bracht hen weer samen.

Herenvereniging ‘Niet Klappen’, opgericht in 1891. Op 5 juni 1859 krijgt winkelier Pieter Koeten toestemming zijn woonhuis te verbouwen tot café met kolfbaan en dat betekende het begin voor café ‘De Hoop’, het huidige ‘Huis van Egmond’. Hoogwoud heeft drie kolfbanen gehad en de oudste vermelding dateert uit 1741.

Krommenie
Herenvereniging ‘T.O.G.I.D.O’ (= Tot Ons Genoegen Is Dit Opgericht), opgericht in1897 als ‘Onder Ons’. Krommenie heeft vier kolfbanen gehad en de bekendste was wel die van Sociëteit ‘Ons Genoegen’, welke in 1987 gesloten is. De sociëteit heeft altijd veel middenstanders onder de leden gekend. Op de sloot achter de Sociëteit werden meerdere keren wedstrijden op het ijs georganiseerd. In het webmuseum is hiervan een foto uit 1897 te zien.

Nieuwe Niedorp
Damesvereniging ‘Altijd Weer Anders’ – De vereniging is opgericht in 1966 en heeft momenteel 16 leden (juli 2010). De dames kolven, net als de heren, in het dorpshuis ‘Prins Maurits. Na de brand in 1973 is tijdelijk uitgeweken naar de baan in Hoogwoud, maar in 1976 konden zij terugkeren naar een hernieuwde thuisbasis.
De speelsters van AWA zijn trouwe wedstrijdkolfsters, en verzaken nooit. In 1970 won mw. A. Smit het Nederlands Kampioenschap, dat toen nog over 2 partijen ging. Het wachten is nog op een Nederlands kampioen over 3 partijen.
Op een goede dag gingen zo’n 10 dames naar een 30-slagenwedstrijd in Berkhout. Eén auto met al 3 dames erin stopte bij de 4e speelster, die al klaar stond voor haar huis. Ze deed de kofferbak open, deed haar kolfspullen erin, en vervolgens de klep weer dicht. De chauffeur trok op en reed meteen weg, al pratende met de passagiers. Na 1,5 kilometer zei één van de dames in de auto: ‘Waar is Annie eigenlijk?’ Annie bleek niet in de auto te zitten. De vrouwen raakten slap van ’t lachen, en zijn daarop direct gekeerd om Annie alsnog op te halen. Zij stond nog steeds, verbouwereerd, op de stoep voor haar huis.

Herenvereniging ‘Over de Helft – SOS’, opgericht in 1883. Is vanaf de oprichting van de Kolfbond lid. De naam ‘SOS’ ( Sajet Onze Sport) is later toegevoegd. Het was een onderafdeling van ‘Over de Helft’. Nu kon Nieuwe Niedorp met twee korpsen uitkomen op de Nederlandse Kampioenschappen.
De naam ‘Over de Helft’ komt nog uit de tijd dat niet om punten, maar om streepjes werd gespeeld, dat wil zeggen wiens bal het verste kwam was winnaar en kreeg een streepje en wie het eerst vier streepjes had was winnaar van het partij. Het prachtige oude café ‘De Prins Maurits’ brandde in 1973 af en het nieuwe dorpshuis werd heropend in 1976. De mooie kolfpalen zijn afkomstig uit ‘De Waakzaamheid’ te Koog aan de Zaan.

Noord-Scharwoude
Herenverenigingen ‘Ons Genoegen’ en ‘Vriendenkring’, opgericht in 1911 resp. in 1919. Een aantal gegoede leden van de sociëteit, voornamelijk van protestantse huize, kwam in 1918 op het idee om een eigen horecagebouw te gaan exploiteren. Immers de katholieken hadden in het dorp ook een eigen café en zo werd in 1919 ‘Vriendenkring’ opgericht. Sinds die tijd spreekt men in Noord-Scharwoude van de Hoeden- en Pettensociëteit. De baan in ‘Concordia’ was de eerste die werd voorzien van een toplaag van kunststof.

Opmeer
Damesvereniging ‘De Vier Eenen’ – De vereniging is 1 maart 1978 opgericht. Er zijn momenteel 32 leden (juli 2010), die spelen in ‘De Speulderai’ te Opmeer. Deze vrouwen zijn tijdens alle wedstrijden geduchte tegenstanders. Ze zijn dan ook te beschouwen als de vrouwelijke tegenhangers van de Deutsche Mannschaft: je hebt pas van ze gewonnen als ze de parkeerplaats af rijden. Gerie Bruin werd tweemaal Nederlands Kampioen. Ieder jaar wordt er binnen de club ook nog eens gestreden om de Van Balen Blankentrofee, waarbij nazaten van de oprichter van de Kolfbond nog steeds aanwezig zijn. Tijdens de finale van een Nederlands Kampioenschap in Venhuizen sloeg Marjan Tijhaar een perfecte serie van 60 punten. Een prestatie die nog steeds door geen enkele andere kolfster is geëvenaard.

Herenvereniging ‘De Vier Eenen’, opgericht in 1880 door Dr. Van Balen Blanken. In 1885 nam De Vier Eenen onder leiding van Dr. Van Balen Blanken het initiatief om de Nederlandsche Kolfbond op te richten. Sinds 1978 wordt er in ‘De Speulderij’ gekolfd. De leden van toen hebben met heel veel zelfwerkzaamheid de baan tot stand gebracht.

Oudkarspel
Damesvereniging ‘Door Inspanning Ontspanning’ – Opgericht op 8 oktober 1964, is dit een van de oudste clubs. Eerst heetten zij ‘Onder Vriendinnen’, na korte tijd werd dat veranderd in ‘DIO’. Vanaf het begin een eigenwijs en ambitieus clubje, dat mag gezegd. Er zijn dan ook vele Nederlandse Kampioenen uit Oudkarspel gekomen. Emmy Geerling in 1965, Elly van der Plas in 1966 en 1974, Henny Jansma in 1967, Marie Oortwijn in 1968, Annie Maars in 1969, 1971, 1976, 1978,1979 en 1980 en 1992. Han Bakhuijs in 1981, 1985 en 1990. Annette Klinkert in 2003 en Anny Hink in 2009.
In slechte tijden had de vereniging slechts 7 leden, maar er werd evengoed fanatiek doorgespeeld. Momenteel is de club gezond, met dames die zelfs uit IJmuiden en Velsen komen om in Oudkarspel te kolven (juli 2010). De leden zijn altijd zeer betrokken geweest met het wel en wee rond de Kolfbond. DIO heeft in de loop der jaren diverse markeurs geleverd, en bestuursleden voor de bond.

Gemengde dames- en herenvereniging ‘Brederode’ – Nadere informatie volgt.

Herenvereniging ‘Onder Vrienden’, opgericht in 1887. Het ‘Huis van Brederode’, naast het mooie raadhuisje, was in Oudkarspel van 1717 tot 1954 het bekendste café . Na de brand is de kolfbaan blijven staan en werd als schuurruimte gebruikt. Enkele jaren later werd er bij café ‘Jagerslust’ een zaal met kolfbaan aangebouwd. ‘De Volharding’, opgericht in 1922 ging in 1943 samen met ‘Onder Vrienden’. Het enige probleem bij deze fusie was het kasverschil. Dit werd opgelost door het betalen van  2,50 per lid van ‘Onder Vrienden’ om op hetzelfde saldo uit te komen.

Herenvereniging ‘Vriendenkring’ – Nadere informatie volgt.

St.Maartensbrug
Damesvereniging ‘Paal Tien’ werd opgericht op 5 juni 1973, naar aanleiding van een uitnodiging op de verjaardag van wijlen de heer J. van der Oordt. De club begon met 12 leden, en de contributie bedroeg f 1,00 per week. De eerste lessen kregen zij van Jan Wittekoek.
In januari 1974 sloot de vereniging zich aan bij de Kolfbond.
De dames zijn geduchte tegenstanders bij de Zestallenwedstrijden, en eigenden zich de trofee toe in 1978, 1979, 1983 2005, 2006 en 2007.
Auk Wittekoek werd in 1988 Nederlands Kampioen op de baan in Venhuizen. De wedstrijd werd voor de 100e keer gehouden. In 1997 werd in Nieuwe Niedorp Marrie Schuur Juniorenkampioen.
‘Paal Tien’ heeft in 1989 en 2002 samen met de herensociëteit ‘De Schoone Twaalfven’ het Nederlands Kampioenschap mogen organiseren.
Het baanrecord voor de dames op de baan van ‘Uijtkijk’ staat nog steeds op naam van Tineke Bank (-de Best) uit Wormer, met 293 punten.
Twee maal wisten de leden de Open Wormer te winnen: in 2006 Nel Nap en in 2007 Marrie Schuur. Overigens was 2007 in alle opzichten een fantastisch jaar voor de club, omdat zij ook nog eens in Berkhout de eerste plaats van het Korpskampioenschap naar binnen sleepten. Dus Zestallenkampioen, Korpskampioen en een Kampioen van de Open Wormer in één jaar:de dames zullen wat afgefeest hebben.
In het jaar 2009 opende Piet Rentenaar op 19 september de gerenoveerde kolfbaan, en werden voor het eerst de eigen clubshirts in gebruik genomen.
Op dit moment telt de club 10 leden, en bedraagt de contributie € 70,00 per jaar.

Herenvereniging ‘De Schoone Twaalfven’, opgericht in 1935. Dr. Van Balen Blanken opende in 1935 de kolfbaan in ‘De Roode Leeuw’. Ook had hij de naam voor de vereniging bedacht. Een Schoone Twaalf wil zeggen 12 punten geslagen zonder dat het achterrabat geraakt is. Door brand ging in 1967 de kolfbaan verloren, maar in 1970 werd dorpshuis ‘Uitkijk’, mét een kolfbaan, geopend.

Utrecht
Herenvereniging “Kolfclub ‘Utrecht St. Eloyen Gasthuis’”. Deze besloten kolfclub, opgericht in 1902, heeft de oudste kolfbaan. De baan in het St.Eloyen Gasthuis van het gilde der smeden was met zekerheid in 1730 in gebruik. Ook is het de kleinste baan, 13,40 x 4,25 m, en de gebogen belijning bestaat uit in de vloer ingelegd messing.
Sportief hoogtepunt was het behaalde kampioenschap van het sajetkorps tijdens de Nederlandse Kampioenschappen in 1907. In 2007 is dit feit nogmaals gevierd.
Zie www.sinteloyengasthuis.nl voor meer informatie over het St. Eloyen Gasthuis.

Venhuizen
Damesvereniging ‘K.W.V.’ – Kolfclub Wijdenes-Venhuizen is op 15 maart 2007 ontstaan door het samengaan van de kolfverenigingen 'De Leste Klap' uit Wijdenes (opgericht in 1974) en 'Kan Tegen Verlies' uit Venhuizen (opgericht in 1972).
Er zijn door deze dames in de loop der jaren een aantal opmerkelijke successen geboekt. Nota bene in het oprichtingsjaar van de club uit Venhuizen werden daar de Nederlandse Kampioenschappen gehouden. Prompt eindigden drie leden bij de hoogste vier, waaronder Riet Zwart die kampioen werd. De andere dames waren Antje Zilver en Hanneke Dekker.
Ook in 2001 produceerden zij een kampioen. En wat voor een: het lukte Trien Koetsier (toen nog van 'De Leste Klap') om Nederlands kampioen te worden in Andijk. Corry Schadenberg behaalde een eerste plek in de Superklas bij een Klassenkampioenschap.
Zowel bij het NK, de KK en de Zestallenwedstrijden zijn vele prijzen binnengesleept. Geducht tegenstander is steevast Corrie ter Hofstede, de ‘pitbull’ van de vereniging en bekend om haar ferme klappen tegen haar onafscheidelijke sajetbal.
De club heeft momenteel (2010) 15 leden en speelt op de donderdagochtend, waar steevast wordt begonnen met koffie met vaak een traktatie erbij.

Herenvereniging ‘Aan is Winst’, opgericht in 1874 en vanaf 1932 lid van de Bond. Helaas zijn ook van deze vereniging de oudste notulen verdwenen. Venhuizen heeft drie kolfbanen gehad. De baan in ‘De Ruif’ gaf toe zoals de kolvers zeggen. Als een snelle bal over de zes was, liep deze meestal wel naar de twaalf. Het baanrecord met 566 punten in 50 slagen was dan ook zeer hoog. Het café is in 1996 verbrand en 9 jaar later kregen de Venhuizer kolvers een baan in het nieuwe dorpshuis.
Bij ‘Aan is Winst’ speelt ook een dame mee.

Wieringerwaard
Deze kolfclub is opgericht op 7 februari 1977. Bij de oprichting waren er 22 leden. Momenteel spelen 10 dames bij deze vereniging, waarvan Meike Woudenberg en Rie Blauwboer al vanaf de oprichting lid zijn.
Deze dames zetten zich ieder jaar voor meer dan 100% in om het Gouden Tientjes-toernooi te organiseren. Een geweldige prestatie, zeker in deze tijden waar de goudprijzen tot ongekende hoogten stijgen. Toch lukt het ze nog steeds, en dit is wel het bewijs dat de leden de kolfsport zeer hoog hebben zitten. Gelukkig weten ze vrijwel ieder jaar zelf een gouden tientje in de wacht te slepen. Alle moeite dus niet voor niets.
Een aantal leden zet zich ook actief in voor de bond als markeur.
Ook bij deze kolfclub gaan de dames zich nog wel eens aan feestjes te buiten. Een paar leden ging op zekere dag naar de carnavalsfeesten. De volgende morgen moesten ze een wedstrijd kolven in Barsingerhorn. De meiden waren echter nog niet nuchter. Een dame, verkleed als heks, moesten ze ’s ochtends eerst nog afschminken omdat die rechtstreeks zo het bed in was gedoken. Maar dat was nog niet het ergste: tijdens het wedstrijd lag ze te slapen op de grote vensterbanken. En tussendoor ook nog effies kolven. Ja dames, je moet maar gek van je sport wezen.

Herenvereniging ‘WWB’ (= WieringerWaard & Barsingerhorn). Gefuseerd in 2006. ‘Barsingerhorn’ was opgericht in 1855 en is door het sluiten van hun baan uitgeweken naar Wieringerwaard. Het ‘Wapen van Wieringerwaard’ had in 1795 al een kolfbaan, die in de eerste helft van de 20e eeuw werd gesloten, maar in 1967 weer heropend. De kolfclub voor heren ‘De Paalmeppers’ werd opgericht.
Bij ‘WWB’ speelt ook een dame mee.
WWB is in 2007 begonnen met het geven van kolflessen aan schoolkinderen.

Wormer
Damesvereniging ‘De Moriaan’ – Nadere informatie volgt.

Herenvereniging ‘Ons Genoegen’, opgericht in 1873. Zij kolven in ‘Het Moriaanshoofd’. Deze herberg is in 1591 al genoemd in notariële akten. Ook zijn zij wel eens uitgeweken naar ‘Landzicht’, een andere kolfbaan in Wormer. De palen van deze baan (niet het café) zijn provinciaal monument.
Sinds jaar en dag kan je in ‘Het Moriaanshoofd’ goed vis eten, mede omdat veel kasteleins ook vissers waren.
Sinds 1989 organiseren zij de Open Wormer, een toernooi voor dames en heren.

Zuid-Scharwoude
Damesvereniging ‘Op Maat’ – Deze club is opgericht op 18 december 1969, en heet dan “Houdt Moed”, wat al gauw wordt veranderd in DVOM, “Dames van Op Maat”.
De vereniging kenmerkt zich door de nadruk die gelegd wordt op de gezelligheid. Als daarbij de prestaties achterwege blijven, wordt dat voor lief genomen. ‘Samen uit, samen thuis’ is hier het motto. De dames zijn dan ook op alle wedstrijden te vinden.. Een Nederlands Kampioen heeft de club nog net niet kunnen leveren, al zaten ze een paar keer wel dicht in de buurt. Maar de leden zijn stuk voor stuk kampioen feestvieren. Tijdens de jaarlijkse uitjes schuwt men niet van een (immer onschuldige!) flirt. Zo gaan de dames in 1972 kolven in Krommenie, waar kastelein Jo Bogte dan de scepter zwaait. Aan het eind van de dag moeten ze eigenlijk naar huis, maar ‘een zeker iemand moest eerst Jo Bogte nog zien in zijn Jansen en Tilanus, dus de bel gedrukt en hij kwam ook inderdaad in Jansen en Tilanus naar beneden…’. Het loopt niet goed af: '… maar dat was nog niet mooi genoeg, want een ander zeker iemand liep zo met haar kolfstok te zwaaien dat Ada daar een opmepper mee kreeg tegen haar neus, ze heeft het dan ook wel gevoeld!'.
In 1976 gaan de dames naar Wormer voor een 30-slagenwedstrijd. Ze willen wel wat eten, en vragen Stam, de kastelein, wat hij allemaal op de kaart heeft. “Vis”, zei hij. Wie geen vis lustte, kon een uitsmijter met rosbief krijgen. Rosbief was er niet, dus Tantje Betje werd om rosbief gestuurd en de kastelein moest eerst nog eieren rapen bij de buren. Tenslotte zei de kastelein: 'Als jullie nu tafeldekken, dan gaan ik vis bakken'. Een kolfster stond op den duur achter de tap, alles kon en alles mocht. Een ander ging tafeldekken. Alles was tenslotte klaar, maar toen ontbrak de boter nog. Nou, dat kon zo wel op tafel, met papier en al. De kastelein gaf er nog een flesje rosé bij. Heerlijk gegeten en tot slot nog een dansje gemaakt met de oude heertjes. Het feest was compleet.
Op feestjes wordt het wel eens laat, en in 1980 vieren ze hun 10-jarig bestaan. 'We kregen een heerlijk slaatje of saté en kwamen om ongeveer 1 uur bij de Roode Leeuw. Stieneke haar fietsslot was bevroren. Eerst martelen en toen bij iemand heet water gehaald. Allemaal voor niets, want Stieneke had ’t verkeerde sleuteltje willen gebruiken.'

Damesvereniging ‘Steeds Beter’ – Op 27 november 1978 kwamen een aantal dames bij elkaar om kennis te maken met de kolfsport in de baan van ‘De Schelvis’. Geholpen door de heren van ‘Gezellig Samenzijn’ werden zij wegwijs gemaakt in het spel. Op 5 november 1979 was de oprichtingsvergadering, en de club had meteen al 20 leden. Tijdelijk hadden zij zelfs 28 leden, en werd zelfs gesproken over een ledenstop. Dat is gelukkig nooit nodig geweest. ‘Steeds Beter’ is een fanatiek clubje, en de vrouwen hebben sinds de oprichting vele prijzen binnengesleept. Ze hebben meerdere Nederlandse Kampioenen in hun gelederen gehad: Aagje Duijs in 1986, Klazien Rutsen in 1993 en Henny Jansma in 1996 en 2000. Ook leveren zij vele Langedijker, Klasse- en Zestallen Kampioenen.

Herenvereniging ‘Op Maat’, opgericht in 1886. Zij werden gelijk lid van de Bond.
‘Op Maat’ heeft veel goede kolvers gehad. De bekendste is Aris Berkhout, hij werd vijf maal Nederlands Kampioen kolven en was bovendien 40 jaar markeur van de Bond.
Aris Kist kocht op een veiling in 1849 herberg ‘De Rode Leeuw’ met vleeschhouwerij, stalhouderij en kolfbaan. In 1911 werd het café grondig verbouwd en kreeg het zijn tegenwoordige aanzien.

Herenvereniging ‘Gezellig Samenzijn’, opgericht in 1926. Zij kolven in ‘De Schelvis’, het café voor katholieken, welke gebouwd is rond 1860. In 1872 is een kolfbaan bijgebouwd.
Brand verwoestte in 1973 ‘De Schelvis’, maar deze werd herbouwd in 1978. In de tussenliggende tijd is de vloer van de kolfbaan, die intact gebleven was, regelmatig gebruikt voor kolven in de openlucht.

Bron: Annette Klinkert (damesverenigingen) en Dirk Spijker (herenverenigingen)

Voor meer informatie kunt u terecht op www.kolfbond.nl of op het e-mailadres info@kolfbond.nl.

Innovatie

De kolfsport is altijd rijk geweest aan tradities, maar dit wil niet zeggen dat de kolvers behoudend zijn geweest wat betreft vernieuwingen. De overgang van de kerfstok, waar de kolvers voor 1700 het aantal slagen op bijhielden, via schoolbord naar computer is een logische ontwikkeling. Uit de historie van het kolven zijn toch enkele bijzondere ontwikkelingen te melden.
 Op maandagavond 25 mei 2009 is bij kolfclub 'Utrecht St. Eloyen Gasthuis' voor het markeren gekleurd krijt in gebruik genomen. Dit ter vervanging van het normale 'schoolbordenkrijt' dat tot deze dag in gebruik was. Omdat nu elke speler zijn eigen kleur kan gebruiken, wordt de kans op vergissingen een stuk kleiner. Aan de ingebruikname van het kleurkrijt gingen discussies vooraf gedurende twee jaarvergaderingen (sic !).

Zie onder Colf, kolf en malie in het tijdvak 1700-1885 voor een beschrijving van eerdere innovatieve ontwikkelingen binnen de kolfsport.

2010: spreekwoorden en idioom

2010: spreekwoorden en idioom
Veel oude en hedendaagse Nederlandse spreekwoorden en gezegden zijn terug te voeren op het colven en kolven:
• Paal en perk stellen (To put up posts and borders. Meaning: to limit evil)
• Met de natte vinger
• De eerste klap is een daalder waard (The first hit is worth a pound. Meaning: the first step is the most important one)
• Dat is een kolfje naar mijn hand (A kolf club that fits well in his hands. Meaning: it is just what he likes, or what suits him.)
• De plank misslaan of de bal misslaan (To mishit the target. Meaning: his opinion was totally wrong)
• Het balletje op een tuitje zetten (oud; het nog eens proberen) (The ball placed on the tee. Meaning: starting something new. Clearly a long colf expression.
• Effen als eene kolfbaan (eerste helft negentiende eeuw) (As smooth as a kolf court. Meaning: a very smooth surface (clearly a short kolf game expression)
• Het is een groot kolfhout van een mens (He is like a big kolf club. Meaning: he is an ungainly blockhead.)
• Men moet de kolf niet naar de bal werpen, dat wil zeggen uit balorigheid over verlies de kliek naar de bal gooien (Bredero in Spaanschen Brabander) (To trow the kolf club to the ball. Meaning: to admit defeat.)
• Iemand de bal onder de voeten wegslaan
• Katje frik (deze term uit 1769 werd gebruikt wanneer men won ‘zonder dat den anderen enig streepje uitdoet’)
• De beste kolver slaat wel eens mis (The best kolf player makes sometimes an air shot. Meaning: the best man can make a mistake.)
• De bal is aan de kuil gebracht (The ball is played near the hole. Meaning: the job is nearly finished. Clearly a long colf game expression.)
• Wie altijd oordeelt op de gis, hij slaat de bal vaak lelijk mis (He who judges by guesswork, often makes a mishit. Meaning: guesswork does not bring success.)
• Men moet de bal slaan zoals hij ligt (You must play the ball as it lies. Meaning: accept the situation where you are in.)
• De bal ligt nog niet stil (The ball has not yet come to a stand-still yet. Meaning: there are still possibilities.)
• Het is geen recht spel dat men met kromme kolven slaat (With bad clubs, you cannot play a good match. Meaning: with dirty tricks you will not have good results.)
N.B.,
In Protestants-christelijke kring wordt nog wel eens de uitdrukking gebezigd 'God kan met een kromme stok een rechte slag slaan'. Dit lijkt een bijbelse uitspraak, maar er is geen bijbeltekst te vinden waar dit aan kan zijn ontleend. De conclusie moet dan wel zijn dat ook deze diepzinnige christelijke zegswijze haar oorsprong vindt in het vrolijke, volkse kolfspel als tegenovergestelde van de hiervoor genoemde uitdrukking.
• Hij heeft goed gekolfd (He was a good kolver. Meaning: he did well in life.)
• De gek behaagt zijn kolf (Every fool loves his own kolf club. Meaning: what is mine, is most beautiful.)
• Hij geeft hem bal en kolf in handen (He gives him ball and kolf clubs. Meaning: giving someone the tools to do the job.)
• Hij is overal bij met zijn kort kolfje (He is always there with his little short kolf club. Meaning: he is always there where something happens.)
• Zo alle zotten kolven droegen men vond geen hout genoeg om zich te warmen (When every fool would carry a kolf club, there wouldn’t be enough wood to warm oneself.)
• Zulke kolven zulke kolfballen (Such kolf clubs, such kolf balls. Meaning: the quality of results depends on the quality of the tools.)
• Het effect van knikkers op een kolfbaan (= geen effect). Bron: PGNC 11 augustus 1882

Binnen de kolfsport gebruikt men een eigen idioom. Een bloemlezing:
• Kliek – De kolfstok. Eigenlijk specifiek het verzwaarde uiteinde van de kolfstok. Er zijn twee soorten klieken< specifiek voor gummiballen en voor sajetballen.
• Voorpaal – De paal van waar men met de uitslag begint en van waar men de puntenslag tegen slaat.
• Achterpaal – De paal ‘achter in de baan’ die men wil raken bij de uitslag en moet raken bij de opslag.
• Proefklap – De eerste klap bij een wedstrijd die gegeven mag worden om de baan te verkennen. De plek waar de bal bij de uitslag stil komt te liggen, wordt niet afgekrijt door de markeur. De speler mag voor de opslag een vrije bal nemen.
• Partij – Serie van 5 x 3 slagen (uitslag, opslag en puntenslag). In een partij kan een speler maximaal 60 punten slaan.
• 1/6-Regeling – Spelers die op grond van lichamelijke gebreken moeilijkheden ondervinden bij het ontwijken van een bal kunnen in aanmerking komen voor deze regeling. De bal wordt dan in de vakken 1 en 6 zodanig door de markeur verplaatst dat het risico van het snel weg moeten springen voor de bal sterk verminderd wordt.
• Het schot of het rabat – De opstaande rand van de baan.
• Optrek – Ander woord voor opslag of opklap.
• Rabatteren – De bal via het schot (het rabat) spelen.
• Hij was niet goed 'an' - zegt een speler als zijn bal de paal te dik of te dun raakt, waardoor de bal een andere kant op gaat dan gewenst.
• De kast of 'kas' - het speelveld achter de achterlijn van voor- en achterpaal.
De bal moet van achter de paal worden weggespeeld. Deze zogenoemde 'achterballen' zijn moeilijk te slaan. Men slaat de bal vaak te dun of te dik, waardoor deze aan de andere kant van de baan ook weer achter de paal belandt. Kolvers hanteren dan ook het gezegde 'uit de kast, in de kast', 'van kakkebed in pissebed' of 'het is donker in de kast'.
Hoe verder richting het achterrabat, hoe 'dieper' de bal ligt. Iedere bal die van achter de achterlijnen moet worden weggespeeld is een 'achterbal'.
• 'Snijertje' of 'licht kassertje'- wordt gezegd van een bal die vlak achter de achterlijn ligt. De speler kan nog goed bepalen waar de bal de paal raken moet.
• Er voor langs slaan - de bal ligt bijna op de voor- of achterlijn en is in principe niet moeilijk te nemen. Toch slaat de speler de bal vlak voor de paal langs en mist.
• Sisser - een achterbal die zo dun langs de paal glijdt dat de markeur nauwelijks kan beoordelen of de paal wel geraakt werd.
• 'Zwemmer' of 'zwummer' - de bal is slecht geslagen en zwalkt na het raken van de paal wat door de baan.
• 'Vol' - 12 punten. 'Hij loopt vol' wordt gezegd als een bal langzaam maar zeker naar het 12 puntenvak loopt. In het oosten van West-Friesland roept men 'mudvol'.
• Dik nemen, te dik slaan of 'm naar je toe halen - de bal raakt de paal zodanig dat hij naar de kant van de speler terugloopt.
De bal dik nemen betekent dat de speler zeker wil weten dat de bal de paal raakt en genoegen neemt met minder punten.
Te dik slaan of naar je toe halen betekent dat de speler een misrekening heeft gemaakt. De bal komt naar de speler toe, verliest teveel vaart en blijft te snel liggen.
• Van het bord spelen - uitschakelen voor de finale.
• Dun nemen, te dun slaan of 'm eroverheen slaan - de bal raakt de paal zodanig dat hij van de speler af draait. Kolvers nemen vaak bewust een bal wat 'dunner' om diverse redenen.
Te dun slaan of een bal 'er overheen slaan' betekent dat de speler een misrekening heeft gemaakt.
Voor dun slaan zegt men ook wel 'effe licht over het neusje slaan'.
• Plakbal - bal omkleed met lapjes rubber in plaats van een geheel massief rubberen bal.
• Snelloper - een bal die snel loopt en lang door blijft rollen. Het betreft hier vaak een nieuwere bal.
Tegenhanger van de snelloper is de zogenaamde 'bruine bal', veelal een kostbare bal van soms wel 100 jaar oud. In Drechterland wordt dit ook wel een 'trage hufter' genoemd. Er zijn ballen die 'recht lopen', met de 'dwarrel' als tegenhanger. Oudere gummiballen worden soms een 'glisser' of 'sopper'. Sajetballen hebben hier geen last van, maar hiervan kan het vilt los gaan laten, waardoor je een 'huppelaar' krijgt.
• 'D'r zit geen klap op' of 'hij is te kort' - wordt gezegd als de speler bij het slaan niet genoeg kracht heeft gebruikt. De bal heeft geen vaart en blijft te snel liggen.
• Spulletje - het eigen spelmateriaal, de bal en de kliek.
Veelal liefkozend gebruikt als de speler tevreden is over zijn combinatie. Een bal moet bij de stok passen en andersom.
• 'Gooi maar terug!'- wordt door de speler schertsend geroepen als een goed geslagen bal zeker 12 punten gaat halen. Waarom zou men wachten op zo iets onvermijdelijks, nietwaar?
• 'Hoe loopt 'ie hier?' - vraagt een speler nieuwsgierig als hij een nieuwe baan binnenkomt.
Daarmee wordt gevraagd naar de eigenaardigheden van de baan waar de speler rekening mee kan houden en zijn voordeel mee kan doen.
• 'Hoe loopt 't?' - wordt door de speler gevraagd bij binnenkomst voor een wedstrijd als hij of zij wil weten of er die dag wat harder of zachter geslagen moet worden.
• De paal niet kunnen vinden - keer op keer mist de speler bij de uitklap de achterpaal en mist zo het voordeel van de aanballen.
• 'Ik zie 'm niet' - verzuchting van een speler die een moeilijke bal moet slaan en er geen vertrouwen in heeft dat hij de paal daar gaat raken waar hij wil.
• 'Pronkertje' of 'Trompertje' - benaming voor een mooi geslagen bal.
• Een kolfje naar je hand - het juiste spelmateriaal hebben.
• 'Niet kolvers uit de baan!' - roept de markeur tijdens een wedstrijd als mensen onnodig de baan oversteken, staan te praten of in de weg lopen. Niet alleen is het onrustig voor de speler, het verhoogt ook het risico van belemmering.
• 'Halfie' of 'barrel' - afkeurende uitdrukking voor een klap die niet meer dan een paar punten oplevert. Soms ook liefkozend gebruikt als een speler een serie van 4 x 12 punten heeft geslagen en 11 punten in zijn vijfde. De 11 is dan 'een barrel'.
• 'Hij loopt nog' of 'die doet nog wel wat' - wordt geroepen als de bal verkeerd op de paal is gekomen en desondanks de goede kant op rolt.
• 'Bienebal' of 'pôtenbal' - de bal ligt dicht bij de paal voor de opslag of de puntenslag. De speler loopt het risico dat de bal na de slag tegen de kliek of de voeten loopt. Tegenwoordig wordt dit ook wel ‘keren’ genoemd.
• 'Op maat' of 'in de maat' - de speler heeft de juiste snelheid aan de bal meegegeven.
• 'Pennen!' - wordt geroepen als de bal de paal raakt en de speler daarna een aanbal mag nemen.
• Rond blijven - de speler slaat 10 of meer punten bij iedere slag en bereikt daarmee altijd een verantwoorde score.
• Omhalen - een speler die de kliek niet stevig genoeg vasthoudt loopt het risico dat deze kliek bij het slaan de bal verkeerd raakt. De bal neemt daardoor een andere loop dan gewenst.
• 'Uit 't licht' - zegt een speler of markeur als een andere speler in de weg staat.
• De bal loopt 'stuk' - de bal loopt bij de puntenklap tegen de paal, maar had de speler meer punten opgeleverd als dat niet was gebeurd.
• Mik wis - richt goed voor je slaat.
• Je kont moet goed staan - het klinkt oneerbiedig, maar is toch waar. De houding van het lichaam bepaalt het welslagen van de klap. Recht achter de stok staan is een voorwaarde.
• 'Tussen de palen kolven', in het oosten van West-Friesland 'tussen de stukkies blijven' en in het westen ook wel 'tussen de tietjes blijven' genoemd: de bal wordt niet over het eindrabat gespeeld bij de opslag en blijft dus tussen de palen liggen.
• 'Je moet die bal verbranden' - niet letterlijk bedoeld, maar wordt door medekolvers geroepen als geconstateerd wordt dat de bal niet bij de speelstijl van de kolver past.
• Kolf aan stek - de bal heeft de paal geraakt. Ook: de kliek heeft de paal geraakt.
• Broodkolver - gezegd van een kolver die graag wil winnen en altijd uit is op een prijs.
• Poedel – Een poedel betekent dat een speler geen punten krijgt toegekend.
• Aanbal – De bal raakt de paal bij de uitslag of de opslag en de speler mag de volgende klap nemen vanaf iedere zelf gewenste plek.
• Keren – De bal raakt na het slaan de kliek of de voet van de speler.

2010: spelregels

Spelregels van de kolfsport

Begrippen voorzien van een asterix worden verklaard in de aan het eind toegevoegde woordenlijst.
Op http://www.colf-kolf.nl/spelregels.ppt is een PowerPoint-presentatie beschikbaar waarin het spel is gevisualiseerd.

Het spel
1. Het kolfspel wordt per partij gespeeld door drie kolvers, in bijzondere gevallen 2 of 4 kolvers. Iedere kolver speelt voor zijn eigen punten.
Men kolft met gummibal en kliek of sajetbal en kliek.
2. Een partij bestaat uit een combinatie van drie slagen per kolver: een ‘uitslag’, een ‘opslag’ en een ‘puntenslag’. Men kolft in een vaste volgorde:
Kolver 1 doet de uitslag
Kolver 2 doet de uitslag
Kolver 3 doet de uitslag
Vervolgens wordt in dezelfde volgorde achtereenvolgens de opslag en de puntenslag gedaan.
Deze drie slagen doet men nu vijf maal in bovengeschreven volgorde.
Het maximaal haalbare aantal punten per kolver in één partij is 60 punten.
3. De wedstrijdleiding bepaalt of er een ‘proefklap*’ mag worden genomen.

Plaatsbepaling
4. Bij de uitslag dient men het hart van de bal op het hart van de voorlijn óf achter de voorlijn te leggen, en niet ervóór.
Het is niet toegestaan de uitslag via het zijrabat* te slaan.
Raakt de bal bij de uitklap de voorpaal*, dan wordt een poedel* gegeven.
5. Raakt de bal bij de uitslag de achterpaal* of bij de opslag de voorpaal*, dan mag men een vrije bal nemen (een zogenaamde ‘aanbal’). Dat wil zeggen dat men de bal voor de volgende slag daar mag neerleggen waar men wil. De bal mag echter niet tussen paal en cirkel gelegd worden omdat dit geen speelveld is.
6. Raakt de bal bij de opslag de achterpaal* zo dun dat de bal achter de achterlijn komt, dan moet de speler zijn puntenslag doen vanaf de achterlijn links of rechts van de paal op een plek naar wens van de kolver. De achterlijn is de lijn waarop de achterpaal* staat.
Mist men bij deze opslag de achterpaal* geheel, dan is het een poedel*.
7. Ligt de bal bij de opslag of puntenslag in het veld tussen paal en ringen, dan moet de bal op de binnen- of de buitenring worden gelegd. Dit volgens een lijn gaande door het middelpunt paal en bal.
De speler mag kiezen van welke ring hij slaat.
a. Ligt de bal echter tussen de beide ringen (indien aanwezig), dan mag de bal van die plaats geslagen worden óf van de buitenste ring.
b. Ligt de bal op de buitenste ring, dan dient de bal van daar geslagen te worden.
8. Ligt de bal bij de opslag of puntenslag buiten de grote ring achter om de paal, dan moet de bal op de grote ring worden gelegd. Dit volgens een lijn getrokken door het midden van paal en bal.
Ligt de bal tussen de kleine en de grote ring, dan slaat men vanaf dat punt.
9. Ligt de bal bij de opslag of puntenslag tussen het rabat* en de belijning, dan moet de bal volgens een lijn gaande vanaf het midden van de bal en loodrecht op de desbetreffende lijn worden gelegd.
10. Wanneer een bal de zijlijn én achter- of voorlijn raakt, mag de bal gespeeld worden ter hoogte van de buitenste ring.
11. Ligt de bal stil op kruising van de lengte-breedtelijn van vak 1 naar 2 of vak 5 naar 6, dan mag gespeeld worden vanaf de hoogte van de lengtelijn van 1 en 6.
12. Kan een speler zijn normale stand niet aannemen voor het slaan van een bal omdat de afstand van het zijrabat* en de belijning te smal is, dan heeft de speler het recht om de bal te verplaatsen volgens een lijn van bijvoorbeeld 5, 10 of 15 cm naar binnen en vandaar evenzo vele cm naar achteren. Dit tot een plaats is bereikt waarop de speler wel zijn normale stand kan aannemen. De markeur beslist in deze.
Deze regel geldt niet in gevallen dat een speler niet kan richten.
13. Wanneer een speler de opslag vanachter de paal moet nemen en de paal wordt zo dik geraakt dat de bal achter de achterlijn blijft, dan moet de puntenslag worden geslagen vanaf de achterlijn links of rechts van de paal op een plek naar wens van de kolver.
14. De plaats van de bal dient afgekrijt te worden door de markeur vóórdat de speler de bal mag oppakken of met de kliek mag meenemen.
15. Het krijtpunt mag pas worden uitgeveegd nadat de bal geslagen is.
16. Indien de bal buiten de belijning van het speelveld ligt en verplaatst moet worden, dan dient de bal midden op de lijn te worden gelegd.
17. De speler mag geen merkteken met krijt of andere middelen op de paal of tussen bal en paal maken.
Het natmaken van de paal is alleen toegestaan in geval van achterballen.

Puntentoekenning
18. Bij de puntenslag telt het aantal punten dat staat aangegeven in het vak waarin de bal is blijven liggen.
19. Raakt de bal bij de puntenslag rechtstreeks de achterpaal*, dan wordt voor deze slag tien punten gegeven.
20. Raakt de bal bij de puntenslag terugkomende van het achterschot de achterpaal*, dan wordt zes punten gegeven.
21. Aan de speler die zijn bal uit de baan slaat, zal een poedel* worden gegeven.
22. Bij de opslag en bij de puntenslag dient de paal direct te worden geraakt. Raakt de bal indirect de paal dan wordt een poedel* gegeven.
23. Raakt bij de puntenslag de ronding van de bal de lijn, dan wordt het aantal punten gegeven van het meest tellende vak.
24. Wanneer een bal bij één van de drie slagen zo snel loopt dat hij na het achterschot geraakt te hebben weer terug naar voor loopt en daar weer via het voorschot de baan inloopt, dan wordt een poedel* gegeven.
25. Wanneer de bal bij de puntenslag de paal zodanig raakt, dat de bal geheel achter de achterlijn komt, dan wordt een poedel* gegeven. Ziet een speler dat de bal achter de lijn dreigt te geraken mag hij de bal niet voortijdig oppakken. Doet hij dit wel, dan geeft de markeur een poedel*.

Keren* en belemmeren
26. De speler die bij de opslag zijn bal keert, zal bij de puntenslag de bal moeten slaan vanaf de plaats waar hij deze heeft gekeerd. Dit op aanwijzing van de markeur.
27. De speler die bij de puntenslag zijn bal keert, zal het aantal punten worden gegeven van het vak waarin hij de bal heeft gekeerd.
Het is uiteraard niet toegestaan een te hard geslagen bal achterna te lopen en bewust te keren* in een vak met meer punten.
28. Keert een ander persoon dan de speler bij één van de drie slagen zijn bal, dan moet de speler deze slag overslaan vanaf de plaats waar deze slag is gedaan, of hij mag opnieuw beginnen met de uitslag. Hierin mag de speler zelf beslissen.
29. Wordt de loop van de bal door een voorwerp in de baan belemmerd bij één van de drie slagen, dan mag de speler deze slag overslaan vanaf de plaats waar deze slag is gedaan, of hij mag opnieuw beginnen met de uitslag. Ook hierin mag de speler zelf beslissen.

Materiaal
30. De bal en/of stok waar men mee is begonnen, mag tijdens een serie niet bewust worden verwisseld voor een andere bal of stok..
Het slaan van de tweede serie met een andere stok en/of bal is wel toegestaan.
31. Als een speler ontdekt per abuis met de verkeerde bal te spelen, dient hij dit direct te melden aan de markeur en verder te spelen met de goede bal vanaf de plaats waar de bal was blijven liggen. De klap mag niet opnieuw gedaan worden.
32. Ingeval van materiaalschade is vervanging toegestaan. De slag mag over met vervangend materiaal vanaf de plaats waar de schade optrad.

1/6-regeling*
33. Spelers die op grond van lichamelijke gebreken de 1/6-regeling* bij de bond hebben aangevraagd en verkregen moeten ook van deze regeling gebruik maken. De regeling geldt alleen voor de vakken 1 en 6.
Raakt de bal de lijn tussen de vakken 1 en 2 of tussen de vakken 5 en 6, of raakt de bal de achterlijn van vak 1 of 6, dan vervalt de regeling.

Algemene aanwijzingen
Als laatste nog de volgende algemene aanwijzingen die van zeer groot belang zijn bij het kolfspel.

Sta niet in de weg
Men belemmert als medespeler de speler die aan slag is niet in zijn spel. De regel hierbij is zeer eenvoudig:
• Loop na uw uitslag niet midden door de baan naar achteren.
• Ga ergens staan –eventueel op het rabat*, dus buiten de baan– ruim achter de speler die aan slag is.
• Ga nooit in het verlengde van zijn slag staan. Hier bedoelen wij mee vlak achter of bij de paal waar de slag naar toe moet gaan.
• Dit geldt tevens voor de ballen: haal deze weg en merk de plaats af met een krijtstreepje.
• Ga niet voor- of achterom een speler lopen die aan slag is. Dit verstoort zijn slag.

Inzet markeurs
Ook bij onderlinge wedstrijden is het zeer wenselijk om bij de voor- en achterpaal* een markeur te plaatsen. Zijn beoordeling wordt als bindend beschouwd en bespaart vele gissingen.
Bij bondswedstrijden is de inzet van markeurs verplicht.

Natmaken en afdrogen
Het natmaken van de paal bij achterballen dient door de speler zelf te gebeuren, indien hij dit wenst. Ook het afdrogen van de paal na de klap is voor verantwoording van de speler.

Markeur beslist
Het natmaken van de paal dient bij wedstrijden niet ter bewijsvoering of de bal de paal geraakt heeft. Dit beoordeelt de markeur op het gezicht.

Tot slot
Ingeval zich omstandigheden voordoen waarin deze reglementen niet voorzien, beslist de markeur in overleg met de wedstrijdleiding.

Verklarende woordenlijst
Poedel – Een poedel betekent dat een speler geen punten krijgt toegekend.

Aanbal – De bal raakt de paal bij de uitslag of de opslag en de speler mag de volgende klap nemen vanaf iedere zelf gewenste plek.

Keren – De bal raakt na het slaan de kliek of voet van de speler.

Kliek – De stok, eigenlijk specifiek het verzwaarde uiteinde van de stok. Er zijn twee soorten klieken, specifiek voor gummiballen en voor sajetballen.

Voorpaal, ook wel Bovenpaal – De paal van waar men met de uitslag begint en van waar men de puntenslag tegen slaat.

Achterpaal, ook wel Benedenpaal – De paal ‘achterin de baan’ die men wil raken bij de uitslag en moet raken bij de opslag.

Stukken - ander woord voor kolfpalen.

Proefklap – De eerste klap bij een wedstrijd die gegeven mag worden om de baan te verkennen. De plek waar de bal bij de uitslag stil komt te liggen wordt niet afgekrijt door de markeur. De speler mag voor de opslag een vrije bal nemen.

Partij – Serie van 5 x 3 slagen (uitslag, opslag en puntenslag). In een partij kan een speler maximaal 60 punten slaan.

1/6-regeling – Spelers die op grond van lichamelijke gebreken moeilijkheden ondervinden bij het ontwijken van een bal kunnen in aanmerking komen voor deze regeling. De bal wordt dan in de vakken 1 en 6 zodanig door de markeur verplaatst dat het risico van het snel weg moeten springen voor de bal sterk verminderd wordt.

Het schot – De opstaande rand van de baan, ook wel het rabat genoemd.

Optrek – Ander woord voor opslag of opklap.

Rabatteren – De bal via het schot (het rabat) spelen.

Bron: Spelregels aangevuld met termen uit de Kolfsport. Een uitgave van de Koninklijke Nederlandse Kolfbond.